Om hierover te beschikken dient u zich te registreren
Nog niet geregistreerd, klik hier Trouwe bezoekers kunnen hier inloggen
Borstreconstructie: steeds veiliger, mooier en beter
Gezondheid
Inhoud:
- Reconstructie: ja of nee?
- Meteen of later?
- Mogelijkheid 1: een implantaat
- Mogelijkheid 2: elders op zoek naar weefsel
- Mogelijkheid 3: de DIEP-flap: een techniek met beter resultaat
- Latere ingrepen: de kroon op het werk
- Het prijskaartje
Het al dan niet laten uitvoeren van een borstreconstructie na een amputatie is een hoogst persoonlijke keuze die elke vrouw voor zichzelf moet maken. Maar het is niet altijd even eenvoudig om volledige en objectieve informatie te krijgen om deze beslissing met kennis van zaken te nemen.
Wanneer wordt zulke ingreep het best uitgevoerd (als u dat wenst)? Wat zijn de verschillende mogelijkheden? Wat is het verschil tussen een ingreep met een prothese en de technieken met lichaamseigen weefsel? Hoeveel ingrepen zullen noodzakelijk zijn en wat mag u van het eindresultaat verwachten? Waar moet u achteraf nog rekening mee houden? En wat is het prijskaartje dat aan al deze ingrepen vasthangt? Plus Magazine stak zijn licht op bij plastisch chirurg dr. Peter Ceulemans en bij drie vrouwen die het allemaal hebben meegemaakt.
Borstreconstructie: steeds veiliger, mooier en beter
Een borstamputatie is een ingrijpende operatie. Gelukkig kunnen nu borstreconstructies worden uitgevoerd met een zeer natuurlijk resultaat en weinig risico’s.Inhoud:
- Reconstructie: ja of nee?
- Meteen of later?
- Mogelijkheid 1: een implantaat
- Mogelijkheid 2: elders op zoek naar weefsel
- Mogelijkheid 3: de DIEP-flap: een techniek met beter resultaat
- Latere ingrepen: de kroon op het werk
- Het prijskaartje
Het al dan niet laten uitvoeren van een borstreconstructie na een amputatie is een hoogst persoonlijke keuze die elke vrouw voor zichzelf moet maken. Maar het is niet altijd even eenvoudig om volledige en objectieve informatie te krijgen om deze beslissing met kennis van zaken te nemen.
Wanneer wordt zulke ingreep het best uitgevoerd (als u dat wenst)? Wat zijn de verschillende mogelijkheden? Wat is het verschil tussen een ingreep met een prothese en de technieken met lichaamseigen weefsel? Hoeveel ingrepen zullen noodzakelijk zijn en wat mag u van het eindresultaat verwachten? Waar moet u achteraf nog rekening mee houden? En wat is het prijskaartje dat aan al deze ingrepen vasthangt? Plus Magazine stak zijn licht op bij plastisch chirurg dr. Peter Ceulemans en bij drie vrouwen die het allemaal hebben meegemaakt.
Reconstructie: ja of neen?
Eén vrouw op de tien ontwikkelt borstkanker. Gelukkig kunnen veel van deze vrouwen tegenwoordig geholpen worden met een borstsparende ingreep. Bij een aantal patiënten blijft het echter noodzakelijk de volledige borstklier weg te nemen. Op dat ogenblik moet vaak al een eerste beslissing genomen worden: zal de vrouw wel of niet een borstreconstructie laten uitvoeren?
- Sommige vrouwen beslissen geen borstreconstructie te laten uitvoeren. Dit kan om diverse redenen gebeuren: omdat ze hun nieuwe lichaamsbeeld aanvaarden en een ingreep bijgevolg niet nodig vinden, omdat ze bang zijn voor een nieuwe heelkundige ingreep, omdat ze (overigens onterecht) vrezen dat een reconstructie een invloed zou hebben op het risico op recidiven of uitzaaiingen, om financiële redenen of omdat ze onvoldoende geïnformeerd zijn over de mogelijkheden van een borstreconstructie.
