Mens & Mening
Tien jaar was Truong Thi Quyên (38) toen haar vader, een Vietnamese visser, met zijn boot uitvoer en nooit meer terugkwam. Als bootvluchteling kwam hij in ons land terecht. Vijf jaar later volgde zijn gezin. Vandaag is Quyên de eigenares van een trendy Vietnamees restaurant in hartje Brussel.
“Ik hield heel veel van mijn vader en ik was zo bang dat hij dood was”, herinnert ze zich. Toen Quyêns moeder een vijftal dagen later haar man als vermist ging opgeven, werd ze meteen in de gevangenis gestopt. “Daar stond ik dan, met mijn broertje van tweeënhalve maand op mijn arm. Toen ben ik echt ingestort, ik ben beginnen huilen en roepen, ben naar mijn tantes en ooms gelopen voor hulp.”
Gevlucht
Pas later blijkt dat Quyêns vader naar het buitenland gevlucht is, een beter leven tegemoet, en uiteindelijk wordt haar moeder, die niet van zijn plannen afwist, vrijgelaten. Maar daarmee is de ellende niet voorbij. “De toekomst was zwart geworden. Mijn vader was weg en met hem en de boot ook al onze middelen van bestaan. Onze moeder bleef alleen achter met zes kinderen en geen inkomen. We dreigden te verhongeren, ik heb toen dagenlang gehuild. Mijn moeder heeft toen geld geleend en is toen begonnen met eten te verkopen. Zij en ik stonden voortaan om drie uur ’s ochtends op, om het ontbijt voor te bereiden dat we tussen vijf en zes verkochten. Daarna keerde ik terug naar huis om mijn broertjes en zusjes eten te geven, te wassen en aan te kleden, om zeven uur moest ik naar school en als die om één uur afgelopen was, begon ik met het huishouden. De was en de plas, want mijn moeder moest werken: eten maken en dat verkopen. Af en toe was er geen geld in huis en om niet te verhongeren moest ik dan eten op krediet gaan kopen. Dan vloekten de handelaars en scholden ze me uit, maar als ik dan smekend en huilend beloofde om meer te betalen zodra er weer geld was, kreeg ik dan toch iets mee. Dat was hard, heel hard.”
Op weg naar het paradijs?
Toen ze vijftien was, kon haar vader zijn gezin laten overkomen naar België, waar hij inmiddels een nieuw leven opgebouwd had. “Toen we hoorden dat we naar België mochten, waren we ongelooflijk blij. We gingen naar het paradijs. Ik stelde me iets voor als Las Vegas: overal licht en glamour, iets totaal anders dan het platteland en de zee, waar ik als dochter van een visserszoon en een boerendochter opgegroeid was.
In de bus van Zaventem naar Wichelen wist ik niet wat ik zag: grazende koeien, velden… Ik had verwacht dat we supergelukkig zouden zijn, als ons gezin eindelijk herenigd zou zijn, maar ik heb elke dag gehuild. Ik verstond geen woord van wat er gezegd werd, op school had ik enkel een beetje Russisch geleerd, geen woord Engels, ik was bang voor alles.”
“Achteraf bekeken was het heel goed voor ons dat we in Wichelen (West-Vlaanderen, nvdr) terechtgekomen zijn en niet in een grote, anonieme stad als Brussel. We zijn met veel liefde opgevangen door de mensen daar en vooral door de pastoor en de onderpastoor, die ons ook de hier geldende normen hebben geleerd. Het is gewoon zo belangrijk dat je je leert gedragen zoals het hier hoort: niet met je mond open eten, geen boertjes,…
Van stripverhalen tot restaurant
Na zes maanden kon ik mijn plan trekken in het Nederlands, ik heb hard gewerkt op school, dinsdagavond ging ik naar de les Nederlands, op vrijdag en zaterdag ging ik in restaurants afwassen. Toen ik hier in Brussel werk zocht, was dat moeilijk, omdat mijn Nederlands en Frans verre van perfect waren. Dus ben ik maar zelf iets begonnen, een klein winkeltje met manga, Japanse stripverhalen. Later dan een snackbar (lacht)… een soort Vietnamese McDonalds. En nu is er mijn Vietnamees restaurant, Little Asia. Ik ben er trots op, werk er voortdurend aan om het nog beter te doen, nog perfecter te maken. Ik ben supergelukkig met mijn zaak en mijn gezin. En ik weet: ik zal nooit verhongeren.”
