Erven in nieuwsamengestelde gezinnen
Als u deel uitmaakt van een nieuwsamengesteld gezin, stelt u zich allicht dezelfde vraag als al die andere (stief)ouders: hoe kan ik mijn nieuwe partner erfrechtelijk beschermen en er tegelijk voor zorgen dat mijn kinderen uit een vorige relatie niets te kort komen? Dat is niet eenvoudig, maar het kan wel degelijk!
Inhoud:
Twee partners vormen een gezin (ze zijn gehuwd, of niet) en hebben (elk of één van hen) kinderen uit een vorige relatie. Deze kinderen worden dus opgevoed door een biologische ouder en een stiefouder. Soms hebben de nieuwe partners ook samen nog één of meerdere kinderen. Wat we hier beschrijven, heet een nieuwsamengesteld gezin, een begrip dat intussen stevig ingeburgerd is in onze samenleving. Maar zoals wel vaker het geval is, hinkt het recht achter op de maatschappelijke evolutie. Het erfrecht vormt daarop geen uitzondering. Op onze lezersoproep of de wet toereikend is voor hun gezinssituatie antwoordde het merendeel van de respondenten volmondig Neen.
Wat het erfrecht betreft, is er in een nieuwe relatie immers al snel sprake van een belangenconflict. Enerzijds is er de nieuwe partner, anderzijds zijn er de kinderen uit de vorige relatie. Zij zijn dus voor de ene partner eigen kinderen en voor de andere partner stiefkinderen. In dit dossier bekijken we de wet vanuit het standpunt van elk van deze spelers én aan de hand van een concreet voorbeeld.
Ons voorbeeld
Jan heeft 1 zoon uit zijn eerste huwelijk, Simon. Ann heeft 1 dochter uit een vorige relatie, Els. Ann en Jan zijn met elkaar gehuwd en hebben samen een zoon, Pieter. Jan heeft dus 2 zonen en 1 stiefdochter. Ann heeft 1 dochter, 1 zoon en 1 stiefzoon.

BESCHERMING VAN DE NIEUWE PARTNER
Of en hoe goed iemand beschermd is bij een eventueel overlijden in een nieuwsamengesteld gezin, hangt af van de samenwoningsvorm. Zijn de (nieuwe) partners gehuwd? Of wonen ze samen? En doen ze dat wettelijk of feitelijk?
Als de partners gehuwd zijn
Als de partners gehuwd zijn met elkaar, is de langstlevende doorgaans goed beschermd. Hij (zij) krijgt dan het vruchtgebruik op de nalatenschap. Zelfs als hij (zij) later naar een home of serviceflat moet en de gezinswoning niet meer kan bewonen, kan hij (zij) ze bijvoorbeeld verhuren om de serviceflat te betalen. Uiteraard kunnen beide partners ook een testament of huwelijkscontract opmaken om elkaar meer te geven dan wat de wet voorziet.
Let op! Hier is een verschil met een gezin waarbij er nog geen kinderen uit een vorige relatie zijn. Daar kunnen ouders elkaar de volle eigendom van de gemeenschap nalaten. De kinderen erven dan pas nadat de tweede ouder overleden is. De reserve van de kinderen (het deel waar ze minimaal recht op hebben) wordt door het huwelijkscontract tijdelijk buitenspel gezet. Hij speelt pas bij het tweede overlijden. Zijn er kinderen uit een vorige relatie, dan moet er altijd rekening gehouden worden met de wettelijke reserve van de kinderen. Elk kind heeft immers recht op een minimum. Bij 1 kind is dat 1/2de, bij 2 kinderen hebben ze samen recht op 2/3de, bij 3 of meer op 3/4de .
In ons voorbeeld...
zijn Jan en Ann gehuwd. Als ze een huwelijkscontract maken, kunnen zij elkaar niet de volle eigendom van het gemeenschappelijke vermogen toekennen maar moeten zij rekening houden met de reserve van de kinderen.
Bij Jan is de situatie: hij heeft 2 kinderen (Pieter en Simon), die samen 2/3de reserve hebben. Hij kan in een huwelijkscontract dus maximaal 1/3de in volle eigendom toekennen aan Ann.
Bij Ann: zij heeft 2 kinderen (Els en Pieter), die samen 2/3de reserve hebben. Ook zij kan in een huwelijkscontract dus slechts 1/3de in volle eigendom toekennen aan Jan.
