Inhoud:
Zo onafhankelijk mogelijk blijven, niet toegeven aan de frustraties en aan de vermoeidheid die de ziekte vaak veroorzaakt, het beroeps- en privéleven aanpassen... Het zijn maar enkele van de vele uitdagingen waaraan parkinsonpatiënten het hoofd moeten bieden. "Aangezien we de oorzaken van parkinson niet kennen, beperken de huidige behandelingen zich ertoe de belangrijkste symptomen van de ziekte te minimaliseren, namelijk het beven, de bewegingstraagheid en de spierstijfheid", zegt neuroloog dr. Gaëtan Garraux. Maar ook met het oog op de toekomst, blijven wetenschappers in de hele wereld zoeken naar nieuwe behandelingsmethoden. Een opdracht die niet altijd over rozen leidt (zie verder bij Dwaalsporen) en toch zijn een aantal vooruitzichten positief.
Parkinson kort- De ziekte van Parkinson is een zogenaamde neurodegeneratieve aandoening die vooral patiënten rond de 60 jaar treft.
- De ziekte kenmerkt zich door een verlies van neuronen in een deel van de hersenen, de locus niger.
- Neuronen zijn verantwoordelijk voor de aanmaak van een neurotransmitter, dopamine. Parkinsonpatiënten hebben een tekort aan dopamine.
- De belangrijkste symptomen zijn: beven, bewegingstraagheid (akinesie) en spierstijfheid (hypertonie).
- De oorzaken zijn onbekend. Waarschijnlijk spelen genetische en milieufactoren (pesticiden,...) een rol.
- Bijna 30 000 Belgen lijden aan Parkinson.
|
Behandelingen op basis van dopamine
Parkinson kenmerkt zich door een tekort aan dopamine. Een van de soorten behandelingen bestaat er dan ook in, dit tekort weg te werken.
Met geneesmiddelen
Gewoonlijk wordt de ziekte behandeld met oraal toegediende geneesmiddelen. De patiënt krijgt dan een precursor (een voorloper) van dopamine (L-dopa), een dopamineagonist (een product dat de aanmaak van dopamine stimuleert of dat een gelijkaardige werking heeft) of een combinatie van de twee, naarmate de ziekte evolueert.
Ziekte van Parkinson: nieuwe hoop
Er wordt nog dagelijks gezocht naar nieuwe behandelingsmogelijkheden om de levenskwaliteit van Parkinsonpatiënten optimaal te houden. Recent onderzoek heeft weer heel wat veelbelovends in de pijplijn zitten!Inhoud:
Zo onafhankelijk mogelijk blijven, niet toegeven aan de frustraties en aan de vermoeidheid die de ziekte vaak veroorzaakt, het beroeps- en privéleven aanpassen... Het zijn maar enkele van de vele uitdagingen waaraan parkinsonpatiënten het hoofd moeten bieden. "Aangezien we de oorzaken van parkinson niet kennen, beperken de huidige behandelingen zich ertoe de belangrijkste symptomen van de ziekte te minimaliseren, namelijk het beven, de bewegingstraagheid en de spierstijfheid", zegt neuroloog dr. Gaëtan Garraux. Maar ook met het oog op de toekomst, blijven wetenschappers in de hele wereld zoeken naar nieuwe behandelingsmethoden. Een opdracht die niet altijd over rozen leidt (zie verder bij Dwaalsporen) en toch zijn een aantal vooruitzichten positief.
Parkinson kort- De ziekte van Parkinson is een zogenaamde neurodegeneratieve aandoening die vooral patiënten rond de 60 jaar treft.
- De ziekte kenmerkt zich door een verlies van neuronen in een deel van de hersenen, de locus niger.
- Neuronen zijn verantwoordelijk voor de aanmaak van een neurotransmitter, dopamine. Parkinsonpatiënten hebben een tekort aan dopamine.
- De belangrijkste symptomen zijn: beven, bewegingstraagheid (akinesie) en spierstijfheid (hypertonie).
- De oorzaken zijn onbekend. Waarschijnlijk spelen genetische en milieufactoren (pesticiden,...) een rol.
- Bijna 30 000 Belgen lijden aan Parkinson.
|
Behandelingen op basis van dopamine
Parkinson kenmerkt zich door een tekort aan dopamine. Een van de soorten behandelingen bestaat er dan ook in, dit tekort weg te werken.
Met geneesmiddelen
Gewoonlijk wordt de ziekte behandeld met oraal toegediende geneesmiddelen. De patiënt krijgt dan een precursor (een voorloper) van dopamine (L-dopa), een dopamineagonist (een product dat de aanmaak van dopamine stimuleert of dat een gelijkaardige werking heeft) of een combinatie van de twee, naarmate de ziekte evolueert.
