Om hierover te beschikken dient u zich te registreren
Nog niet geregistreerd, klik hier Trouwe bezoekers kunnen hier inloggen
Rechtstreeks vanuit Senegal!
Vrije Tijd
- Woensdag 10 maart
- Donderdag 11 maart
- Vrijdag 12 maart
- Zaterdag 13 maart
- Zondag 14 maart
- Maandag 15 maart
- Dinsdag 16 maart
- Woensdag 17 maart
Woensdag 10 maart 2010
Senegal - Hotel keur Saloum in Toubacouta - Het is ondertussen zowaar al donderdagnamiddag en buiten is het broeierig warm. Bij ons vertrekt in Brussel gisteren was dat wel even anders! Toen was het nog ijzig koud.
We landden in Dakar, een drukke stad waar auto’s, minibusjes in alle maten en soorten en af en toe een kar getrokken door een paard of ezel kriskras door elkaar rijden.
Met de bus gaat het richting Toubacouta. Maar helaas zit de vernieuwde rijbaan stampvol. De files op de Brusselse ring hebben niets te betekenen bij de drukte die we hier beleven. Jonge mensen, maar ook kinderen lopen langsheen de massa’s auto’s om hun waren te verkopen: eten en drinken, nootjes, brillen, onderbroeken, zakdoeken…

Tot Roubacouta, zo’n 270 km van Dakar, krijgen wij een voorproefje van het leven hier! De weg is op sommige plaatsen vreselijk slecht. Diepe putten, druk verkeer, politiecontroles, geiten en mensen langs de kant van de weg. Waar ruimte is, lopen jongens te voetballen. Mannen en vrouwen zitten op de grond of op lage stoeltjes voor hun huisjes. Hier en daar is nog een winkeltje open.
Het is nacht al nacht wanneer we aankomen in het hotel en uitgeput onze kamers opzoeken. De warmte en de geur van bloemen is bedwelmend!
Rechtstreeks vanuit Senegal!
Op 10 maart vertrokken 30 lezers van Plus Magazine naar Senegal, het meest nabije land van zwart Afrika. Eén van hen, Joske Rogier, houdt er voor ons een dagboek bij en zendt ons heel regelmatig tekst en foto's door, die we graag met u delen. Zo kan iedereen meegenieten van deze reis. Zeker ook de tweede en derde groep lezers die op 18 en 26 maart vertrekken om dezelfde reis te maken. Geniet mee van deze ontdekkingstocht!- Woensdag 10 maart
- Donderdag 11 maart
- Vrijdag 12 maart
- Zaterdag 13 maart
- Zondag 14 maart
- Maandag 15 maart
- Dinsdag 16 maart
- Woensdag 17 maart
Woensdag 10 maart 2010
Senegal - Hotel keur Saloum in Toubacouta - Het is ondertussen zowaar al donderdagnamiddag en buiten is het broeierig warm. Bij ons vertrekt in Brussel gisteren was dat wel even anders! Toen was het nog ijzig koud.
We landden in Dakar, een drukke stad waar auto’s, minibusjes in alle maten en soorten en af en toe een kar getrokken door een paard of ezel kriskras door elkaar rijden.
Met de bus gaat het richting Toubacouta. Maar helaas zit de vernieuwde rijbaan stampvol. De files op de Brusselse ring hebben niets te betekenen bij de drukte die we hier beleven. Jonge mensen, maar ook kinderen lopen langsheen de massa’s auto’s om hun waren te verkopen: eten en drinken, nootjes, brillen, onderbroeken, zakdoeken…

