Zo zet u Word naar uw hand
Iedereen die een beetje vertrouwd is met de computer kan een tekst typen in Word. Zo'n tekstverwerkingsprogramma bezit echter nog heel wat toeters en bellen waar velen geen gebruik van maken. We bekijken een aantal handige functies. Inhoud:
In Word 2003 zijn alle opdrachten ondergebracht in menu's en werkbalken. Maar wist u dat u die werkbalken kunt plaatsen waar u ze het liefst heeft en dat u uw eigen knoppen kunt toevoegen en verwijderen op bestaande werkbalken?
Bent u wel eens gefrustreerd geraakt doordat u een werkbalk niet kon vinden op de plaats die voor u het meest logisch leek? Of hebt u misschien wel eens gedacht hoe mooi het niet zou zijn om een aantal knoppen die u nooit gebruikt van de werkbalk te verwijderen?
Voordat u standaardwerkbalken gaat wijzigen, moet u goed bedenken wat u precies wilt bereiken. Door bestaande werkbalken te wijzigen kan het achteraf misschien lastig worden instructies te volgen in andere cursussen of in de Help-onderwerpen, omdat hierin wordt verwezen naar de standaardconfiguratie van Word. Wellicht is het een beter idee om de bestaande functies met rust te laten en uw eigen nieuwe werkbalken te maken.
Met de opdrachten uit een menu en knoppen op een werkbalk kunt u in principe dezelfde resultaten bereiken. Zo kunt u de opdrachten in het menu Bewerken gebruiken om te knippen, kopiëren en plakken, maar u kunt ook de knoppen gebruiken op de werkbalk Standaard. Wij beperken ons hier tot de werkbalken en de knoppen.
Werkbalken kunnen aan de rand van een venster in een document worden geplaatst of zwevend zijn. In de afbeelding is de werkbalk Opmaak bovenaan in het venster in een document geplaatst (1), de werkbalk Standaard aan de linkerzijde van het document (2)en de werkbalk Tabellen en randen zwevend (3).
Als u een werkbalk wilt verplaatsen, klikt u op de werkbalkgreep op een werkbalk in een document, of op de titelbalk op een zwevende werkbalk en sleept u deze naar de nieuwe plaats waar u deze wilt hebben. Wanneer u een werkbalk naar een van de randen van het programmavenster sleept, wordt het een werkbalk in een document.
U kunt meer dan één werkbalk naast elkaar in dezelfde rij in een document plaatsen. Bij de grotere werkbalken verdwijnen dan wel enkele knoppen. Maakt u zich geen zorgen, deze knoppen zijn nog steeds beschikbaar. Als de knop Werkbalkopties aan de rechterzijde van de werkbalk punthaken bevat, zijn er meer knoppen beschikbaar dan kunnen worden weergegeven. Als u wilt dat alle knoppen worden weergegeven, kunt u de werkbalk naar een andere positie verplaatsen.
De knop Werkbalkopties bevindt zich aan de rechterzijde van de werkbalk. Deze knop heeft de volgende drie weergavemogelijkheden:
- Op een werkbalk in een document wanneer alle knoppen zichtbaar zijn.
- Met punthaken op een werkbalk in een document waarmee wordt aangegeven dat er meer knoppen beschikbaar zijn.
- Op een zwevende werkbalk in de titelbalk naast de knop Sluiten.
Er is een snelle manier om knoppen op een bestaande werkbalk toe te voegen of te verwijderen, namelijk door de knop Werkbalkopties te gebruiken. Deze methode kan worden gebruikt voor elke werkbalk en biedt alle beschikbare knoppen voor het type opdrachten dat bij die werkbalk hoort. Zo biedt de knop Werkbalkopties op de werkbalk Afbeeldingen alle knoppen die beschikbaar zijn voor het werken met afbeeldingen.
Als u deze functie wilt gebruiken, klikt u achtereenvolgens op de knop op de werkbalk die u wilt veranderen (1), op Knoppen toevoegen of verwijderen (2)en op de naam van de werkbalk (3). De lijst met beschikbare knoppen wordt dan weergegeven waarbij een selectiemarkering (4) is geplaatst naast de knoppen die op dat moment op de werkbalk aanwezig zijn.
U voegt een knop toe aan de werkbalk door te klikken op de knopnaam, waarna deze wordt voorzien van een selectiemarkering. U verwijdert een knop door te klikken op de knopnaam, waarna de selectiemarkering verdwijnt. Zo gemakkelijk is het.
