Sneller geld na overlijden, maar...

26/11/09 om 00:00 - Bijgewerkt om 00:00

Dat de overlevende (huwelijks)partner na een overlijden vrij over maximaal 5000 euro kan beschikken, is een grote stap vooruit. Maar waar zitten de addertjes onder het gras?

Zodra financiële instellingen op de hoogte zijn van het overlijden van een cliënt blokkeren ze zijn rekeningen en tegoeden, net als die op naam van de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner. De bank moet de ontvanger van de successierechten immers inlichten over het bestaan van de rekeningen, met opgave van de rekeningnummers en de saldi op datum van overlijden. Pas nadat de bank deze informatie heeft verstrekt, kan ze de tegoeden op de financiële rekeningen uitkeren aan de nabestaanden. Er is echter meer. De bank moet elke erfgenaam correct uitbetalen, ten belope van zijn erfdeel. Daarom wil ze eerst exact op de hoogte zijn wie de erfgenamen zijn, en wie precies wat mag erven. Tot recent, vroeg de bankier daarvoor een door de notaris of de vrederechter opgestelde Akte van bekendheid of een erfrechtverklaring. Een nieuwe wet versoepelt deze procedure. Een tweede wet voorziet in een soort leefloon voor dringende uitgaven, bovenop de begrafeniskosten en de kosten van de laatste ziekte.

Wet 1: Het geld komt sneller vrij

Om de rekeningen vrij te maken, moest de langstlevende vroeger een Akte van bekendheid of een Attest van erfrechtverklaring voorleggen. Hij moest daarvoor naar de notaris of de vrederechter. Dat duurde gemiddeld 2 weken en kostte ? 100 à ? 150.

Snel en goedkoop

Op 1 februari 2007 was er al iets veranderd. Sedertdien kon de bankrekening immers ook vrijgemaakt worden aan de hand van een Attest van erfopvolging, dat (gratis) werd afgeleverd door de ontvanger van de registratie. Dit gold echter slechts voor tegoeden van maximaal ? 50.000 en voor zover er geen huwelijkscontract en geen testament bestond. Bovendien kon de bank het weigeren als de overledene of zijn echtgeno(o)t(e) een bankkoffer huurde.

Sinds de wet van 6 mei 2009 geeft de bank (of de verzekeringsmaatschappij) te goeder trouw de tegoeden van een overledene vrij, indien dit gebeurt aan of op instructie van de personen aangewezen in een Attest van erfopvolging dat opgesteld is door de ontvanger van het successiekantoor bevoegd voor de inlevering van de aangifte van nalatenschap of in een Attest of in een Akte van erfopvolging, opgemaakt door een notaris . Bij de ontvanger kan men nu ook terecht voor geldsommen boven de ? 50.000. Ofwel gaat u naar uw registratiekantoor, ofwel downloadt u het aanvraagformulier via http://annuaire.fiscus.fgov.be/info-suc/

De wet bepaalt wat in het attest moet staan: naam, voornamen, plaats en datum van geboorte, adres en eventuele datum van overlijden van de erfgerechtigden.

TIP De opsteller van de akte of het attest doet er goed aan ook de overledene te identificeren en de verwantschapsband met de erfgenamen te verduidelijken, vooral ten aanzien van de verzekeringsmaatschappijen.

Meestal blijft de notaris verplicht

In bepaalde gevallen - en zij zullen de meerderheid blijven uitmaken - is alleen de notaris bevoegd om een Attest of een Akte van erfopvolging af te leveren. Dat is het geval als...:

1. de erfenis niet uitsluitend wordt vererfd via de wettelijke regels van het erfrecht

2. er onbekwame erfopvolgers zijn (bijv. een minderjarige)

3. er een testament is

4. er een contractuele erfstelling is (d.i. een gift tussen echtgenoten m.b.t. de toekomstige erfgoederen)

5. er een huwelijkscontract is.

WEETJE De notaris kan ook een onderhands attest maken i.p.v. een akte. In dat geval bespaart de cliënt ? 32,50 (registratie- + fiscale rechten).

Vrederechter en gemeente buitenspel

Merk op dat de Akte van bekendheid, opgesteld door de vrederechter, in de nieuwe wet geen wettelijke basis kreeg. Op grond van deze akte mogen de banken dus niet langer tegoeden vrijgeven. Ook de Verklaring van erfrecht die door het gemeentebestuur werd ondertekend, en die soms voor minieme bedragen werd aanvaard, komt niet meer in aanmerking.

Wet 2: Een 'leefloon' voor de langstlevende

Een tweede nieuwe wet (van 28 juni 2009) bepaalt dat - vanaf 31 augustus 2009 - de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner aan de bank een bepaald bedrag kan vragen voor de eerste dringende uitgaven. Dit bedrag kan hij krijgen, los van de betaling van de kosten van de begrafenis en de laatste ziekte. En om dit soort leefloon te ontvangen, heeft hij geen attest of akte van erfopvolging nodig! In tegenstelling tot de materie die in wet 1 werd aangepast, gaat het hier dus niet om het vrijmaken van de rekeningen.

De helft of maximaal ? 5000

Uiteraard zijn er een aantal beperkingen en de sancties voor wie te veel opneemt, zijn streng.

