Is uw auto winterklaar?
Winterwapens
In de winter moet u zeker volgende spullen bij de hand hebben:
- Een spuitbus met ruitenontdooier. Die kan ook handig zijn wanneer de deuren dichtgevroren zijn - op voorwaarde dat u de spuitbus natuurlijk niet in de wagen bewaart.
- Een busje slotenontdooier dat u natuurlijk evenmin in de wagen bewaart, anders dient het tot niets! Dit is niet groot. Steek het in uw jaszak of handtas.
- Een ijskrabber
- Een zachte borstel om de wagen sneeuwvrij te maken
- Een doek om de lampen schoon te maken
- Handschoenen
- Een proper doek om de voorruit schoon te wrijven
- Papier, karton of thermische folie om de voorruit af te dekken
- Enkele stukken oude tapijt kunnen het wegrijden uit diepe sneeuw vergemakkelijken
- Een extra warme jas en/of een dekentje. Als u pech hebt, werkt ook de verwarming van uw wagen niet en kan het verrassend koud zijn tijdens het wachten op de pechdienst.
Wat te doen voor de winter begint?
Een bezoekje aan de garage voor het echte vriesweer begint, is geen overbodige luxe. Volgende dingen moeten zeker gebeuren:
- Laat batterij en ontstekingssysteem grondig nakijken. Bij niet-onderhoudsvrije batterijen is het nodig om het vloeistofpeil te controleren en zo nodig bij te vullen.
- Zorg ervoor dat de batterij proper is. Stof en vuil op de batterij kunnen zorgen voor slecht contact en stroomverlies.
- Laat ook de aandrijfriem naar de alternator nakijken op spanning en slijtage. Alleen wanneer de alternator correct functioneert, zal die genoeg stroom opwekken voor alle stroomverbruikers en het opladen van de batterij
- Laat het koelsysteem van watergekoelde wagens nakijken en laat antivriesmiddel toevoegen.
- Ruitenwisserbladen nakijken en het sproeierreservoir bijvullen met antivries
- Laat de filters van dieselwagens preventief vervangen en controleer de voorverwarming
- Controleer de profieldiepte van de banden. 2 mm is een absoluut minimum, 4-5 mm is beter. Zorg ook voor de juiste bandenspanning, die mede bepalend is voor de baanvastheid van de wagen.
Problemen met de batterij
Door de lage wintertemperaturen zijn startproblemen één van de klassiekers. De capaciteit van de batterij kan bij grote koude tot 50 % dalen en bovendien wordt de startweerstand van de motor groter. Door een defecte of ontladen batterij zal op een gegeven moment de motor niet meer kunnen starten. Ook moderne wagens zijn kwetsbaar omdat diezelfde batterij steeds meer energieverbruikers moet voeden. De motor slorpt al heel wat energie op. Daarbij komt nog de verlichting, de achterruitverwarming, de ventilator, de autoradio of cd-speler, gps enz. Uiterst kwetsbaar zijn auto’s die haast uitsluitend korte afstanden rijden, zodat de batterij nooit de kans krijgt om zichzelf volledig op te laden.
Wat kunt u doen?
- Schakel bij het starten alle onnodige stroomverbruikers uit en ontsteek de lichten pas na het starten
- Ontkoppel bij het starten, zodat de starter de minste weerstand ondervindt
- Om uw batterij op te laden moet u af en toe eens een grote rit maken van een 50-tal kilometers, liefst op een snelweg. Wie weinig kilometers rijdt of uitsluitend korte trajecten doet, koopt best een batterijlader.
| Wanneer de batterij volledig leeg is, heeft het geen zin de wagen op gang te trekken. Het motormanagement krijgt geen stroom, zodat de motor nooit kan starten. Het risico op ongeval is groter, vermits servosturing en rembekrachtiging niet werken. |
Dieselwagens
Dieselrijders krijgen vooral last van lage vriestemperaturen omdat waterdeeltjes voor de brandstoffilter bevriezen en zo de doorstroming van brandstof verhinderen. Hierdoor kunt u niet starten of valt u na korte afstand stil. Maar diesel moet ook beveiligd zijn tegen vriestemperaturen. Anders zal de paraffine uitvlokken: bepaalde deeltjes klonteren samen en veroorzaken daardoor verstoppingen. In tankstations wordt vanaf half oktober winterdiesel verkocht. Winterdiesel bevat minder paraffine dan zomerdiesel en stolt dus veel minder snel.
