Belg hoopt op 60,4 jaar met pensioen te gaan

07/10/14 om 15:09 - Bijgewerkt om 15:09

"Het wordt een hele uitdaging om de Belg te overtuigen van het nut en het waarom van het optrekken van de pensioenleeftijd." Dat concludeerde Jan Van Autreve, de CEO van Delta Lloyd Life, uit de jaarlijkse enquête van de pensioenverzekeraar.

Daaruit blijkt dat de Belg de pensioenrealiteit helemaal verkeerd inschat en weinig vertrouwen heeft in het huidige pensioensysteem. Hij beseft dat er hervormingen moeten komen, en kijkt daarvoor vooral naar de overheid en de werkgevers.

De voorstelling van de enquêteresultaten dinsdag kreeg een extra dimensie, nadat 's ochtends was bekend geraakt dat de onderhandelaars voor een federale regering tot een akkoord waren gekomen over de
pensioenen. De wettelijke pensioenleeftijd zal stijgen naar 66 jaar in 2025 en naar 67 in 2030.

Uit de enquête van Delta Lloyd Life blijkt dat de Belgen gemiddeld op 60,4 jaar met pensioen willen, een hele kloof met de wettelijke - theoretische - pensioenleeftijd. Twee jaar geleden was dat nog 61 jaar. Zelfstandigen zijn bereid het langst te werken (tot 62,5 jaar), de arbeiders hopen het vroegst met pensioen te kunnen gaan (59,1 jaar).

De Belgen schatten ook de pensioenrealiteit helemaal verkeerd in. Ze overschatten de gemiddelde leeftijd waarop we in de praktijk met pensioen gaan (60 jaar zeggen ze, terwijl dat eigenlijk 59 jaar is), en denken dat hun loopbaan ruim 36 jaar duurt. In realiteit is dat echter iets meer dan 32 jaar, een van de kortste loopbanen in Europa. Bovendien denken ze dat ze na hun pensionering nog maar 17 jaar te leven hebben, maar in de realiteit is dat 24 jaar.

"De foute perceptie geeft aan dat de uitdaging nog groter is dan de Belg vermoedt", stelt Annelore Van Herreweghe, woordvoerster van Delta Lloyd Life. "Alleen al om de realiteit te doen aansluiten bij de perceptie, hebben we jarenlang werk."

De respondenten hebben voorts weinig vertrouwen in de sociale zekerheid en het pensioensysteem. Achtenzestig procent vreest dat het wettelijk pensioen onvoldoende zal zijn en 62 procent denkt dat de overheid de wettelijke pensioenen gaat verlagen. Voor oplossingen kijkt de Belg vooral naar diezelfde overheid. Een derde vindt dat enkel en alleen de overheid moet zorgen voor zijn pensioen. Ongeveer 60 procent van de Belgen rekent overigens bijna uitsluitend op het wettelijk pensioen om zijn oude dag te financieren.

Daarnaast worden de Belgen zich wel steeds meer bewust van het belang van de tweede pensioenpijler, het aanvullend pensioen dat via de werkgever wordt opgebouwd. Voor het eerst zou meer dan de helft een bijkomende investering in dat aanvullend pensioen verkiezen boven een rechtstreekse loonsverhoging.

"In de eerste plaats blijft de Belg naar de overheid wijzen om dé pensioenoplossingen te brengen, maar in zijn ogen mag ook de werkgever een duit in het zakje doen", besluit Van Herreweghe. "In zijn eigen boezem kijken doet hij blijkbaar liever niet."

Professor en ex-minister Frank Vandenbroucke, lid van de commissie Pensioenhervorming, zag in de resultaten een bevestiging dat er deze legislatuur een pensioenhervorming moet komen. "Zo'n hervorming moet zekerheid bieden over de pensioenen en de mensen correct informeren over hun eigen inspanningen", klonk het.

In een rapport van midden juni pleitte de commissie onder meer een pensioenstelsel op basis van een puntensysteem. Ook moet de pensioenleeftijd gradueel omhoog en mogen de bijdragen van de werkenden niet significant stijgen, klonk het toen.

Op een specifieke pensioenleeftijd laat de commissie zich niet vastpinnen. Ze legt de nadruk op het vastleggen van spelregels voor de lange termijn - "die autoregulerend zijn op basis van de wijzigende context, aldus Vandenbroucke" -, eerder dan op specifieke pensioenleeftijden.

De enquête van Delta Lloyd Life werd online afgenomen bij bijna 1.200 18- tot 64-jarigen.

Onze partners