De vrijgave van een 'leefloon' kan zowel betrekking hebben op zicht- als op spaarrekeningen. Het moet echter wel gaan om gelden van gemeenschappelijke rekeningen of rekeningen in onverdeeldheid. Wat echtgenoten betreft, gaat het om rekeningen waarvan de overledene of de langstlevende echtgenoot houder of medehouder is. Bij wettelijk samenwonenden moet de langstlevende wettelijk samenwonende medehouder zijn. Voor hen geldt de regeling dus enkel voor tegoeden op gezamenlijke rekeningen op naam van de overledene én de langstlevende partner.

De vrijgave kan enkel gebeuren in het voordeel van de langstlevende echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner. Andere erfgenamen kunnen de vrijgave niet vorderen. Ook de langstlevende feitelijke samenwoner valt hier uit de boot!

Vrij beschikbaar is in principe de helft van het totaal van de creditsaldi, ook al bevinden zich gelden bij meerdere bankinstellingen. Als de overledene bijv. in totaal een spaartegoed van ? 8000 heeft, gespreid over twee banken ( ? 5000 bij bank X en {? 3000 bij bank Y), dan kan de langstlevende ? 4000 euro opnemen.

Er geldt een totaalmaximum van ? 5000. Dit mag eventueel verspreid over verschillende bankinstellingen worden opgevraagd, voor zover de verschillende ter beschikking gestelde bedragen samen ten hoogste euro5000 bedragen (en maximaal de helft van de beschikbare creditsaldi).

VOORBEELD De overledene heeft bij bank X ? 5000 en bij bank Y ? 7000, in totaal ? 12.000. De langstlevende partner kan maximaal ? 5000 (en geen ? 6000, de helft van de creditsaldi) vrij opvragen. Dit kan wél door bijv. bij bank X ? 3000 op te vragen en bij bank Y ? 2000, maar bijv. ook door enkel bij bank X alles op te vragen.

Voorschot op erfenis

De langstlevende (huwelijks)partner kan binnen de hoger gestelde grenzen, (een) geldsom(men) afhalen ongeacht het feit of hij/ zij enig recht kan claimen op het saldo van de rekeningen. De afgehaalde sommen worden immers juridisch beschouwd als een voorschot op het erfdeel. Het afgehaalde geld wordt later in rekening gebracht bij de vereffening van de nalatenschap. Blijkt op dat moment dat de afgehaalde geldsom het eigenlijke erfdeel van de langstlevende echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner overtreft, dan hebben de andere erfgenamen een vorderingsrecht tegen hem.

MAAR... ze moeten er uitdrukkelijk om vragen!

Mogelijke sancties

Het niet respecteren van de grensbedragen heeft ernstige gevolgen. De nieuwe wettekst voorziet in twee burgerrechtelijke sancties.

In eerste instantie verliest de langstlevende (huwelijks)partner zijn aandeel in de erfenis ten belope van de som die hij boven het maximumbedrag heeft afgehaald.

VOORBEELD Stel dat de langstlevende ? 6000 afhaalt, dus ? 1000 meer dan wettelijk toegelaten. Stel verder dat de erfenis in totaal ? 20.000 euro bedraagt en dat de langstlevende partner recht heeft op de helft daarvan (dus ? 10.000). Door het feit dat ? 1000 te veel van de bankrekening is afgehaald, zal de langstlevende in de erfenis geen ? 10.000 opstrijken maar slechts ? 9000 (de reeds afgehaalde ? 6000 en ? 3000 in de afwikkeling van de erfenis) en de andere erfgenamen ? 11.000 (i.p.v. ? 10.000 ).

WEETJE Logische vraag: wat gebeurt er in dit geval op het vlak van de successierechten? Zal de langstlevende partner belast worden op ? 9000 of op ? 10.000? Deze vraag is momenteel nog niet beantwoord. Maar indien het ? 10.000 zou zijn, zou de langstlevende belast worden op iets dat hij niet gekregen heeft! Dat zou neerkomen op een soort fiscale sanctie, bovenop de erfrechtelijke en zo'n sanctie is nergens in een wettekst terug te vinden.

De langstlevende die het wettelijk plafond niet respecteert, kan er nadien niet meer voor kiezen om de erfenis te verwerpen of ze te aanvaarden onder voorrecht van boedel- beschrijving. Hij zal geacht worden de erfenis zuiver te aanvaarden. Hierdoor zal de gulzige langstlevende door de schuldeisers van de overledene kunnen aangesproken worden tot betaling van al diens schulden, zelfs al zouden ze de activa van de erfenis overtreffen! De langstlevende die dus 1 euro te veel van de rekening afhaalt, moet zeer goed beseffen dat hierdoor eventuele schuldeisers een vrijgeleide krijgen om hem onbegrensd te vervolgen tot betaling van mogelijke schulden. Een belangrijk gegeven voor wie vermoedt dat de financiële toestand van de overledene niet zo rooskleurig was!

De rol van de bankier

De bankier die het 'leefloon' uitkeert, heeft wettelijk de opdracht om de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende op het bestaan van de grensbedragen te wijzen én op de mogelijke sancties. In de praktijk zullen de banken geen daadwerkelijke controle kunnen uitoefenen, vermits veel mensen rekeningen hebben bij verschillende banken. Toch mogen ze het voorschot al uitbetalen voor ze de lijst met tegoeden aan de fiscus hebben bezorgd. Ook dat een erfgenaam in het buitenland woont, kan de bank niet meer verhinderen het voorschot alvast uit te betalen.

Onze partners