Tot Roubacouta, zo’n 270 km van Dakar, krijgen wij een voorproefje van het leven hier! De weg is op sommige plaatsen vreselijk slecht. Diepe putten, druk verkeer, politiecontroles, geiten en mensen langs de kant van de weg. Waar ruimte is, lopen jongens te voetballen. Mannen en vrouwen zitten op de grond of op lage stoeltjes voor hun huisjes. Hier en daar is nog een winkeltje open.
Het is nacht al nacht wanneer we aankomen in het hotel en uitgeput onze kamers opzoeken. De warmte en de geur van bloemen is bedwelmend!
Donderdag 11 maart 2010
Vanmorgen hebben we heerlijk buiten kunnen ontbijten met zicht op een deel van de rivier.
| ![]() |
![]() | ![]() |
| Enkele beelden van het hotel. |
Daarna bezochten we het dorp hier vlakbij. De temperatuur is valt op dit moment van de dag nog mee… Met voldoende zonnecréme en een zonnebril moet het zeker lukken.
Onze gids toont de belangrijkste bomen, waaronder de ‘Fromager’, de ‘Kapokboom' en de 'Boabab', die het symbool is van Senegal en hier beschouwd wordt als een heilige boom. Elk van deze bomen heeft zijn specifieke eigenschappen. Van het hout maken de bewoners prauwen en meubelen, de bladeren worden gebruikt als geneesmiddel, enz. Er gaat echt niets verloren.
Verschillende winkeltjes stellen zich voor als ‘Atelier d’art’. In deze 'business' zien we vooral mannen.
![]() | ![]() |
| Houtbewerking en de verkoop van de bewerkte producten is een mannenzaak. |
De vrouwen die we in het dorp zien, dragen mooie, kleurrijke kleren, en hebben haast allemaal een baby op de rug.
![]() | |
Wat dit dorp zo belangrijk maakt, is het gezondheidshuis en de materniteit. In dit centrum wordt opleiding en vorming gegeven. Na zo'n opleiding gaan de mensen naar de omliggende dorpen om daar ter plekke zorgen toe te dienen en de mensen te informeren.
Het gezondheidshuis is 24 uur op 24 open. Wat dit bezoek voor ons extra interessant maakt, is dat beide huizen gebouwd en ondersteund worden door Belgische fondsen en schenkingen. Het gebouw is erg sober, net als de uitrusting, zeker als je het vergelijkt met een materniteit van bij ons. Maar voor de mensen hier betekent het erg veel.
Midden op de speelplaats van het lokale kleuterschooltje, dat drie klasjes telt, staat een 'heilige'Baobabboom. Ook dit schooltje kan alleen overleven dankzij schenkingen en het werk van vrijwilligers. De kinderen gehoorzamen bijzonder goed. Ze zingen en dansen op het ritme van het handgeklap van hun ‘juffrouw’. Wij zijn een dankbaar publiek!
Er valt nu al zoveel te vertellen... Maar ik moet afronden want we vertrekken nu met prauwen naar de delta en het schelpeneiland.
Vrijdag 12 maart 2010
Gisteren zijn we in de late namiddag met drie prauwen vertrokken richting 'schelpeneiland' Diorom Boumak. We varen door een brede zeearm, een deel van de delta, en zien verschillende dolfijnen tuimelen in het water. Langs alle kanten komt het geluid dat zij maken op ons af en af en toe zien wij een fontein opsteigen als er weer eens eentje boven komt. Iedereen geniet intens van deze momenten… Zo sierlijk bewegen zij over en onder het water. Het lijkt wel of zij baantjes trekken naast onze prauwen. Vanuit deze zeearm zwemmen de dolfijnen regelmatig naar zee en terug. Ook de omgeving is prachtig en oh zo rustig!
![]() | ![]() |
Eén van de eilandjes die we bezoeken, is eigenlijk een soort grafheuvel, zo'n 400 meter lang en 12 meter hoog. Opvallend zijn de massa’s witte schelpen die met honderden verspreid liggen over de heuvels. Zij zijn door de bevolking, gedurende eeuwen, hier aangebracht op tumuli die men blijft ophogen met massa’s schelpen. Indrukwekkend! En ook hier ontbreekt de heilige Baobab natuurlijk niet.
In en uit de bootjes klauteren, is een hele onderneming. Wij varen verder doorheen de delta en ontdekken er boomwortels begroeid met oesters. Bij laag water worden de wortels afgesneden om de oesters binnen te halen.
We houden halt bij één van de eilanden en blijven er liggen tot de zon ondergaat en de vogels erheen komen om te overnachten. Men noemt dit hier niet voor niets ‘het vogeleiland’. Met duizenden brengen ze hier de nacht door, klein en groot door elkaar. Blijkbaar kent iedereen ‘zijn’ plekje. Het lawaai en ook de geur zijn niet te onderschatten. Het is een boeiend schouwspel om de massa’s vogels over onze hoofden heen te zien aanvliegen en ze nadien met gestrekte vleugels en hals te zien landen tussen de takken…
