Aandeel ziekte in carrière steeds groter

02/05/17 om 13:18 - Bijgewerkt om 13:18

Bron: Belga

Werknemers presteren gemiddeld net geen 71 procent van de werktijd. De overige tijd gaat op aan vakantie, feestdagen en ziekte. Het aandeel van de factor ziekte wordt wel steeds groter. Dat blijkt uit een onderzoek van het sociaal verzekeringsfonds Acerta.

Aandeel ziekte in carrière steeds groter

© Getty Images/iStockphoto

In de meeste ondernemingen bedraagt de gemiddelde voltijdse arbeidsduur 38 uur per week. Als iedereen die werkt die uren ook effectief zou presteren, komt dat neer op 100 procent. Van de wekelijkse arbeidsduur die een werknemer theoretisch zou moeten presteren, werkt hij of zij effectief maar 71 procent. Of minder dan drie vierde van de mogelijke theoretische arbeidstijd.

Acerta bekeek de cijfers van vijf jaar (2012-2016) en van een subset van 240.000 werknemers. Daaruit blijkt dat de effectieve arbeidstijd als percentage van de theoretische arbeidstijd daalt. In 2012 bedroeg het percentage effectief gewerkte uren nog 71,53 procent. Jaarlijks is er een lichte daling. En in 2016 bedroeg het percentage nog 70,84 procent.

Een op de drie werkafwezigheden zijn aan vakantie of het genieten van een feestdag toe te schrijven. Daarnaast zijn er de dagen van arbeidsduurvermindering die toegekend worden om de gemiddelde arbeidsduur op jaarbasis te verlagen. Het betreft ongeveer 4 procent van het totale aantal werkbare dagen in de onderneming.

De tweede belangrijkste reden voor niet-werken is ongeval en ziekte. "Een op de vier keer is dat de reden waarom iemand niet werkt", zegt Peter Tuybens, director van Acerta. "En helaas blijft dat aandeel met de jaren stijgen: van een kleine 1 op 4 (24,9 procent) in 2012 zaten we in 2016 al aan een ruime 1 op 4 (27,8 procent). Dat is een zorg. Het is de logica zelf dat de focus daarop komt te liggen, en dan vooral bij preventie."

Naast vakantie en ziekte -samen goed voor 70 procent van de afwezigheden- zijn er nog een reeks "verloven", zoals bijvoorbeeld ouderschapsverlof, het tijdskrediet en het educatief verlof. Samen goed voor 11,1 procent.

Lees meer over:

Onze partners