Als u de knoplijst wilt sluiten, klikt u gewoon ergens anders in het venster.
Het toevoegen van een knop aan een werkbalk, kan ook via het tabblad Opdrachten van het dialoogvenster Aanpassen. De verschillende typen opdrachten worden weergegeven in de lijst Categorieën. De categorieën zijn ingedeeld volgens de gebruikelijke structuur van menu's en werkbalken: opmaakopdrachten als vet en cursief staan dus in de categorie Opmaak.
Als u weet bij welke categorie u moet zijn, kunt u een bepaalde actie opzoeken in de lijst Opdrachten. Als u de actie als knop op een werkbalk wilt, sleept u de actie naar de gewenste positie op de desbetreffende werkbalk.
Zoals u in de afbeelding kunt zien, is aan sommige opdrachten een pictogram gekoppeld. Dit pictogram wordt het knopvlak dat op de werkbalk wordt weergegeven. Als u een opdracht zonder pictogram op een werkbalk plaatst, wordt de desbetreffende opdracht op de werkbalk geplaatst als een knop met tekst.
Het dialoogvenster Aanpassen is het beginpunt voor alle werkbalkaanpassingen. Dit venster kan worden geopend vanuit het menu Extra (opdracht Aanpassen), het menu Beeld (vervolgmenu Werkbalken) of de knop Werkbalkopties.
Zoals u in de afbeelding kunt zien, bevat het dialoogvenster Aanpassen drie tabbladen. Een voor werkbalken, een voor opdrachten en menu's en een voor alle overige opties voor aanpassing. In dit venster kunt u niet alleen werkbalken wijzigen en maken, maar deze ook opnieuw instellen en verwijderen.
Wanneer het dialoogvenster is geopend, kunnen werkbalken worden bewerkt wat betekent dat ze op dat moment niet werken. Als u dus op een werkbalkknop klikt, zal er niets gebeuren.
Om een knop te verplaatsen, klikt u, terwijl het dialoogvenster Aanpassen is geopend, buiten het dialoogvenster op de werkbalk of de knop die u wilt verplaatsen en sleep deze naar de gewenste positie.
Het geselecteerde onderdeel dat u wilt verplaatsen, is gemarkeerd met een dichte, zwarte rand. De invoegpositie wordt aangegeven door een zwarte I-markering die verticaal of horizontaal kan zijn geplaatst. De aanwijzer is voorzien van een grijze rechthoek om aan te geven dat u iets aan het verplaatsen bent.
Als u slechts enkele knoppen gebruikt van een groot aantal werkbalken is het een goed idee om een nieuwe werkbalk te maken. Door één eigen werkbalk te ontwerpen die alles bevat wat u het meest gebruikt, voorkomt u dat een groot gedeelte van het venster in beslag wordt genomen door werkbalken.
Het grootste voordeel van het gebruiken van uw eigen werkbalk is dat alle benodigde opdrachten onmiddellijk beschikbaar zijn. Bovendien hoeft u geen knoppen te verwijderen van bestaande werkbalken: u kunt gewoon knoppen kopiëren naar uw nieuwe werkbalk. Experimenteer dus maar even hiermee en beslis welke knoppen u echt nodig hebt (u kunt ze altijd later wijzigen).
U gebruikt het tabblad Werkbalken van het dialoogvenster Aanpassen om een nieuwe werkbalk te maken. Wanneer u klikt op de knop Nieuw, wordt het dialoogvenster Nieuwe werkbalk geopend waarin u een naam kunt typen voor de werkbalk. De nieuwe werkbalk bevat nog geen knoppen.
U moet er vervolgens knoppen aan toevoegen zoals we eerder in dit artikel beschreven.
Wanneer u Word 2007 voor het eerst opent, wordt u mogelijk verrast door het nieuwe uiterlijk. De meeste veranderingen hebben betrekking op het lint, het gebied dat de bovenkant van Word beslaat en de werkbalken uit de eerdere Word-versies vervangt.
Op het lint worden de meest gebruikte opdrachten op de voorgrond geplaatst, zodat u niet her en der in het programma op zoek hoeft naar de functies die u altijd gebruikt.
Het lint bevat drie basisonderdelen.
- Tabbladen. Langs de bovenkant bevinden zich zeven basistabbladen. Elk tabblad vertegenwoordigt een activiteitengebied.
- Groepen. Elk tabblad bevat verschillende groepen, waarin verwante items samen worden weergegeven.
