Hospitalisatieverzekering: wat gebeurt er bij uw pensioen?

27/01/11 om 00:00 - Bijgewerkt om 00:00

Ongeveer 4 miljoen Belgen beschikken over een hospitalisatieverzekering via het werk. Vroeg of laat moeten ze zelf de fakkel overnemen omdat ze met pensioen gaan. Wilt u deze overgang vlekkeloos laten verlopen, dan hebt u drie mogelijkheden.

Als u een hospitalisatieverzekering hebt via het werk en de pensioenleeftijd nadert, kunt u theoretisch twee dingen doen: ofwel zet u de collectieve polis verder op individuele basis, ofwel verzekert u zich bij een ziekenfonds. Omdat de voortzetting op individuele basis echter duur kan uitvallen - u betaalt immers het tarief voor uw leeftijd - kunt u ook gebruik maken van een derde mogelijkheid: (lang voor u met pensioen gaat) een wachtpolis sluiten. Dit is een soort voorafbetaling op uw hospitalisatieverzekering zodat u later een verminderde premie zult betalen. Op deze pagina's zetten we de mogelijkheden op een rij, met hun voor- en nadelen, én de kosten.

1. U stapt over naar een individuele polis

Sinds 1 juli 2009 beschikt iedereen die een hospitalisatieverzekering heeft over een levenslange dekking. Met andere woorden: de polis kan niet meer opgezegd worden door de verzekeraar. Bovendien mag u de hospitalisatieverzekering die u hebt via uw werkgever, op individuele basis voortzetten. Dat klinkt goed, maar hoe hoog kan de premie oplopen en hoe gaat dit in de praktijk?

Recht op voortzetting

De zogenaamde wet-Verwilghen verleent elke persoon die aangesloten is bij een beroepsgebonden verzekering het recht om ze, geheel of gedeeltelijk, individueel verder te zetten wanneer hij het voordeel van de collectieve verzekering verliest. Dit betekent concreet dat een werknemer die met pensioen gaat of van werk verandert, toegang krijgt tot een individuele verzekering, zonder dat hij geweigerd kan worden omwille van zijn leeftijd of omwille van de verslechtering van zijn gezondheid terwijl hij verzekerd was via de werkgever. Dit recht is ook van toepassing op de medeverzekerden (partners, kinderen) bijvoorbeeld na een scheiding of wanneer de kinderen zelfstandig zijn gaan wonen.

LET OP! De wet biedt het individu niét het recht op precies dezelfde verzekering als de collectieve polis via de werkgever, maar wel op een gelijksoortige verzekering! Dit recht kan worden uitgeoefend bij dezelfde verzekeraar, niet bij een andere. De enige voorwaarde waaraan de betrokkene moet voldoen, is dat hij of zij gedurende minstens twee ononderbroken jaren verzekerd moet zijn via een beroepsgebonden contract. Hij moet dus niet noodzakelijk min-stens twee jaar voor hetzelfde bedrijf hebben gewerkt, maar wel minstens twee jaar verzekerd zijn geweest in een collectieve polis via zijn werkgever(s).

105 dagen om te beslissen

Wie zijn werkgever verlaat, al dan niet uit eigen beweging of omwille van het pensioen, beschikt over een termijn van maximaal 105 dagen (na het verlies van het collectieve voordeel) waarin hij of zij kan beslissen de hospitalisatieverzekering individueel voort te zetten. Binnen de 30 dagen moet de werkgever de vertrekkende werknemer informeren, daarna volgt een bedenktijd van maximaal 45 dagen en daarna nog eens 30 dagen om de keuze bekend te maken. Wie aangeeft de verzekering te willen voortzetten, ontvangt van de verzekeraar binnen de 15 dagen een voor-stel. Daarna heeft hij nog eens maximaal 30 dagen de tijd om een beslissing te nemen. Wanneer iemand opteert voor de verlenging van de verzekering blijft hij intussen verzekerd: er is retroactieve dekking en premiebetaling in de nieuwe polis. Dus geen paniek als u net na het verlaten van het bedrijf om een of andere reden in het ziekenhuis zou belanden.

Gelijkaardige waarborgen... hogere premie

Wanneer het recht op individuele voortzetting wordt uitgeoefend, hebben de verzekerden recht op een nieuwe polis en dit zonder medische vragenlijst noch wachttermijn. De nieuwe individuele polis moet gelijkwaardige waarborgen bieden als de beroepsgebonden polis. Zo zal bijvoorbeeld de kamerkeuze (individueel of niet) niet veranderen in het contract. Ook wanneer ambulante kosten in de pre- en post-hospitalisatieperiode vroeger gedekt waren via de werkgever, zullen die in het individuele contract opgenomen worden. Idem dito voor kosten gelinkt aan zware ziekten.