Als de partners samenwonen
Wonen de partners samen (zonder gehuwd te zijn) dan is er enkel een beperkt erfrecht voorzien voor wettelijk samenwonenden, m.a.w. voor samenwonenden die een verklaring hebben afgelegd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Feitelijk samenwonenden erven niet automatisch van elkaar, zij kunnen een testament opmaken om daarvoor te zorgen.
Houd er wel rekening mee dat dit wettelijke erfrecht voor de langstlevende partner (bij wettelijke samenwoning) beperkt is tot het vrucht-gebruik op het aandeel in de gezinswoning en de inboedel. De blote eigendom ervan en ook al de andere bezittingen gaan naar de kinderen. De partners kunnen dit beperkte erfrecht wel uitbreiden door een testament te maken - zo kunnen ze bijvoorbeeld de volle eigendom van de woning aan de langstlevende partner toekennen - maar er zijn beperkingen omwille van de wettelijke reserve van de kinderen.
Let op! Dit erfrecht verdwijnt vanaf het moment dat de samenwoning stopt. Het volstaat dat één van de partners door een eenzijdige verklaring op het gemeentehuis de wettelijke samenwoning onmiddellijk be-eindigt. En, last but not least: het erfrecht tussen wettelijk samenwonenden is niet reservatair. Dit wil zeggen dat elke partner een testament kan opmaken waarbij hij de andere volledig onterft.
Bij een tontine
In de praktijk stellen we vast dat een goede bescherming voor de langstlevende bij samenwoners in eerste instantie inhoudt dat hij of zij woonzekerheid heeft. Samenwoners nemen vaak hun toevlucht tot de zogenaamde tontine (of, juridisch correcter: een beding van aanwas). Bij het overlijden van de eerststervende valt de gezinswoning niet in de nalatenschap. Er moet geen rekening gehouden worden met de reserves van de kinderen en er hoeven ook geen successierechten betaald te worden. De overlevende partner moet alleen maar registratierechten betalen op het deel van de overleden partner: 10 % (in Vlaanderen) of 12,5 % (in Brussel en Wallonië).
Let op! Houd er rekening mee dat het kind van de eerststervende door het beding van aanwas onterfd kan worden. Stel bijvoorbeeld dat Jan als eerste overlijdt. Het huis gaat dan, door de tontine, volledig naar Ann. Als Ann nadien sterft, erven enkel haar eigen kinderen. Simon, het kind uit Jans eerste relatie, erft dus niets van de woning. Als u deze situatie wilt vermijden, kunt u beter een testament maken en de gezinswoning in vruchtgebruik nalaten aan de langstlevende. Dat is doorgaans ook goedkoper.
BESCHERMING VAN DE KINDEREN
In ons voorbeeld zijn de kinderen Simon en Els enerzijds eigen kinderen (resp. van Jan en van Ann) en anderzijds stiefkinderen (van Ann en van Jan). Het is perfect mogelijk dat Jan zijn nieuwe echtgenote, Ann, wil beschermen moest hij als eerste overlijden maar hij zal allicht ook wensen dat Simon, zijn kind uit zijn vorige relatie, niets te kort komt. Voor Ann geldt hetzelfde ten opzichte van Els, haar dochter uit een vorige relatie. Daarnaast is het ook mogelijk dat Jan en Ann hun stiefkind willen laten erven. Hoe valt dit allemaal met elkaar te rijmen?
Stiefkind laten erven
Een heel belangrijk principe is dat stiefouders en stiefkinderen in principe niet van elkaar erven. De kinderen erven dus als het ware alleen van hun echte ouder. In ons voorbeeld erft Els dus niet van stiefvader Jan en Simon evenmin van zijn stiefmoeder, Ann.
Via testament
Willen Jan en Ann toch iets nalaten aan hun stiefkinderen, dan moet er een testament worden opgemaakt.
Let op! Hierbij mag de wettelijke reserve niet aangetast worden. Ann en Jan kunnen maximaal 1/3de aan hun stiefkinderen nalaten. De stiefkinderen zullen uiteraard niet automatisch erven als Jan en Ann feitelijk of wettelijk zouden samenwonen in plaats van gehuwd te zijn.