“Ik vertel mijn kinderen heel vaak over vroeger, ik wil dat ze weten dat hun mama keihard gewerkt heeft voor elke frank die zij gebruiken om te sms’en. “Dat verhaal hebben we al zo vaak gehoord”, zeggen ze wel eens. Maar ze doen het goed op school en ik heb een geweldige man die bij hen is als ik werk. Ik sta nooit stil, ik wil altijd maar vooruit en ik kan moeilijk delegeren (toont haar armen) Kijk, stresseczeem. Ik wilde gaan sporten om die stress kwijt te spelen, maar de dokter zegt dat ik energie moet recupereren.”
Liefde voor mijn land
“Toen we naar België vertrokken, was ik zo ontzettend blij dat we weg gingen uit Vietnam. Maar nadat ik er met mijn gezin naar teruggekeerd ben, ben ik weer van dat land gaan houden. Met twee andere ondernemers van Vietnamese oorsprong heb ik een organisatie opgericht die Vietnamezen en Belgen dichter bij elkaar moet brengen. En ik probeer ervoor te zorgen dat mijn familie het daar beter heeft. Ik ben niet boos op het regime dat mijn vader ontvlucht is, ik heb zelfs heel veel bewondering voor Ho Chi Minh, ik heb ontzettend veel van en over hem gelezen. En ik relativeer wat ik zelf meegemaakt heb als ik bedenk wat mijn ouders en grootouders allemaal moeten hebben doormaken. Mijn grootvader bijvoorbeeld, die zowel de oorlog tegen de Fransen als die tegen de Amerikanen meegemaakt heeft.”
Quyêns verhaal werd opgetekend door Alain Coninx in Quyên. Mijn verhaal. Mijn keuken - Linkeroever uitgevers - € 24,95 - isbn 978 90 572 0322 0.
Auteur: Ariane De Borger |
Publicatie: 31-08-2010 |
Update: 31-08-2010Quyên: Ik weet, ik zal nooit verhongeren
Tien jaar was Truong Thi Quyên (38) toen haar vader, een Vietnamese visser, met zijn boot uitvoer en nooit meer terugkwam. Als bootvluchteling kwam hij in ons land terecht. Vijf jaar later volgde zijn gezin. Vandaag is Quyên de eigenares van een trendy Vietnamees restaurant in hartje Brussel.“Ik hield heel veel van mijn vader en ik was zo bang dat hij dood was”, herinnert ze zich. Toen Quyêns moeder een vijftal dagen later haar man als vermist ging opgeven, werd ze meteen in de gevangenis gestopt. “Daar stond ik dan, met mijn broertje van tweeënhalve maand op mijn arm. Toen ben ik echt ingestort, ik ben beginnen huilen en roepen, ben naar mijn tantes en ooms gelopen voor hulp.”
Gevlucht
Pas later blijkt dat Quyêns vader naar het buitenland gevlucht is, een beter leven tegemoet, en uiteindelijk wordt haar moeder, die niet van zijn plannen afwist, vrijgelaten. Maar daarmee is de ellende niet voorbij. “De toekomst was zwart geworden. Mijn vader was weg en met hem en de boot ook al onze middelen van bestaan. Onze moeder bleef alleen achter met zes kinderen en geen inkomen. We dreigden te verhongeren, ik heb toen dagenlang gehuild. Mijn moeder heeft toen geld geleend en is toen begonnen met eten te verkopen. Zij en ik stonden voortaan om drie uur ’s ochtends op, om het ontbijt voor te bereiden dat we tussen vijf en zes verkochten. Daarna keerde ik terug naar huis om mijn broertjes en zusjes eten te geven, te wassen en aan te kleden, om zeven uur moest ik naar school en als die om één uur afgelopen was, begon ik met het huishouden. De was en de plas, want mijn moeder moest werken: eten maken en dat verkopen. Af en toe was er geen geld in huis en om niet te verhongeren moest ik dan eten op krediet gaan kopen. Dan vloekten de handelaars en scholden ze me uit, maar als ik dan smekend en huilend beloofde om meer te betalen zodra er weer geld was, kreeg ik dan toch iets mee. Dat was hard, heel hard.”