- Een andere groep vrouwen ziet het helemaal niet zitten om verder te leven met één (of zonder) borst. Zij kunnen zich niet verzoenen met deze verminking. Dan volgt een tweede beslissing: gebeurt de reconstructie meteen bij de amputatie (een primaire reconstructie) of op een later tijdstip (een secundaire reconstructie). Deze keuze is niet volledig vrij. Er moet immers rekening gehouden worden met de eventuele noodzaak van een bijkomende behandeling (chemo- of radiotherapie) en de algemene toestand van de
patiënte. „Radiotherapie en chemotherapie hebben een belangrijke invloed op de wondheling. Daarom wordt met deze nabehandeling het best pas na volledige wondgenezing gestart. Een onmiddellijke reconstructie met lichaamseigen weefsel kan achteraf bestraald worden, ook al is dat geen aanrader”, legt dokter Peter Ceulemans uit. „Het bestralen van een prothese daarentegen is vragen om problemen. Dit leidt tot een onaanvaardbaar hoog aantal verwikkelingen zoals kapselcontractuurvorming, wondfistels, blootkomen van de prothese,...”
Zowel een primaire als een secundaire reconstructie hebben specifieke voor- en nadelen.
Meteen of later?Zowel een primaire (meteen op het ogenblik van de amputatie) als een secundaire (op een later tijdstip, tot jaren na de amputatie) reconstructie heeft voor- en nadelen. Primaire reconstructie
Nadelen:
Secundaire reconstructie
Nadelen:
|
Mogelijkheid 1: een implantaat
Eenmaal de beslissing gevallen is om een borstreconstructie te laten uitvoeren, moet nog bepaald worden of de patiënte een reconstructie met een implantaat wil of uitsluitend met lichaamseigen weefsel.
- Over het algemeen kun je zeggen dat een kleine borst die niet erg doorzakt, kan nagebootst worden met een implantaat. „De borstreconstructie met een implantaat bestaat al heel lang”, legt dokter Ceulemans uit. „Implantaten zijn een soort ballonnetjes in silicone die onder de spieren en de huid worden geplaatst. De vulling bestaat meestal eveneens uit silicone of uit water. Silicone is nog steeds het door het lichaam het best aanvaarde en aangenaamst aanvoelende materiaal. En hoewel er in de media regelmatig sprake was van eventueel gevaar bij het vrijkomen van
silicone als de prothese gaat lekken, heeft nog geen enkele studie een verband kunnen leggen tussen het vrijkomen van silicone enerzijds, en kanker of bindweefselziekten anderzijds. De siliconenprothesen zijn in de loop der tijden ook geëvolueerd. De silicone is nu vaster zodat hij bij een scheur in de prothese ter plaatse blijft. Watergevulde prothesen hebben een hoger lekkagerisico en geven vaker rimpelvorming ter hoogte van de dunne, overliggende huid. Het voordeel hiervan is dan weer dat deze leeg kunnen worden ingebracht via een veel kleinere insnede om nadien gevuld te worden. - Na radiotherapie is het gebruik van een prothese niet raadzaam omdat de bestraling de kwaliteit van de huid vermindert en ook veel gemakkelijker aanleiding geeft tot de vorming van een hinderlijk kapsel rond de prothese (een zogenaamde kapselcontractuur). De borst wordt bol, hard en pijnlijk. Een bestraalde huid geneest ook minder goed en er ontstaan makkelijker wonden, zeker wanneer met een expander moet worden gewerkt en dat is meestal het geval. Enkel wanneer er voldoende huid aanwezig is (bijv. bij een primaire reconstructie) kan de prothese onmiddellijk geplaatst worden. In alle overige gevallen wordt tijdens een eerste ingreep een expander geplaatst om spier en huid te rekken. Twee tot drie weken na het plaatsen wordt gestart met het vullen van de expanderprothese. Daarna wordt ze wekelijks bijgevuld tot het gewenste volume bekomen is. Tijdens een tweede ingreep wordt de expander geruild voor de definitieve prothese. Soms wordt gebruik gemaakt van een permanente, expandeerbare prothese, zodat deze tweede ingreep niet meer nodig is.
- Wanneer een prothese in optimale omstandigheden geplaatst kan worden, biedt deze methode het voordeel dat het om een korte en eenvoudige ingreep gaat, die vrij snel resultaat geeft en geen bijkomende littekens oplevert”, stelt dokter Ceulemans. „Maar op lange termijn bestaat de mogelijkheid van kapselvorming, zodat de borst vervormt, hard en pijnlijk wordt. Andere mogelijke verwikkelingen zijn verplaatsing en asymmetrie, lekkage van de prothese of infectie. Het resultaat zal haast altijd minder natuurlijk zijn dan bij een reconstructie met eigen weefsel zowel qua uitzicht als qua aanvoelen. Bovendien veranderen implantaten niet van volume wanneer de patiënte verdikt of vermagert.”