- Opdrachten. Een opdracht is een knop, een vak waarin informatie kan worden ingevoerd of een menu.
Alle items op een tabblad zijn zorgvuldig geselecteerd al naargelang van de activiteiten die gebruikers uitvoeren. Zo bevat het tabblad Start alle items die u het meest gebruikt, zoals de opdrachten in de groep Lettertype waarmee u het lettertype kunt wijzigen: Lettertype, Tekengrootte, Vet, Cursief, enzovoort.
Het kan zijn dat u een bepaalde opdracht uit een eerdere versie van Word niet meteen ziet. Geen nood. Bij sommige groepen wordt u in de rechterbenedenhoek een kleine schuine pijl weergegeven. Deze pijl is een startpictogram voor een dialoogvenster. Als u erop klikt, krijgt u meer opties te zien die verband houden met die groep. Deze opties worden vaak weergegeven in de vorm van een dialoogvenster dat u misschien herkent uit een eerdere versie van Word. Het kan ook zijn dat ze worden weergegeven in een taakvenster dat u bekend voorkomt.
In deze nieuwe versie van Word worden bepaalde tabbladen alleen weergegeven wanneer u ze nodig hebt. Stel, u hebt een afbeelding ingevoegd. Nu wilt u er meer mee doen, zoals bijvoorbeeld de tekstomloop om de afbeelding wijzigen of de afbeelding bijsnijden.
U selecteert dan de afbeelding. Het tabblad Hulpmiddelen voor afbeeldingen wordt weergegeven. Klik op dat tabblad.
Er worden aanvullende groepen en opdrachten weergegeven voor het werken met afbeeldingen, zoals de groep Afbeeldingsstijlen.
Wanneer u buiten de afbeelding klikt, wordt het tabblad Hulpmiddelen voor afbeeldingen verborgen en verschijnen de andere groepen weer.
Ook voor andere activiteitengebieden, zoals tabellen, tekeningen, diagrammen en grafieken worden tabbladen weergegeven op het moment dat u ze nodig hebt.
Sommige opmaakopdrachten zijn zo nuttig dat u ze altijd binnen bereik wilt hebben, wat u ook aan het doen bent. U wilt bijvoorbeeld snel een tekst opmaken.
Selecteer de tekst met de muis en wijs vervolgens de selectie aan.
De miniwerkbalk wordt vervaagd weergegeven. Wanneer u met de crursor op de miniwerkbalk komt, wordt deze scherp weergegeven en kunt u op een opmaakoptie klikken.
De miniwerkbalk is heel handig voor opmaakopties, maar wat als u opdrachten van een ander type altijd binnen handbereik wilt hebben? In dat geval gebruikt u de werkbalk Snelle toegang.
De werkbalk Snelle toegang is het kleine gebied links boven het lint. De werkbalk bevat de opdrachten die u elke dag opnieuw gebruikt: Opslaan, Ongedaan maken en Opnieuw. U kunt er uw favoriete opdrachten aan toevoegen zodat u die altijd binnen handbereik hebt, ongeacht het tabblad waarop u zich bevindt.
Door aan de rechterkant op de zwarte pijl te klikken, krijgt u een lijst te zien van andere veelgebruikte knoppen die u kan toevoegen aan de werkbalk Snelle toegang. Een knop voor een Nieuw document, of een knop Afdrukken zijn steeds gemakkelijk.
Een knop uit het lint toevoegen aan de werkbalk Snelle toegang kan heel eenvoudig door met de rechtermuisknop in het lint op de betreffende knop te klikken en vervolgens Toevoegen aan werkbalk Snelle toegang te kiezen.
Door ergens op de werkbalk Snelle toegang te klikken met de rechtermuisknop verschijnt een selectie waaruit u Werkbalk Snelle toegang aanpassen kiest. Er gaat een dialoogvenster open. Helemaal links in dit venster klikt u op Aanpassen.
In de rechter kolom staan alle knoppen die u op dat moment al in uw werkbalk Snelle toegang hebt geplaats. Klik op de knop die u wilt verplaatsen en doe dat met de pijltjesknoppen rechts naast de kolom. Door de knop naar boven of naar beneden te verplaatsen, verplaatst u hem op de werkbalk. Zo kunt u al uw knoppen in een logische volgorde bij elkaar plaatsen.
Auteur: Leen Baekelandt |
Publicatie: 12-03-2009 |
Update: 12-03-2009