Het is donker wanneer we opnieuw aanleggen aan de steigers van Keur Saloum.
Vandaag, vrijdag 12 maart, zijn we opgestaan met vogelgefluit en op de achtegrond de marabout die oproept tot het ochtendgebed. Het kan slechter…
We trekken er terug op uit met ‘onze’ prauwen, deze keer richting Sipo, een klein vissersdorpje met een 50 tal inwoners. Hier woont nog een ‘echte’ prinses. Wij worden door haar ontvangen en... allemaal gekust.
![]() |
| Zoals in de sprookjes: gekust worden door een echte prinses! |
Nadien komt ook haar familie er bij zitten, dochters en kleinkinderen. Mannen vallen er hier niet te bespeuren!
Wij krijgen een rondleiding door het dorp. Verschillende, traditioneel gevlochten hutten staan geschraagd rond een pleintje en daarrond staan afsluitingen van gevlochten takken. Kleine bankjes en boomstronken dienen als zitplaats in de schaduw… Kippen en kuikentjes scharrelen er rond op zoek naar iets eetbaars.
| |
| Een tradiotionele hut. | Een klasje in het schoolhebouw. |
In het schoolgebouwtje, bestaande uit twee klasjes, gebouwd met Zwitsers geld zitten jongens en meisjes van alle leeftijden door elkaar. Hun kleren zijn veel minder fris dan die van de kleuterjes van Toubacouta. Maar leergierig en nieuwsgierig zijn ze zeker! Enkele meisjes geven ons hun naam en het adres van de school met de vraag te schrijven… en foto’s op te sturen! Eentje vraagt om werk voor haar te zoeken... Zij is 10 jaar.
Op de plaatselijke markt, die amper een 8-tal kraampjes telt, verkopen de vrouwen sieraden en kleine ambachtelijke spullen. De kleine kinderen begluren ons al spelend tussen de kraampjes.
's Middags eten we vis, geroosterd op de barbecue. Tafels en banken staan op een groot terras met uitzicht over de rivier.
Na de middag kunnen we kiezen tussen zwemmen, gaan vissen of een wandeling naar een ecologisch project. Ik kies voor dit laatste maar dat beklaag ik me al gauw. Bij een temperatuar van om en bij de 45°C is gaan wandelen echt waanzin! Uiteindelijk ben ik, met nog enkele anderen, teruggekeerd op een karretje getrokken door twee ezels. Een groep moedigen heeft de wandeling uitgelopen.
|
| Een ezelskarretje bracht ons in de verzengende hitte terug. |
Zaterdag 13 maart 2010
Vandaag staat een bezoek aan het wildpark Fathala op het programma. Om 8 uur klimmen we in een open, maar overdekte vrachtwagen. De buitentemperatuur is heerlijk!
![]() | ![]() |
Het park ligt op enkele kilometers van de grens met Gambia, op de ‘Route Nationale’. De rit van zo’n 20 km is onvergetelijk. Wij rijden langs kleine dorpjes, soms slechts enkele hutten rond een pleintje, soms een echt dorp met moskee, verzamelplaats voor vee en enkele kleine winkeltjes. Veel bezoekers zijn er hier niet. Het park is ongeveer 2000 ha groot, waarvan de helft kan worden bezocht. Dit deel dat toegankelijk is voor toeristen vormt een onderdeel van het Nationaal Park van ‘Delta du Saloum’.
| ![]() |
Onderweg uitstappen zit er niet in, dat zou te gevaarlijk zijn... Het eerste dat we zien tijdens onze tocht zijn enkele zebra’s. Tussendoor nog wat indrukwekkende termietenheuvels en daarna rijden we voorbij wilde varkens en een kudde antilopen. Twee prachtige neushoorns leken zelfs blij ons te zien. De gids had dan ook 'lekkere brokjes' voor hen mee. De apen hadden het minder op ons bezoek voorzien. Zij verdwenen meteen tussen de struiken. En dan, na lang zoeken, bemerken we drie giraffen... Het is wel leuk rondrijden, maar echt veel is er niet te zien.
Terug de hoofdbaan op, richting Messira, een vissersdorp. Onderweg bij een ‘douanepost’ krijgen ook wij controle. Alle fotoapparaten worden gecontroleerd, en de laatste foto’s moeten gewist worden! Aan de douane mag niet gefilmd of gefotografeerd worden...
Bij het binnenrijden van Messira ontstaat een ware toeloop van kinderen. Het is zaterdag, dus geen school.. en hier zijn véél kinderen!
De dorpsgids gaat met ons mee naar 'hun' heilige boom. Deze hier zou de oudste van Senegal zijn, meer dan 1000 jaar oud, met een kruin van 30 meter doorsnede. In de takken zien de inwoners allerlei dieren, tot zelfs een Christushoofd. Dit is de plaats waar belangrijke beslissingen genomen worden... en de mensen uit het dorp koelte zoeken.