Bij de berekening van de premie voor de individuele, voortgezette polis mag de verzekeraar rekening houden met enkele parameters die opgesomd staan in de wet: de leeftijd waarop de verzekerde de individuele voortzetting vraagt en de "elementen ter beoordeling van het risico" (lees: de gezondheidstoestand) op het moment dat de verzekerde werd aange-sloten bij de verzekering (meestal het moment waarop hij aan de slag ging bij die werkgever). Verder mag bij de berekening van de nieuwe premie ook rekening gehouden worden met het sociale statuut en met het beroep van de verzekerde.

In de praktijk komt de individuele voortzetting altijd neer op een premieverhoging. Vooral bij wie met pensioen vertrekt en dus 60 à 65 jaar oud is, kan de verhoging zeer aanzienlijk zijn. Een kleine rondvraag bij enkele bedrijven met een hospitalisatieverzekering leert dat de nieuwe premie driemaal hoger kan zijn (bijvoorbeeld ? 33 per persoon per maand i.p.v. ? 11).

Lagere premie... beperkte waarborg

Wanneer iemand de premie te hoog vindt, kan hij of zij de verzekeraar verzoeken een voorstel uit te werken dat ze doet dalen. Dit kan bijvoorbeeld door een hogere vrijstelling (franchise) vast te leggen of door af te stappen van het voordeel van de individuele kamer. Zeker wie jonger is en door de overstap naar een werkgever zonder hospitalisatieverzekering misschien maar tijdelijk een individuele voortzetting nodig heeft, kan overwegen prijsvoorstellen op te vragen bij andere verzekeraars. Een andere mogelijkheid is, over te stappen naar een hospitalisatieverzekering bij het ziekenfonds (zie p. 72).

2. U kiest voor een wachtpolis

Wanneer u van een collectieve naar een individuele polis overstapt, zult u allicht met een forse premiestijging te maken krijgen. De premie wordt immers bepaald op basis van uw leeftijd op het moment van de aansluiting bij het individueel voortgezet plan. Een mogelijke oplossing voor deze premiestijging bestaat erin (zo lang mogelijk voor uw pensioen) een wachtpolis te sluiten. Die laat u toe, bij het verlies van uw collectief hospitalisatieplan via uw werkgever, te blijven genieten van een betaalbare hospitalisatieverzekering. Uw premie zal immers berekend worden op basis van uw leeftijd op de datum van aansluiting bij de wachtpolis, niét op basis van uw leeftijd wanneer u met pensioen gaat. Nog twee troeven: u vermijdt nieuwe wachttijden en hoeft geen medische vragenlijst in te vullen! Het idee van de voorfinanciering komt uit de wet-Verwilghen. Naast het feit dat deze wet een halt wou toeroepen aan de forse premieverhogingen, wou ze ook anticiperen op de periode na het pensioen en beschrijft ze een mogelijk product. Op dat ogenblik had maar één verzekeringsmaatschappij, DKV, zo'n product. Nadien hebben nog twee andere maatschappijen, AG Insurance en Axa, een gelijkaardige wachtpolis op de markt gebracht.

Over hoe het systeem precies werkt, en over de drie wachtpolissen die momenteel beschikbaar zijn, leest u alles in het interview met onafhankelijke makelaar Kris Heyman.

Concreet: hoeveel betaalt u?

Hoeveel u betaalt met en zonder wachtpolis? Een concreet voorbeeld gebaseerd op de wachtpolis van DKV maakt dat duidelijk.

Stel dat een mannelijke werknemer met pensioen gaat op 65 jaar (de statistische levensverwachting van een man van 65 jaar is 18 jaar). In de rechterkolom heeft hij op 35 jaar een wachtpolis genomen, in de linkerkolom niet. Hij betaalt respectievelijk:

Zonder wachtpolis Met wachtpolis
Vanaf 35 jaar, per maand ? 0 ? 11,46
Vanaf 65 jaar, per maand ? 84,73 ? 30,99
Totaal, levenslang ? 18.301,68 ? 10.819,44

3. U stapt over naar een ziekenfonds

De privéverzekeraars delen de markt van de hospitalisatieverzekering met de ziekenfondsen. Maar let op! Als u de premies met elkaar vergelijkt, moet u ook de dekkingen naast mekaar leggen en... ze goed bestuderen!