Op weg naar het paradijs?
Toen ze vijftien was, kon haar vader zijn gezin laten overkomen naar België, waar hij inmiddels een nieuw leven opgebouwd had. “Toen we hoorden dat we naar België mochten, waren we ongelooflijk blij. We gingen naar het paradijs. Ik stelde me iets voor als Las Vegas: overal licht en glamour, iets totaal anders dan het platteland en de zee, waar ik als dochter van een visserszoon en een boerendochter opgegroeid was.
In de bus van Zaventem naar Wichelen wist ik niet wat ik zag: grazende koeien, velden… Ik had verwacht dat we supergelukkig zouden zijn, als ons gezin eindelijk herenigd zou zijn, maar ik heb elke dag gehuild. Ik verstond geen woord van wat er gezegd werd, op school had ik enkel een beetje Russisch geleerd, geen woord Engels, ik was bang voor alles.”
“Achteraf bekeken was het heel goed voor ons dat we in Wichelen (West-Vlaanderen, nvdr) terechtgekomen zijn en niet in een grote, anonieme stad als Brussel. We zijn met veel liefde opgevangen door de mensen daar en vooral door de pastoor en de onderpastoor, die ons ook de hier geldende normen hebben geleerd. Het is gewoon zo belangrijk dat je je leert gedragen zoals het hier hoort: niet met je mond open eten, geen boertjes,…
Van stripverhalen tot restaurant
Na zes maanden kon ik mijn plan trekken in het Nederlands, ik heb hard gewerkt op school, dinsdagavond ging ik naar de les Nederlands, op vrijdag en zaterdag ging ik in restaurants afwassen. Toen ik hier in Brussel werk zocht, was dat moeilijk, omdat mijn Nederlands en Frans verre van perfect waren. Dus ben ik maar zelf iets begonnen, een klein winkeltje met manga, Japanse stripverhalen. Later dan een snackbar (lacht)… een soort Vietnamese McDonalds. En nu is er mijn Vietnamees restaurant, Little Asia. Ik ben er trots op, werk er voortdurend aan om het nog beter te doen, nog perfecter te maken. Ik ben supergelukkig met mijn zaak en mijn gezin. En ik weet: ik zal nooit verhongeren.”
“Ik vertel mijn kinderen heel vaak over vroeger, ik wil dat ze weten dat hun mama keihard gewerkt heeft voor elke frank die zij gebruiken om te sms’en. “Dat verhaal hebben we al zo vaak gehoord”, zeggen ze wel eens. Maar ze doen het goed op school en ik heb een geweldige man die bij hen is als ik werk. Ik sta nooit stil, ik wil altijd maar vooruit en ik kan moeilijk delegeren (toont haar armen) Kijk, stresseczeem. Ik wilde gaan sporten om die stress kwijt te spelen, maar de dokter zegt dat ik energie moet recupereren.”
Liefde voor mijn land
“Toen we naar België vertrokken, was ik zo ontzettend blij dat we weg gingen uit Vietnam. Maar nadat ik er met mijn gezin naar teruggekeerd ben, ben ik weer van dat land gaan houden. Met twee andere ondernemers van Vietnamese oorsprong heb ik een organisatie opgericht die Vietnamezen en Belgen dichter bij elkaar moet brengen. En ik probeer ervoor te zorgen dat mijn familie het daar beter heeft. Ik ben niet boos op het regime dat mijn vader ontvlucht is, ik heb zelfs heel veel bewondering voor Ho Chi Minh, ik heb ontzettend veel van en over hem gelezen. En ik relativeer wat ik zelf meegemaakt heb als ik bedenk wat mijn ouders en grootouders allemaal moeten hebben doormaken. Mijn grootvader bijvoorbeeld, die zowel de oorlog tegen de Fransen als die tegen de Amerikanen meegemaakt heeft.”
Quyêns verhaal werd opgetekend door Alain Coninx in Quyên. Mijn verhaal. Mijn keuken - Linkeroever uitgevers - € 24,95 - isbn 978 90 572 0322 0.
Auteur: Ariane De Borger |
Publicatie: 31-08-2010 |
Update: 31-08-2010