Even buiten het dorp, in de richting van het haventje, staan houten droogrekken naast elkaar. Stapels vis (een soort haring) bestrooid met een laag zout, liggen er te drogen. Op deze manier behandeld, is de vis verschillende maanden houdbaar. In de haven zelf liggen een groot aantal vissersboten.

Verder achter het dorp worden vuren gestookt waarop weerom enorm veel vis ligt te roken. Er is ruim voldoende om de omliggende dorpen van vis te voorzien en het grootste deel gaat naar een 3 dagen durende markt op het grensgebied van Mali, Guinea en Senegal.
Rond halfzes 's avonds, wanneer het terug wat ‘koeler’ is, gaan wij naar een project voor vrouwen:’Keur Bounaat’. De eigenaar van het hotel gaat met ons mee. Hij steunt dit project van ‘vrouwen van Toubacouta’. Achtenveertig vrouwen krijgen hier de mogelijkheid om enkele percelen grond, die eigendom zijn van de ‘gemeente’, te bewerken voor eigen productie. Er is een centrale waterput aangelegd en het is de bedoeling om nieuwe planten in te voeren en zo het marktaanbod te vergroten. Zij kunnen zaden kweken, planten, telen en verkopen. Een klein bedrag staan ze af als deelname in de algemene onkosten.
| ![]() |
Het project loopt moeilijk omdat de grond niet of nauwelijks bemest wordt, er erg veel gesproeid moet worden, en zij niet echt open staan voor nieuwe produkten en planten.
Zondag 14 maart 2010
Voor de zondagse markt van Touba Mourid vertrekken wij goed op tijd. Onderweg komen wij nog enkele mensen tegen met ezel en kar. De omgeving is erg stoffig en de temperatuur begint alweer aardig te stijgen.
De meeste 'handelaars' hebben hun koopwaar al uitgestald. Het is een bont allegaartje van de meest vreemde en gewone, alledaagse dingen. Op de markt is aardig wat volk. Mensen en dieren lopen kriskras door elkaar.

Ter plaatse worden oude fietsonderdelen in elkaar gestoken, een antieke Singer naaimachine hersteld of voor wie wil, wordt zelfs ter plekke een nieuw kleed gemaakt. Kilo’s noten van diverse soorten worden per zak verkocht.
Paarden en geiten worden verderop te koop aangeboden op een plein niet ver van de ‘heilige’ boom. Boven een vuur hangt de helft van een geslachte geit te braden. En in afwachting worden kruiden en stukjes vet gebakken… Een bonte mengeling van geuren, geluiden en beweging overspoelt ons.