Afhankelijk van het gewest
Stiefkinderen erven niet van hun stiefouders, tenzij ze hen iets nalaten in een testament. Als dat het geval is, betalen de stiefkinderen dezelfde (lage) successierechten als de eigen kinderen. Hierbij zijn er wel verschillen tussen de 3 gewesten:
In het Vlaams gewest betaalt een stiefkind sowieso dezelfde successierechten als een biologisch kind, zonder bijkomende voorwaarden.
In het Brussels Hoofdstedelijk gewest wordt een stiefkind belast als een eigen kind, op voorwaarde dat het voor de leeftijd van 21 jaar ten minste 6 jaar ononderbroken hulp en verzorging van de erflater heeft gekregen die kinderen normaal gezien van hun ouders mogen verwachten.
In het Waals gewest geldt dit voordelige tarief tussen stiefouder en stiefkind enkel als de overledene getrouwd was of wettelijk samenwoonde met de biologische ouder.
Weetje: Voor de successierechten worden stiefkleinkinderen niet gelijkgeschakeld met eigen kleinkinderen! Zij worden nog altijd als vreemden beschouwd en zullen dan ook veel hogere tarieven betalen.
De erfenis van de kinderen 'deblokkeren'
HET PROBLEEM BIJ GEHUWDEN
Een niet te onderschatten probleem bij nieuwsamengestelde gezinnen is dat de stiefouder de erfenis van de kinderen blokkeert. Als de nieuwe partners getrouwd zijn met elkaar, krijgt de langstlevende immers het vruchtgebruik op de volledige nalatenschap van de overledene. Bij samenwonenden is dat niet het geval aangezien er enkel een beperkt erfrecht geldt, en dan nog uitsluitend voor wettelijk samenwonenden.
In ons voorbeeld...
Stel dat Jan en Ann samen een gezinswoning (in een huwelijksgemeenschap) hebben met een waarde van euro 500.000 en dat Ann verder beleggingen heeft ter waarde van euro 250.000 en Jan een appartement in Oostende van euro 250.000.
Als Jan sterft, zal zijn erfenis bestaan uit de helft van de gezinswoning plus zijn appartement, waarop zijn vrouw Ann het vruchtgebruik krijgt. De echte kinderen van Jan (Simon en Pieter) zullen hiervan de naakte eigendom krijgen. Concreet zullen zij dus moeten wachten tot ook Ann overleden is om de helft van het huis te krijgen en het appartement in Oostende. Zolang Ann leeft, staat het haar vrij de gezinswoning te bewonen of te verhuren en kan zij het appartement in Oostende als tweede verblijf gebruiken of verhuren.
Voor Pieter (de gemeenschappelijke zoon van Jan en Ann) stelt het feit dat hij pas volle eigenaar zal worden nadat zijn biologische moeder gestorven is, wellicht weinig problemen. Maar voor Simon (zoon uit het eerste huwelijk van Jan) liggen de zaken anders. Want de erfenis van zijn vader wordt hier als het ware geblokkeerd door een vreemde, namelijk zijn stiefmoeder.
Hetzelfde probleem stelt zich uiteraard als Ann eerst zou sterven. Haar nalatenschap (de beleggingsportefeuille en de helft van het huis) komt dan voor het vruchtgebruik toe aan Jan, en Els en Pieter krijgen de naakte eigendom. De wetgever heeft wel een aantal mogelijkheden ingevoerd om dat probleem (ten minste gedeeltelijk) op te lossen.
OPLOSSING 1 - De Assepoesterclausule
De wet voorziet dat de kinderen de omzetting van het vruchtgebruik kunnen eisen, behalve dan voor de gezinswoning en de huisraad (art. 745 quater, Par.4). Voor deze goederen moet de langstlevende akkoord gaan met de omzetting. Voor stiefkinderen heeft het burgerlijk wetboek nog een ander artikel in petto (art. 745 quinquies, Par.2) waarin staat dat " het recht om de omzetting te vorderen niet ontnomen kan worden aan afstammelingen uit een vorige relatie". Deze bepaling munt niet bepaald uit in duidelijkheid en laat ruimte voor interpretatie. Dé vraag die daarbij gesteld moet worden is: hebben stiefkinderen al dan niet het recht om de omzetting van het vruchtgebruik van de gezinwoning te eisen van hun stief-ouder? Het antwoord van een aantal gerenommeerde juristen, waaronder prof. Jos Ruysseveldt en notaris Eric Spruyt, is: neen! De wetsbepaling wil enkel zeggen dat de erflater de stiefkinderen niet in een testament het recht kan ontnemen om de omzetting van het vruchtgebruik te vorderen. Maar het vruchtgebruik op de gezinswoning en huisraad is heilig.