Bij een wagen die buiten staat bij vriestemperaturen is de olie dikker. Jaag het toerental daarom niet meteen te hoog op. Zeker bij een diesel kan dit ernstige schade veroorzaken.
| Vroeger werd in de winter wel eens een beetje benzine bij de diesel gedaan om vlokkenvorming te voorkomen. Doe dat nooit, het kan moderne dieselmotoren ernstig beschadigen. |
Doen en niet doen
- Vul de ruitensproeiervloeistof regelmatig bij met sproeivloeistof die lage temperaturen aankan.
- Reinig de koplampen, richtingaanwijzers en achterlichten een- tot tweemaal per week en controleer regelmatig of alle lampen werken
- Verwijder alle ijs van de ramen én de buitenspiegels vooraleer u vertrekt. Zien en gezien worden is van levensbelang in de donkere wintermaanden
- Maak de wagen volledig sneeuwvrij. Veeg dus ook de motorkap, het dak en het kofferdeksel. Dat bent u overigens wettelijk verplicht, net zoals het ijsvrij maken van alle ruiten
- De airconditioning bewijst ook ’s winters zijn nut omdat ze de vochtigheid van de lucht verlaagt en dus het aandampen van de binnenruiten voorkomt. Ook technisch is het raadzaam de airconditioning regelmatig te gebruiken
- Het is belangrijk om tijdens de strooiperiode de wagen regelmatig te reinigen om alle zoutresten te verwijderen. Vergeet zeker ook de onderzijde niet onder handen te nemen. Een waslaag aanbrengen op de lak, kan uw wagen extra beschermen.
- Probeer bij een vastgevroren deur het ijslaagje te breken door de deur enkele keren aan te drukken aan te drukken. Ga vooral niet aan de deur trekken, dan beschadigt u het rubber. Lukt dit niet, dan kunt u de ruitenontdooier gebruiken of een plastic zak met heet water tegen de deur aandrukken. Om vastvriezen te voorkomen, talkt u de rubberstrips van portieren, kofferdeksel en motorkap lichtjes in. De rubbers invetten met een oliehoudend product of behandelen met een siliconenspray heeft een zelfde effect. Herhaal dit na elke wasbeurt van de wagen.
- Bij een vastgevroren slot gebruikt u een slotontdooier of verwarmt u de sleutel met een aansteker. Draai daarna voorzichtig de sleutel enkele keren om. Gebruik vooral geen warm water!
- Om te voorkomen dat uw ruitenwissers vastvriezen aan de ramen zet u ze omhoog, steekt u er een karton tussen of laat u ze rusten op kurken van een wijnfles. Zorg ervoor dat uw ruitenwissers niet automatisch aanspringen meteen na het starten vooraleer u nagekeken heeft of ze niet vastgevroren zijn. U beschadigt niet alleen de rubberstrip, maar ook de motor van de ruitenwissers.
- Om te voorkomen dat uw handrem vastvriest, trekt u deze in de winter beter niet aan. Zet de wagen liever in eerste versnelling of in achteruit. Is de handrem toch vastgevroren, tracht dan de hefboom enkele keren harder aan te trekken.
Slippen vermijden
Schakel voor u vertrekt de wagen in tweede versnelling en laat de koppeling heel zachtjes los. De kans dat de banden doorslippen is veel kleiner.
Rijd in een hogere versnelling en schakel rustig terug om af te remmen.
Raakt u tijdens het rijden aan het slippen, ga dan nooit op de rem staan. Blijf kijken en sturen in de richting die u uit wil. Kijk zeker niet naar bomen, paaltjes of andere voertuigen die u wilt vermijden, want dan gaat u er precies op af!
Auteur: Leen Baekelandt | Publicatie: 09-12-2010 | Update: 23-12-2010
REACTIES
3590971: Winterbanden zijn in deze periode zeker geen luxe. Niet alleen nuttig in de sneeuw, maar ook in de regen en dit bij een temperatuur vanaf 7°C en lager.
26 januari 2011 17:18:33
oudyzer: Sorry , een beetje mislopen dus herhaling. Bij slippen ,stuur in de richting naar waar u wenst te rijden en rem zachtjes zonder de de wielen slippen ( best met handrem ) Bij automaat , zet hem in neutraal en doe hetzelfde als hierboven
09 december 2010 18:01:20
oudyzer:
09 december 2010 17:52:10
oudyzer:
09 december 2010 17:51:41

Version
Lettergrootte
RSS
Instellen als
Toevoegen
Hoe werkt