De vrouwen dragen meestal erg mooie, kleurrijke kleren. Als een Senegalese man het over eeen mooie vrouw heeft, spreekt hij niet voor niets over ‘een gazelle’!
![]() | ![]() |
We keren terug langs wat hier Heilig Woud Sanghako wordt genoemd. Niemand kan ons echter vertellen wat er heilig aan is… Wat wel opvalt is dat de bomen hier hoger zijn en er hier en daar kleine waterplassen te bespeuren zijn. Onze komst verjaagt helaas de enkele apen die hier zaten, aangetrokken door een modderige waterplas. Men vertelt ons dat hier één van de laatste kolonies “Colobus Badius” (rode franjeapen) leven, maar ook galagos apen - of bushbabies - kleine lemuren die zich bij valavond met hoge snelheid verplaatsen in de bomen en gemakkelijk herkenbaar zijn vanwege hun grote ronde rode ogen. Een beetje ontgoocheld rijden wij terug naar het hotel.
|
Een rode franjeaap |
Op de middag is het altijd erg warm. Voor de meesten van ons het moment om een dutje te doen of een verkoelende duik te nemen in het zwembad. Ik kies voor dit laatste en het doet me echt ongelooflijk deugd.
De moedigste zijn vanavond nog even gaan wandelen en hebben dan toch nog enkele apen en verschillende vogels gezien.
s’Avonds is het hier altijd heerlijk. De temperatuur is nu perfect! Mijn avond eindigt met een heerlijk glaasje aan de bar.
Maandag 15 maart 2010
Wij hebben het al helemaal onder de knie: vertrek om 8.30 u voor de rest van de dag. Frigoboxen met drank en ons middageten gaan mee in de twee prauwen. Wij varen richting Atlantische oceaan. Voor de anderhalf uur durende tocht werden er kussentjes in de prauwen gelegd. Het is heerlijk varen. De temperatuur is goed en iedereen glimt van de zonnecréme…
Op kleine zandbanken in de rivier zien wij visarenden, pelikanen, reigers en verschillende kleine vogels.
Wij varen nog eens voorbij het dorp Sippo en ‘La Terasse’ waar wij enkele dagen geleden waren.
Het vissersdorp dat wij vandaag bezoeken is Djinack. Het is het laatste dorp voor de grens met Gambia die nauwelijks 2km verderop ligt. De boten liggen nog niet goed vast of er komt al een hele bende kleine kinderen aangelopen.
![]() | ![]() |
Op het strand zijn enkele mannen een nieuwe prauw aan het maken uit Sandelhout. Hen fotograferen mag niet.
In Djinack wonen 509 mensen, allemaal moslims. Het dorp leeft van de visvangst. De mannen gaan vissen. De vrouwen zorgen voor het fileren van de vissen en de kleine visvangst.
Wij worden ontvangen door de Immam en de dorpsoverste. De wandeling gaat van de bestaande moskee naar een nieuwe die nog in opbouw is. Iets later komen de oudere kinderen uit de school en gaan wij die bezoeken. Het klasje is gebouwd in traditionele stijl met een dak van stro. Het is er fris en licht. Op een tafeltje liggen Franse leesboeken. Er zijn 4 leerjaren.
De ganse tijd lopen de kinderen ons achterna, vragen pennen, ballen, snoepjes. De Imman en de Chef doen in feite hetzelfde... Maar zij vragen bijdragen voor de bouw van de moskee, de school, en nadien ook voor het pas gebouwde dispensarium. In het dispensarium werkt een man die eerste hulp kan toedienen, maar hij heeft eigenlijk geen materiaal. Zijn inkomsten bestaan uit de geschenken die hij af en toe krijgt. Het grootste gezondheidsprobleem hier is malaria.
Dit dorp krijgt veel steun van een Luxemburgs echtpaar en dat staat duidelijk vermeld bij de ingang van het dorp. Toch benadrukt de gids nog even dat dit dorp leeft van de visvangst en... de giften van toeristen. Thérese, onze reisbegeleidster, doet het nodige in naam van de hele groep.
Na het bezoek aan Djincak varen wij naar de overkant van de rivier. Voor vanmiddag hebben wij alle eten mee. In afwachting neem ik een duik in het water.
| ![]() |

Na de picknick wordt er gerust onder de luifels en zetten de liefhebbers een vislijn uit. Ik hou het bij een strandwandeling. Met blote voeten lopen tussen water en strand is zalig! En intussen raap ik, net als in een kinderdroom, grote witte schelpen en luister ik naar de golven en het ritselen van de droge bladeren.
's Avonds staan er langoustines en rijst op het menu. En daar een glaasje koele rode wijn bij... Wat wil een mens nog meer?
Dinsdag 16 maart 2010
De voorlaatste dag van ons verblijf al! Op het programma staat een initiatie traditionele visvangst. Blijkbaar zijn er slechts enkele liefhebbers. Maar, ik wil toch wel eens zien hoe de meeste kleine vissers hier aan hun visje geraken. In de vissersdorpen die wij bezochten gebruikt men sleepnetten.
Onze jonge gids vaart met ons tot het midden van de rivier en ieder krijgt een rol nylondraad, met een haakje en een gewichtje. Klinkt eenvoudig... toch is het uitwerpen een kunst. De rest hangt af van de vis. En die is in elk geval bij mij niet happig om te bijten. Het aas is gauw verdwenen... de vis ook!
| ![]() |
Het resultaat van onze initatie is toch niet mis. Enkele kleine visjes en één extra grote, die met haak en al terug het water indook!