Die omzetting kan op verschillende manieren gebeuren. Ofwel kopen de stiefkinderen de stiefouder uit via een eenmalige koopsom, ofwel via de betaling van een levenslange rente, ofwel worden de goederen omgeruild. Zoals u weet is het vruchtgebruik minder waard naarmate de leeftijd vordert, wat logisch is want de statistische overlijdensdatum van de vruchtgebruiker komt dan dichterbij.
De Assepoesterclausule houdt in dat de langstlevende stiefouder geacht wordt minstens 20 jaar ouder te zijn dan het oudste stiefkind (ook al is dat in werkelijkheid niet het geval). De wetgever heeft zo willen vermijden dat de stiefkinderen een al te hoog bedrag zouden moeten betalen om de stiefouder uit te kopen.
OPLOSSING 2 - Huwelijksvoordelen beperkt
Stel dat Jan en Ann elkaar in een huwelijkscontract het hele gemeenschappelijke vermogen nalaten. Als Jan eerst sterft, zal het volledig gemeenschappelijke vermogen naar Ann gaan. Maar als Ann later sterft, gaat dat vermogen enkel naar haar kinderen, Els en Pieter. Haar stiefzoon krijgt niets. Hij wordt onterfd! Vandaar dat de wetgever heeft ingegrepen: dergelijke huwelijksvoordelen spelen alleen voor zover de reserve van de kinderen niet wordt aangetast.
OPLOSSING 3 - Echtgenoten geven elkaar minder
Als de echtgenoten geen kinderen hebben uit een vorige relatie, kunnen ze elkaar niet onterven . Elke echtgenoot heeft immers een reserve en hij/zij kan niet van de reserve afzien. Als er kinderen uit een vorige relatie in het spel zijn, kunnen ze dat echter wél. Daar heeft de wet-Valkeniers voor gezorgd. Om hiervan gebruik te maken moet u gehuwd zijn en 1 van de 2 partners moet kinderen hebben uit een relatie van voor het huwelijk of die geadopteerd werden voor het huwelijk. Via het huwelijkscontract kunnen de echtgenoten overeenkomen dat ze minder zullen krijgen dan wat wettelijk voorzien is (het vruchtgebruik op de nalatenschap van de eerststervende). Maar er is één beperking: de langstlevende kan nooit het vruchtgebruik ontzegd worden over de gezinswoning en de huisraad.
In ons voorbeeld...
Jan en Ann zouden in het huwelijkscontract kunnen bepalen dat bijvoorbeeld enkel de gezinswoning met huisraad in vruchtgebruik toekomt aan de langstlevende. Als Jan dan eerst zou sterven, dan krijgen zijn twee zonen (Simon en Pieter) het appartement in Oostende niet in naakte eigendom maar wel onmiddellijk in volle eigendom. Als Ann eerst zou sterven, dan zouden haar kinderen (Els en Pieter) de portefeuille van euro 250.000 niet in naakte eigendom krijgen maar wel onmiddellijk in volle eigendom. Het is zelfs niet nodig dat deze erfafspraken wederkerig zijn.
Let op! De echtgenoten kunnen samen steeds op een gemaakte afspraak terugkomen. De kinderen hebben nooit waterdichte garanties, aangezien de regeling altijd door de ouders kan herzien worden via testament of schenking.
StiefouderadoptieEen techniek om de stiefkinderen meer of even veel te geven - bij samenwoners én gehuwden - is de stiefouderadoptie. Het gaat om een gewone adoptie, niet om een volle. Het kind blijft dus behoren tot de oor-spronkelijke familie, het behoudt zijn naam, enz. Als Jan uit ons voorbeeld de dochter van Ann adopteert, komt zij op gelijke voet met Pieter en Simon wat het erfrecht van Jan betreft. Dit kan nog gebeuren als de kinderen meerderjarig zijn en alleen de rechter kan de beslissing ongedaan maken. Voor de successierechten: daar waar geadopteerde kinderen via gewone adoptie het successietarief van vreemden blijven betalen, geldt voor kinderen die door hun stiefouder geadopteerd zijn via gewone adoptie, hetzelfde tarief als eigen kinderen! |
Auteur: Johan Adriaens |
Publicatie: 08-06-2010 |
Update: 15-07-2010