Mogelijkheid 2: elders op zoek naar weefsel
Om het implantaat te beschermen wordt vaak gebruik gemaakt van eigen weefsel. Met die bedoeling kan een reconstructie met een rugflap worden uitgevoerd. Hierbij wordt het geheel of een deel van de brede rugspier met overliggende huid en vetweefsel doorheen een tunnel onder de oksel naar voor gebracht. Met dit weefsel wordt dan over de prothese een nieuwe borst gevormd. De bloedvaten van de flap blijven verbonden en de nieuwe borst wordt dus doorbloed vanuit de rug”, legt dokter Ceulemans uit. „Het nadeel van deze techniek is een bijkomend litteken op de rug en een verschil in kleur en textuur van de huid. Bovendien wordt een van de grootste spieren van het lichaam opgeofferd wat toch enig functieverlies kan geven en blijft men uiteindelijk met een lichaamsvreemd implantaat werken.”
- Een andere mogelijkheid waarbij uitsluitend met lichaamseigen weefsels wordt gewerkt, dus zonder implantaat, is de TRAM-flap „Met deze flap uit de lage buikstreek kunnen grotere volumes gereconstrueerd worden zonder de noodzaak van een prothese. Vandaar dat deze techniek vaak gebruikt wordt wanneer de huid ter hoogte van de borst door chemo- of radiotherapie beschadigd is. In de lage buikstreek is de huid en het vetweefsel van uitstekende kwaliteit om er een borstreconstructie mee uit te voeren.
- Bij de gesteelde TRAM-flap wordt de doorbloeding van de flap nooit onderbroken. De rechte buikspier wordt onderaan doorgesneden en met huid en vetweefsel door een onderhuidse tunnel naar de borstzone gebracht. Een eerste nadeel van deze techniek is dat een rechte buikspier wordt opgeofferd, wat leidt tot een afname van de stevigheid van de buikwand. Dat kan op zijn beurt aanleiding geven tot breuken. Anderzijds kunnen bij het draaien van de spier de bloedvaten afgeknikt worden, met doorbloedingsproblemen voor de flap tot gevolg.
- Om aan de nadelen van de gesteelde TRAM-flap te verhelpen werd de techniek met de vrije TRAM-flap ontwikkeld. Hierbij wordt slechts het onderste deel van de rechte buikspier (geheel of gedeeltelijk) weggenomen en worden de bloedvaten die de flap van bloed voorzien in de lies doorgesneden zodat de flap volledig vrij is. Helaas merkt men dat bij deze techniek, zelfs indien zeer weinig spier wordt meegenomen, toch de volledige spier ontzenuwd wordt en op termijn wegkwijnt. Ter hoogte van de borstwand worden de twee bloedvaten van de flap aangesloten op twee andere bloedvaten: ofwel in de oksel ofwel langsheen het borstbeen. Aan deze ingreep komt bijgevolg microchirurgie te pas, wat betekent dat de ingreep een stuk langer duurt dan een reconstructie met een gesteelde flap. Het is ook ter hoogte van de hechting van de bloedvaten dat de belangrijkste verwikkelingen zich bij deze techniek kunnen voordoen. Klontervorming of trombose ter hoogte van de aansluiting van de vaten doet zich vooral de eerste dagen voor. Vandaar dat deze patiëntes gedurende die periode zeer intensief gevolgd moeten worden en de chirurg steeds klaar moet staan om in te grijpen indien nodig. Zoniet kan het getransplanteerde weefsel volledig verloren gaan. Dit is een verwikkeling die zich bij microchirurgie in ongeveer 2 a 3 % van de gevallen voordoet.”
Mogelijkheid 3: de DIEP-flap: een techniek met beter resultaat
Tegenwoordig is er meer en meer vraag naar borstreconstructies met gebruik van een DIEP-flap.
- „Hierbij wordt enkel huid en vetweefsel onderaan de buik weggenomen. De voedende bloedvaten die doorheen de rechte buikspier lopen worden vrijgemaakt, maar de spier zelf wordt volledig gespaard. „Dit is de microchirurgische techniek die voor het eerst werd beschreven door prof. dr. Blondeel van het U.Z. Gent en waar ik mij op toegelegd heb”, verklaart dokter Ceulemans. „Helaas wordt deze techniek enkel in Gent en Leuven courant toegepast en slechts af en toe in andere centra. Om deze zware ingreep regelmatig uit te voeren heb je immers teams van chirurgen nodig. Als privé werkend plastisch chirurg, voer ik slechts één zulke ingreep per maand uit. Ik wil dat de patiënte volledig hersteld is en alle gevaar op verwikkelingen geweken is, vooraleer ik een volgende ingreep uitvoer. Maar door het geringe aantal plaatsen waar de ingreep wordt uitgevoerd, bestaan er wachtlijsten die oplopen tot 1,5 à 2 jaar, en zelfs langer.