De rest van de groep ligt, of hangt te zonnen en te luieren, is gaan wandelen of nog even naar het dorp op zoek naar de ‘laatste’ geschenkjes voor thuis. Onderhandelen met een Senegalees is een deel van het plezier.

Voor mezelf heb ik een mooi masker gekocht. De aankoop heeft wel wat tijd gevergd. Je moet immers ook luisteren naar het verhaal van de ‘nonkel’ en de ‘grootvader’ die hun geheimen alleen maar vertellen aan hun kleinkinderen! Goed om weten…
Het is onze ‘afscheidsavond’ met wat folkloristische dansen, lekker eten... en daarna de rekening betalen en de valies maken.
Morgen vertrekken we in alle vroegte richting Dakar en bezoeken het eiland Gorée. Maar dat is voor later.
Woensdag 17 maart 2010
Vertrekken is altijd een beetje moeilijk. Er is nog zoveel te zien…
We weten dat de weg naar Dakar lang en vermoeiend is. Het voordeel is dat wij nu bij dag reizen en al de tijd hebben om te kijken naar het landschap, de mensen en de dieren langs de weg.
Geleidelijk aan ziet zelfs de bouw van de huisjes er anders uit. De muren en daken zijn steviger. Er rijden minder karren en meer auto’s. Af en toe zijn er groentetuintjes.
Om te eten stoppen wij aan het reservaat van Bandia. Het is er niet alleen lekker eten, wij zien er eindelijk krokodillen. En de apen die ons zitten te begluren, hebben zelfs een naam gekregen van de bewakers. Zij zitten te wachten op de resten van ons brood…
| |
In de omgeving van Kaolack staan vrachtwagens in lange rijen aan te schuiven, geladen met enorme zakken pindanoten. In afwachting van de verwerking, liggen ze opgestapeld tot echte bergen. Het is ook de streek waar aan zoutwinning wordt gedaan.
Op enkele kilometers van Dakar is een nieuwe luchthaven in aanbouw. Op het strand van Dakar is een loopwedstrijd bezig. De stad ligt als een boog rond het water. De kleine huizen gaan over van grijs en dor, naar fleurige appartementen, villa’s en ambassades. Dit is een andere wereld.
Vanuit de haven van Dakar vertrekt een overzetboot naar Gorée. Het eiland, dat door de Unesco werd uitgeroepen tot Werelderfgoed, is het symbool van de slavenhandel. Verschillende gebouwen herinneren aan deze pijnlijke periode.
| |
Indrukwekkend is het fort aan de haven, en het ‘slavenhuis’ met de kamers voor mannen, vrouwen en ook kinderen. Op de verdieping is een klein museum ingericht met vitrines waarin kettingen, geweren en archiefmateriaal worden getoond.
| |
Nu lijkt de kleine stad een mengelmoes van bewoners, bezoekers en vooral verkopers. Het is heel moeilijk om op tijd bij de boot te geraken. Er staat een massa volk. En wij mogen er niet meer bij! Maar... in Senegal kan er nog altijd ietsje meer. Met een overvolle overzet varen we terug naar Dakar en nadien zetten we koers naar de luchthaven…
Mijn laatste aangrijpend moment van deze reis was vandaag, bij de ingang van de vrouwenkamer van het slavenhuis, waar een jonge man zijn pet afnam, zacht begon te zingen en de kamer rond danste, heen en weer wiegend met de handen uitgestoken naar het plafond en de muren.
Senegal... na deze prachtige week met veel prettige dingen, maar ook een week die soms enorme confronterend was, die veel bedenkingen en vragen deed reizen, is mijn nieuwsgierigheid genoeg geprikkeld om met plezier nog eens terug te keren.

Auteur: Joske Rogier | Publicatie: 15-03-2010 | Update: 19-03-2010

Version
Lettergrootte
RSS
Instellen als
Toevoegen
Hoe werkt























