Vrouwenorganisaties protesteren tegen wettekst verdeling aanvullend pensioen na scheiding

22/10/13 om 14:25 - Bijgewerkt om 14:25

Verschillende vrouwenorganisaties trekken van leer tegen een wetsontwerp van minister van Justitie Annemie Turtelboom dat ervoor zorgt dat het aanvullend pensioen na een echtscheiding volledig toebehoort aan de echtgenoot op wiens naam de groepsverzekering werd afgesloten.

De vrouwenbeweging in kwestie zijn "KVLV, Vrouwen met vaart", "Femma", "Markant" en "VIVA-SVV". Ze voeren in een mededeling aan dat de wetgever blind is voor de realiteit. Die houdt in dat 46 procent van de vrouwen een pensioen heeft dat lager ligt dan het minimumpensioen, dat 38 procent van de vrouwen deeltijds werkt, ten opzichte van 5 procent bij de mannen, en dat slechts 18 procent van de vrouwen een aanvullend pensioen heeft bij pensionering. Bij mannen ligt dat op 45 procent.

De verenigingen hekelen dat het wetsontwerp de solidariteit binnen het gezin ondermijnt. "De partner die investeert in het gezin, de opvoeding van de kinderen en de carrière van de partner, zal bij de echtscheiding hiervan de financiële gevolgen dragen", stellen ze. In de wettekst preciseert de minister evenwel dat vrouwen aan de rechter kunnen vragen bij de bepaling van de alimentatie "rekening te houden met de carrièreplanning van de twee echtelieden". Maar de organisaties menen dat een pensioencompensatie via een onderhoudsuitkering onzeker is en beperkt in de tijd.

Voor de vrouwenorganisaties is het aanvullend pensioen dat men opbouwt tijdens het huwelijk een loon en verschilt het daardoor van een eigen wettelijk pensioen. "Beide partners hebben hier evenveel rechten op", luidt het. "Bij vereffening of verdeling van de huwgemeenschap valt het opgebouwde kapitaal van de groepsverzekering in het gemeenschappelijk vermogen en moet het verdeeld worden in gelijke helften. Of wil men als een dief in de nacht één van de partners onteigenen zonder enige vorm van vergoeding?"

Onze partners