Met een dopaminepomp
Sinds 1 maart 2007 wordt in België een nieuwe behandelingsmethode toegepast, namelijk de rechtstreekse toediening van dopamine in de darmen door middel van een dopaminepomp (Duodopa). Ze is enkel bestemd voor patiënten in een vergevorderde fase van de ziekte. "Want deze behandeling is niet zonder gevaar", zegt dr. Garraux. Er moet immers een verbinding worden gemaakt tussen de huid en de twaalfvingerige darm, via de maag. De pomp wordt gedragen als een schouderband en dient het geneesmiddel dus constant toe. 's Avonds legt de patiënt de pomp stil en 's morgens zet hij ze weer aan."
"Het voordeel van deze behandeling is dat de patiënt niet langer een massa pillen moet slikken. In deze fase van de ziekte zou hij om stabiel te blijven 5, 6 en zelfs 7 keer per dag geneesmiddelen moeten slikken. Bovendien kan de neurologische toestand in de loop van de dag wisselen naarmate de ziekte evolueert. Dankzij de pomp worden de geneesmiddelen constant toegediend en moeten ze niet meer oraal worden ingenomen."
Slechts een beperkt aantal patiënten komt in aanmerking voor een behandeling met de dopaminepomp en de criteria die het RIZIV voor de terugbetaling hanteert zijn streng. Dat deze therapie bijna 700 euro per week kost, is daar allicht niet vreemd aan.
Met een dopaminepatch
Sinds juni 2009 is er ook een patch (of transdermale pleister) verkrijgbaar (Neupro). Ook hiermee wil men de toediening van dopamine makkelijker maken. De patiënt kleeft de patch op zijn arm en vervangt deze om de 24 uur. Het actieve bestanddeel is rotigotine, een dopamine-agonist die via de patch constant wordt toegediend. .
Wat met sporten?Vroeger werd het beweerd, nu is het ook aangetoond: het beoefenen van een regelmatige fysieke activiteit heeft wel degelijk een beschermend effect. Sporten die vrij veel kracht vereisen - zwemmen, tennis, fietsen,... - zouden het meest doeltreffend zijn. "Maar we weten nog niet hoe en waarom", zegt dr. Garraux. "Een oorzakelijk verband is moeilijk te vinden." |
Behandelingen met diepe hersenstimulatie
Sinds 1999 wordt in ons land op beperkte schaal een behandeling met ingeplante elektroden uitgevoerd. Het principe berust op het sturen van een elektrische stroom naar elektroden die in de hersenen zijn ingeplant. Het grootste nadeel is dat deze behandelingsmethode een niet te onderschatten operatie vereist.
Eerst worden (maximaal 5) elektroden ingeplant, ter hoogte van de hypothalamus, 10 tot 12 cm diep in beide hersendelen. De operatie moet onder plaatselijke verdoving gebeuren aangezien de patiënt gedurende de hele ingreep bij bewustzijn moet zijn: hij moet de twee elektroden helpen te selecteren die de beste resultaten opleveren - één per hersendeel. De chirurg kijkt mee of de bevingen verdwijnen, of de spierstijf-heid en de bewegingstraagheid verbeteren en of er eventuele neveneffecten optreden. Op die manier kan de beste elektrode van ieder hersendeel worden behouden, waarna onder algemene verdoving een pacemaker wordt ingeplant. Die moet zorgen voor de elektrische stroom naar de elektroden.
Het is duidelijk dat dit een vrij riskante en dure operatie is. Mede door de strenge criteria van het RIZIV wordt slechts een honderdtal patiënten per jaar geopereerd, al zouden 5 tot 10% van de parkinsonpatiënten in aanmerking kunnen komen voor deze ingreep.
Volgens tal van onderzoeken verbeteren niet alleen de symptomen aanzienlijk na elektrische stimulatie, maar ook de levenskwaliteit. De patiënt is stabieler, zijn toestand wisselt minder en hij voelt zich beter. "Uiteraard is het nog steeds een symptomatische behandeling en wordt de evolutie van de ziekte niet stopgezet. Maar de stimulatieparameters kunnen worden aangepast en de dosis geneesmiddelen wordt gemiddeld beperkt tot de helft."
Er wordt wel heel wat onderzoek verricht om een nog dieper gelegen gebied elektrisch te stimuleren, ter hoogte van de hersenstam. "De eerste patiënten werden reeds geopereerd maar pas over enige tijd zal deze techniek echt naar waarde kunnen beoordeeld worden."
Dwaalsporen
In tegenstelling tot een aantal veelbelovende therapieën, werden andere onderzoeken (tijdelijk of definitief) stopgezet wegens te veel complicaties en/of teleurstellende resultaten.
