Een alarmerend pensioenplan

17/06/14 om 10:22 - Bijgewerkt om 10:22

Een groep experten maakte een plan tot hervorming van de pensioenstelsels. Voorzitter van deze commissie is Frank Vandenbroucke, die ooit zelf minister van Pensioenen is geweest.

Tijdens de (korte) regeerperiode Di Rupo I werden een aantal maatregelen genomen om de pensioenen te hervormen. Om te beginnen werd ingezet op het verlengen van de effectieve loopbaan door de leeftijd voor het vervroegd pensioen (het pensioen dat ingaat voor de leeftijd van 65 jaar) geleidelijk op te schuiven. Intussen was er een commissie aangesteld om een pensioenhervorming 'in de diepte' uit te werken. Voorzitter van deze commissie is Frank Vandenbroucke, die ooit zelf minister van Pensioenen is geweest. Deze week zette de commissie haar hervormingspunten uiteen.

Een puntensysteem

De commissie pensioenhervorming stelt een puntensysteem voor, waardoor de band tussen gewerkte jaren en het latere pensioen versterkt wordt. Tijdens hun loopbaan verzamelen werknemers punten. Op elk moment in hun carrière kunnen ze zien hoeveel punten ze al verzameld hebben. Deze transparantie moet ervoor zorgen dat werknemers op elk moment weten hoeveel ze al hebben opgebouwd en wat de financiële gevolgen zouden zijn voor hun pensioen als zij bepaalde beslissingen nemen (bijvoorbeeld deeltijds gaan werken buiten een systeem van gelijkgesteld tijdskrediet).

Het aantal punten dat je kan opbouwen hangt af van je loon en van het aantal jaren dat je gewerkt hebt.

Eventueel optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd

In de beginfase zou je voor een volledig pensioen 45 punten nodig hebben. Het huidig pensioensysteem is inderdaad gebaseerd op 45 loopbaanjaren. Maar de wettelijke pensioenleeftijd kan volgens de commissie opschuiven naar 66 of 67 jaar (en dan heb je meer punten nodig voor een volledig pensioen).

Geen eenvormig pensioenstelsel

Momenteel zijn er grote verschillen tussen de pensioenstelsels van de loontrekkenden, zelfstandigen en ambtenaren. De commissie deed een aantal voorstellen om de stelsels op elkaar af te stemmen, maar pleit niet voor het invoeren van één stelsel voor iedereen. Zo vindt ze wel dat alle pensioenen welvaarstvast zouden moeten zijn, en dus niet enkel de ambtenarenpensioenen. Wat de ambtenarenpensioenen betreft, pleit de commissie ervoor het pensioen te berekenen over de ganse loopbaan en niet over de laatste 10 jaren. Opleidingsjaren zouden niet meer meegeteld worden.

Voor contractuelen die bij de overheid werken zou er ook verandering moeten komen. Zij vallen eigenlijk tussen twee stoelen. Ze hebben niet het (voordelige) ambtenarenpensioen en anderzijds hebben zij meestal geen aanvullend pensioen via de groepsverzekering (wat wel het geval is voor veel loontrekkenden).

Rekening houden met het gezin, maar anders

Momenteel bestaat er enkel een gezinspensioen voor wie gehuwd is. Wettelijk en feitelijk samenwonenden vallen uit de boot. Een gezinspensioen wordt betaald als één partner een laag (of geen) pensioen heeft. In dat geval zal de pensioendienst één pensioen uitkeren (vandaar 'gezinspensioen) waarvan het bedrag hoger is dan de som van de 2 aparte pensioenen.

De commissie stelt voor om het gezinspensioen (na een overgangsperiode) af te schaffen. Anderzijds stelt ze voor dat de pensioenrechten gedeeld worden als partners uit elkaar gaan. Dit zowel voor gehuwde koppels als samenwonenden.

Het overlevingspensioen zou beperkt worden (maar op dat vlak was al een maatregel genomen om het overlevingspensioen te vervangen door een 'overgangsuitkering').

Werk!

Dat er langer gewerkt zal moeten worden lijkt duidelijk. Dat is ook niet voor het eerst dat dit wordt gezegd. Maar dan moet er natuurlijk werk zijnen moetde houding van werkgevers tegenover oudere werknemers dringend veranderen. Bovendien moet het werk ook werkbaarzijn.

Onze partners