Gradueel verzekerd

  • Elke Belgische burger is verplicht aangesloten bij een ziekenfonds naar keuze (of bij de Hulpkas voor ziekte en invaliditeit) en heeft op die manier recht op sociale zekerheid (terugbetaling van medische zorgen en uitkeringen).
  • Daarboven hebben de ziekenfondsen ook een reeks aanvullende dien-sten ontwikkeld, waaronder de aanvullende verzekering. Elk ziekenfonds bepaalt hier zijn eigen politiek en klemtonen (jongeren, senioren, aanvullende terugbetalingen,...).
  • Wie aangesloten is bij de Franstalige christelijke mutualiteiten (MC) en in orde is met de bijdragebetaling voor de aanvullende verzekering, geniet sowieso van een basishospitalisatieverzekering. Alle andere ziekenfondsen stellen meer uitgebreide hospitalisatieverzekeringen voor, die dan wel afzonderlijk moeten gesloten worden.

Van werkgever naar ziekenfonds

Ons land telt heel wat ziekenfondsen die gegroepeerd worden in vijf landsbonden. Dat zijn: de christelijke, de neutrale, de socialistische, de liberale en de onafhankelijke mutualiteiten. Informatie vindt u op de website van het Riziv: www.riziv.fgov.be (klik op Verzekeringsinstellingen en Contacteer ziekenfonds).

  • Wachtpolis. Tot hiertoe bieden enkel de onafhankelijke mutualiteiten (*) een echte wachtpolis zoals de drie privéverzekeraars, namelijk Hospitalia Continuïteit. Bij deze formule betaalt u elke maand een bijdrage (bijv. euro 5,94 als u begint tussen de 46 en 49 jaar of euro 12,56 als u begint tussen de 55 en 59 jaar). Bovendien betaalt Hospitalia Continuïteit bij ziekenhuisopname euro 50,00 per dag voor de kosten die niet gedekt worden door uw groepsverzekering. Als u dan overstapt van de wachtpolis naar de gewone hospitalisatieverzekering, betaalt u een lager tarief, moet u geen medische vragenlijst invullen en is er geen wachttijd.
  • Een gewone verzekering. Bij de andere ziekenfondsen kunt u een gewone hospitalisatieverzekering sluiten, die u eventueel een tijdje dubbel laat lopen (en dus dubbel betaalt) naast de hospitalisatieverzekering via uw werkgever. Let wel: ook al kunt u meestal aansluiten tot en met 65 jaar, de premie ligt beduidend hoger voor wie aansluit na de 60ste verjaardag.

Laat u de verzekering samen lopen met de hospitalisatieverzekering via uw werkgever, dan betalen de meeste ziekenfondsen (tot een bepaald bedrag) kosten terug die niet gedekt zijn door de privéverzekeraar. En op het moment dat u met pensioen gaat en overstapt naar de verzekering van het ziekenfonds hoeft u geen medische vragenlijst meer in te vullen. Er is dan ook geen wachttijd.

Bijna op gelijke voet

Privéverzekeraars en ziekenfondsen hebben jarenlang een concurrentie-strijd gevoerd. Een oneerlijke strijd omdat de ziekenfondsen niet aan dezelfde regels moesten voldoen als de privéverzekeraars. De wet van 26 april 2010 maakt komaf met een aantal ongelijkheden op het vlak van reserves, solvabiliteit en waarborgfondsen.

De ziekenfondsen moeten nu ook...

  • in principe contracten aanbieden met een levenslange duur
  • chronisch zieken en gehandicapten aanvaarden.
  • hun producten, net als die van de privéverzekeraars, onderwerpen aan een premietaks van 9,25 %. Enkel individuele hospitalisatieverzekeringen die een hogere garantie bieden ont-snappen daaraan, maar dit geldt zowel bij de privéverzekeraars als bij de ziekenfondsen.

Er moeten echter nog enkele uitvoeringsbesluiten verschijnen vooraleer de gelijkheid effectief van kracht zal worden.

(*) De onafhankelijke mutualiteiten groeperen 7 apolitieke ziekenfondsen: het Onafhankelijk ziekenfonds (OZ), Omnimut, Euromut, de Freie krankenkasse, Securex, Partena en PartenaMut.

Onze partners