Guy Legrand
Guy Legrand
Voormalig hoofdredacteur van Cash!
Column

21/03/17 om 16:13 - Bijgewerkt om 16:50

Bedankt om solidair te zijn!

Na 1,77% in november en 2,03% in december, klom de inflatie in ons land in januari bruusk naar 2,65% en zelfs 2,97% in februari, heel wat meer dan verwacht. Moeten we ongerust zijn over deze opflakkering?

In werkelijkheid bedroeg de stijging van de kleinhandelsprijzen over één jaar - de definitie van inflatie - in juli vorig jaar al 2,28%. Vanaf maart wordt er trouwens een daling verwacht (deze kroniek werd eind februari geschreven - n.v.d.r.), zodat de stijging voor 2017 zou moeten neerkomen op 2,1%. In elk geval is deze stijging maar tijdelijk en schommelt de basisinflatie (als de petroleumprijzen niet op hol slaan) rond de 1%, onderstreepte onze landgenoot en hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank (ECB), Peter Praet meteen.

Geen zorgen, dus? Inderdaad niet. Het is zelfs een opluchting, na de gevaarlijke periode van negatieve inflatie die Europa net achter de rug heeft. In mei 2016 nog waren de prijzen over één jaar in de Unie met 0,1% gedaald. We stonden dus aan de rand van een deflatie. Je weet wel: die spiraal van dalende prijzen die zowat het ergste is wat een economie kan overkomen, omdat die én de burgers dan voor een langere tijd knock-out zijn.

En dat is niet de enige reden waarom de economische autoriteiten opgelucht adem halen. Een kleine opleving van de inflatie heeft nog een ander voordeel, dat we al lang kennen: we kunnen onze schulden gemakkelijker terugbetalen, want we betalen de intresten, en daarna de hoofdsom, met geld dat met de tijd minder waard is geworden. Op één voorwaarde: dat de rentevoeten zelf niet of amper stijgen. Maar geen nood: ook daar waken andere centrale banken én de ECB over.

Delen

De basisinflatie bedraagt slechts om en bij de 1%.

Wie er baat heeft bij deze situatie, die nog een paar jaar kan duren? Gezinnen met schulden, onder meer hypothecaire leningen. Maar ook, en vooral, de staten van wie de schulden de voorbije tien jaar zijn geëxplodeerd. Hier zijn de verliezers uiteraard de spaarders: hun rendement volstaat niet om de kapitaalerosie te compenseren. Zij zijn dus solidair, tegen wil en dank.

Die solidariteit geldt ook op Europese schaal. De Noordelijke staten, de Benelux en vooral Duitsland, zijn spaarderslanden, daar waar de landen in het Zuiden en het Oosten van Europa te weinig sparen. Wij Belgen subsidiëren dus die regio's, of we dat willen of niet. Moeten we daarover klagen? Niet op lange termijn, want zoals de Franse econoom Jean Fourastié ooit zei: solidariteit is goedbedoeld egoïsme. Anders gezegd: we hebben er belang bij dat ook de anderen rijk worden, want aan de armen kunnen we onze producten en diensten niet kwijt waarmee we onze jobs en staatsinkomsten kunnen veiligstellen. Laat dit een troost zijn voor wie niet zo graag solidair is.

Lees meer over:

Onze partners