Langdurig absenteïsme met 11% naar omhoog

01/12/16 om 10:03 - Bijgewerkt om 10:03

In de eerste helft van 2016 waren op een gemiddelde werkdag meer dan 7 op 100 werknemers afwezig wegens ziekte of een privéongeval. Meer bepaald het langdurig absenteïsme, waarbij werknemers minstens één jaar thuisblijven, steeg met 11% en kent dit jaar dus een vervolg op de sterke stijging van de afgelopen jaren. Dit blijkt uit de resultaten van het onderzoek van HR-dienstverlener Securex bij 24.690 werkgevers en 223.056 werknemers.

Langdurig absenteïsme met 11% naar omhoog

© Getty Images/iStockphoto

Het totale ziektepercentage steeg van 7,07% in het eerste semester van 2015 naar 7,39% in hetzelfde semester van 2016. De structurele stijging van het absenteïsme zet zich dus ook dit jaar voort.

De afwezigheden van meer dan één jaar liggen aan de basis van deze evolutie. Het korte (minder dan een maand) en middellange (van 1 maand tot 1 jaar) ziektepercentage bleven stabiel (respectievelijk 2,32% en 2,00). Maar het lange ziektepercentage (meer dan 1 jaar afwezig) kent daarentegen in de eerste helft van 2016 een sterke stijging met 11% in vergelijking met het eerste semester van 2015. De gemiddelde duur van een afwezigheid is dan ook gestegen met iets meer dan 6%. Het aantal ziektemeldingen per werknemer daalde met 2%.

Lange afwezigheden komen zowel bij arbeiders als bij bedienden voor. Beide statuten kennen een betekenisvolle stijging van het aantal langdurig zieken, al is de stijging - net als vorig jaar - sterker bij arbeiders dan bij bedienden met respectievelijk +12% en +8%.

Door het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd groeit het aantal ervaren én nog actieve werknemers sneller bij arbeiders dan bij bedienden. Daardoor stijgt ook sneller het aantal arbeiders die vatbaar zijn voor langdurige ziekte.

Vooral werknemers tussen 30 en 34 jaar zijn in 2016 steeds meer langdurig ziek (+21% t.o.v. 2015). Maar ook bij werknemers tussen 35 tot 49 jaar neemt het lange ziektepercentage significant toe (tot +11% op 45-49 jaar). Vooral de leeftijdsgroep met opgroeiende kinderen ziet het aantal lange afwezigheden sterk stijgen. Een slechte balans - of integratie - tussen werk en privé ligt vermoedelijk mee aan de basis van steeds meer chronische druk en stress.

Vergrijzing en chronische stress belangrijkste oorzaken van langdurig absenteïsme

De cijfers tonen ook een verdubbeling van het aantal langdurig afwezigen tussen 50-54-jarigen en 55-59-jarigen en 60-64-jarigen: van 4,73% naar 8,75% en naar 17,23%. Er is een duidelijk verband tussen leeftijd en de kans op langdurige ziekte, maar vermoedelijk heeft dit ook te maken met het toenemend aantal leeftijdsgenoten die de voorbije jaren of zelfs vandaag nog - onder één of andere vorm van - met vervroegd pensioen konden vertrekken.

De nog steeds toenemende vergrijzing verklaart uiteraard voor een groot deel de stijging van het langdurig absenteïsme. De groep van ervaren werknemers is omvangrijk door de nog altijd talrijke beroepsactieve baby boomers en het verstrengen van de regels van het brugpensioen. Het aantal actieve vrouwen in deze groep groeit ook sterk en zij zijn meer langdurig afwezig dan hun mannelijke collega's. In de toekomst zal de groep ervaren werknemers nog verder groeien als gevolg van het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd naar 67 jaar en het daaraan gekoppelde activatiebeleid van de overheid. Uit de resultaten van onze tweejaarlijkse stressbarometer begin 2016 bleek dat alsmaar meer werknemers met chronische stress kampen. In twee jaar tijd (2013-2015) waren de fysieke en mentale spanningsklachten bij stresslijders met 30% gestegen. Deze nieuwe cijfers bevestigen de trends. (LB)

Lees meer over:

Onze partners