- Het feit dat de buikspier volledig behouden blijft en het bindweefselblad van de buik enkel ingesneden wordt en weer gehecht, biedt het voordeel dat de buikwand niet verzwakt en de buikspieren normaal blijven werken. Patiënten die deze ingreep ondergaan kunnen al na vier tot zes weken hun normale dagtaken hernemen. Met de huid- en het vetweefsel van de buik kunnen we de borst ook een mooiere vorm geven. Met de tijd wordt het resultaat van de ingreep steeds mooier en krijgt de borst haar natuurlijke druppelvorm. Na ongeveer een jaar is het eindresultaat zichtbaar. Bovendien groeit dit weefsel in zodat de borst natuurlijk aanvoelt en mee in volume toe- of afneemt als de patiënte nadien verdikt of vermagert.
- Het belangrijkste risico bij deze techniek is hetzelfde als bij de vrije TRAM-flap, namelijk trombose. Als dit probleem zich voordoet, moet binnen de zes uur ingegrepen worden om de doorbloeding te herstellen. Een nadeel is de lange operatieduur (ongeveer 5 uur voor een eenzijdige borstreconstructie, 8 uur voor een tweezijdige) waardoor het absoluut noodzakelijk is dat de patiënte in een goede algemene toestand verkeert. Daarom hebben we het liefst dat chemo- en radiotherapie minstens een jaar achter de rug zijn. Het is belangrijk dat de patiënte op voorhand weet dat het om een zware ingreep gaat en dat ze er goed voorbereid aan begint. Voorwaarde om voor een borstreconstructie met een DIEP-flap in aanmerking te komen is ook dat de betrokken bloedvaten in goede conditie zijn. Na een eerdere liposuctie of buikoperatie is dat niet altijd het geval. In dat geval kan eventueel gewerkt worden met huid en vetweefsel van de bilstreek. Roken is een relatieve contra-indicatie. We vragen dat de patiënte zeker van 4 weken voor de ingreep tot 4 weken na de ingreep volledig stopt met roken. Het tast immers de bloedvaten aan en bemoeilijkt de wondgenezing.
- Het litteken van de ingreep loopt van de ene heupkam tot de andere, maar wordt steeds zo laag mogelijk geplaatst zodat ze door de slip bedekt kan worden. Sommige vrouwen vinden dat ze bij deze techniek twee vliegen in een klap slaan, aangezien eigenlijk ook een buikwandcorrectie wordt uitgevoerd.”
Latere ingrepen: de kroon op het werk
Met de ingrepen zoals hierboven omschreven is de borstreconstructie nog niet rond. Dokter Ceulemans: „Ongeveer zes maanden na de reconstructie volgt mees-tal een ingreep waarbij een correctie aan de niet-aangetaste borst wordt uitgevoerd om een zo perfect mogelijke symmetrie te bekomen. Soms wordt ook bewust meer vet dan nodig getransplanteerd en krijgt de borst in een tweede tijd, door lokale liposuctie haar definitieve vorm. De tepelreconstructie gebeurt bij voorkeur met een flapje vanuit getransplanteerd weefsel op het moment dat de borst haar definitieve vorm heeft. De tepelhof wordt ongeveer drie maanden later nagebootst door tatoeage van de zone rond de tepel.”
Het prijskaartje
Ongeacht de toegepaste techniek wordt een deel van de onkosten van een borstreconstructie terugbetaald door het ziekenfonds. Het bedrag dat de patiënt zelf moet betalen, is wel afhankelijk van het soort ingreep. Voor een microchirurgische reconstructie met lichaamseigen weefsel kan dit oplopen tot ongeveer € 4000 per borst. Afhankelijk van de afgesloten overeenkomst zullen bepaalde hospitalisatieverzekeringen dit supplement terugbetalen. Daarom is het raadzaam op voorhand bij uw ziekenfonds en verzekeringsmaatschappij te informeren in hoeverre zij bij deze ingreep tussenkomen en hen duidelijk te maken dat het om een reconstructieve ingreep gaat, niet om een esthetische. Voor de (gedeeltelijke) terugbetaling van implantaten is bovendien een voorafgaandelijk akkoord van de adviserende geneesheer van het ziekenfonds noodzakelijk.Auteur: Leen Baekelandt | Publicatie: 08-10-2008 | Update: 08-10-2008

Version
Lettergrootte
RSS
Instellen als
Toevoegen
Hoe werkt