Menselijke embryocellen
Begin jaren tachtig begonnen wetenschappers de transplantatie van menselijke embryocellen bij parkinson te onderzoeken. Het idee was bij deze embryo's cellen te nemen die dopamine aanmaken, en deze te transplanteren in de hersenen van parkinsonpatiënten. Vandaag wordt deze techniek niet meer gebruikt omdat de behandeling niet doeltreffend blijkt te zijn. Bovendien roept het gebruik van cellen uit menselijke embryo's ethische vragen op...
Injectie van groeifactoren
Een andere techniek die onlangs werd opgegeven, injecteerde groeifactoren in de hersenen. Enerzijds moesten zij het neuronenverlies afremmen, anderzijds de activiteit van de overblijvende neuronen bevorderen.
Hoopgevend onderzoek
Naast de techniek van de elektrische stimulatie, boekt de wetenschap gelukkig ook hoopgevende resultaten met andere onderzoekstechnieken.
Transplantatie van stamcellen
"Het onderzoek op dieren verloopt goed. Toch zal het nog een hele tijd duren voor we deze techniek kunnen toepassen op de mens. Voorlopig werken we dus met knaagdieren en apen die we besmetten met de ziekte van Parkinson. De stamcellen die we voor deze transplantaties gebruiken hebben we gewijzigd in dopamineproducerende cellen", legt dr. Garraux uit. "We zijn daarbij op veel praktische problemen gestoten. Zo is 90% van de transplantaten na enkele weken niet meer functioneel. Maar desondanks blijft deze behandeling een veelbelovend spoor."
Gentherapie
Een andere vernieuwende behandeling die nog in haar kinderschoenen staat, is de gentherapie. "We dienen in een bepaalde hersenstreek een soort virus toe, waarvan we het genoom hebben gewijzigd zodat het bepaalde substanties aanmaakt die volgens ons nuttig zijn voor de behandeling van parkinson. Deze substanties remmen de activiteit van de hypothalamus af, die bij parkinson extreem functioneert wegens het tekort aan dopamine."
In 2007 heeft een onderzoeksteam in New York de eerste resultaten van een onderzoek naar gentherapie bij een twaalftal patiënten bekendgemaakt. "De onderzoekers hadden een virus in een deel van de hersenen geïnjecteerd en zagen een verbetering van de symptomen in het tegenoverliggende deel van de hersenen. Onze hersenen functioneren immers kruiselings: het linkerdeel van de hersenen controleert het rechterdeel van ons lichaam en omgekeerd. Nu gaan ze Fase II onderzoeken. Het zal nog vijf jaar duren voor we kunnen oordelen of deze behandeling effectief is, maar veelbelovend is ze zeker."
Het proces vertragen
De symptomen bestrijden is één ding, maar ook het neuronenverlies dat typisch is voor de ziekte van Parkinson vertragen - en zelfs stoppen - zou een oplossing kunnen bieden. "Ook daar wordt volop onderzoek naar verricht. Op basis van tests met dieren denken we dat sommige bestaande geneesmiddelen een neurobeschermend effect zouden kunnen hebben. Maar om de neuronen te beschermen, zijn ze alleen nuttig indien ze vroegtijdig worden ingenomen, dus niet in een vergevorderde fase van de ziekte. Het is echter moeilijk om te weten wanneer de ziekte precies begint. Volgens ons gebeurt dat enkele jaren voor de eerste symptomen optreden, en die eerste symptomen zijn dan nog niet altijd meteen duidelijk. Soms is het verlies van de reukzin een teken aan de wand, dus niet bevingen, spierstijfheid of bewegingstraagheid. Het is dus zeer moeilijk om de ziekte in een vroeg stadium op te sporen. Op het ogenblik dat de duidelijke symptomen uiteindelijk optreden, is al minstens 50% van de neuronen van de locus niger verdwenen."
"Een van de grootste problemen is trouwens dat er waarschijnlijk niet één, maar meerdere ziekten van Parkinson bestaan, met verschillende oorzaken en verschillende ziektevormen. In de huidige onderzoeken wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de patiënten. In de toekomst zullen behandelingen moeten worden ontwikkeld die gericht zijn op subgroepen van patiënten. Daartoe moeten de oorzaken van de ziekte beter worden bepaald, evenals de mechanismen die leiden tot neuronenverlies. Eens we de oorzaken kennen, kan de behandeling effectiever worden. Maar ook hier geldt uiteraard de voorwaarde dat de ziekte op tijd wordt opgespoord. Een diagnosetest vinden die dat toelaat, is dus van het grootste belang!"
Auteur: Gwenaëlle Ansieau |
Publicatie: 08-04-2010 |
Update: 11-04-2012