Vanaf 1 september stijging van minimumpensioen en andere veranderingen

27/08/17 om 13:50 - Bijgewerkt om 15:10

Bron: Belga

Met het begin van het nieuwe schooljaar verandert er vanzelfsprekend weer heel wat op het vlak van onderwijs. Maar ook het minimumpensioen wordt opgetrokken en wie aanspraak wil maken op een IGO zal minstens 10 jaar in België moeten hebben verbeven.

Vanaf 1 september stijging van minimumpensioen en andere veranderingen

© Getty Images/iStockphoto

Meerdere uitkeringen worden opgetrokken

Vanaf september worden verschillende uitkeringen verhoogd. Onder meer het leefloon, het minimumpensioen, de laagste werkloosheidsuitkeringen en de uitkeringen voor gehandicapten worden opgetrokken.

Het leefloon zal stijgen met 0,9 procent. Voor samenwonenden komt de verhoging neer op 5 euro extra per maand (naar 583,47 euro), voor alleenstaanden op een kleine 8 euro (naar 875,21 euro). Leefloners met gezinslast zien het bedrag stijgen van 1.156,53 euro tot 1.166,94 euro.

Ook de minimumpensioenen stijgen. Voor een alleenstaande met een volledige loopbaan zal het minimumpensioen voortaan 1.212,45 euro bedragen. Voor een zelfstandige betekent dat een verhoging van meer dan 150 euro per maand sinds eind 2014; voor een werknemer een verhoging van bijna 90 euro per maand.

De pensioenen die ten vroegste zijn ingegaan op 1 januari 1995 en ten laatste op 1 december 2004 zullen worden verhoogd met 1 procent, terwijl de pensioenen die in 2012 zijn ingegaan met 2 procent toenemen.

Daarnaast zullen de bedragen van de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) met 0,9 procent stijgen. Concreet zal het barema voor een samenwonende overgaan van 701,72 euro naar 708,03 euro en voor een alleenstaande van 1.052,58 euro naar 1.062,05 euro.

Bij het begin van het nieuwe schooljaar zullen ook de laagste werkloosheidsuitkeringen worden opgetrokken: met 3,5 procent voor gezinshoofden, met 2 procent voor alleenstaanden en met 1 procent voor samenwonenden.

Idem voor de inschakelingsuitkeringen, die met bijna 25 euro per maand zullen worden opgetrokken tot het leefloon.

Ook de uitkeringen voor gehandicapten en invaliden gaan omhoog. De bijstandsuitkering voor personen met een handicap gaat met 2,9 procent omhoog en wordt op die manier opgetrokken tot op het niveau van het leefloon. Bovendien kunnen de invaliden rekenen op een nieuwe inhaalbeweging voor hun vakantiegeld, met 110 euro voor gezinshoofden en 52 euro voor de anderen.

Inkomensgarantie voor Ouderen pas na tien jaar verblijf

De Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO), een uitkering voor 65-plussers die niet over voldoende financiële middelen beschikken, wordt alleen nog uitgereikt aan mensen die minstens tien jaar in België hebben verbleven, waarvan zeker vijf jaar zonder onderbreking. Dat heeft minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) beslist. De maatregel moet voorkomen dat iemand zich enkel in ons land vestigt om van onze sociale voordelen te genieten.

"We zagen dat mensen hun ouders lieten overkomen via gezinshereniging om ze onmiddellijk een IGO-uitkering te laten ontvangen", zei N-VA-Kamerlid Jan Spooren eerder. Volgens hem zouden meer dan 1.600 ouderen zonder Belgisch paspoort een IGO ontvangen.

In totaal krijgen ongeveer 105.000 mensen een Inkomensgarantie voor Ouderen.

Wie niet in aanmerking komt voor een IGO, heeft wel recht op een leefloon. Maar dat ligt lager.

De maatregel zou volgens Spooren dit jaar een besparing van 2 miljoen euro opleveren. Tegen 2021 loopt dat bedrag op tot 9 miljoen.

Geen plastic wegwerpzakjes meer aan kassa's in Brussel

Vanaf 1 september mogen handelaars in Brussel geen plastic wegwerpzakjes meer aanbieden aan de kassa. Het verbod vloeit voort uit een Europese richtlijn en moet consumenten aanzetten om milieuvriendelijkere alternatieven te gebruiken, zoals herbruikbare tassen.

Het verbod op wegwerpbare kassazakjes geldt voor alle handelaars in Brussel, gaande van supermarkten en kruidenierszaken, over nachtwinkels, tot frietkoten en marktkramen. Ook in kledingwinkels en andere niet-voedingszaken worden de wegwerpzakjes taboe.

De maatregel betekent nog niet het einde van alle plastic zakjes in de Brusselse winkels. Zakjes om bijvoorbeeld fruit en groenten te verpakken, of voedingswaren die kunnen lekken, blijven tot 1 september 2018 toegelaten. Handelaars mogen ook hun voorraad wegwerpzakjes aan de kassa nog tot eind november dit jaar wegwerken.

Wallonië verbood eind vorig jaar al de plastic zakjes voor eenmalig verbruik aan de kassa. Sinds maart dit jaar zijn in de Waalse supermarkten ook geen dunne plastic zakjes meer te vinden om fruit en groenten te verpakken.

In Vlaanderen is bevoegd minister Joke Schauvliege (CD&V) voorstander van een totaalverbod, maar ze vond er nog geen meerderheid voor.

Groene lening in Brussel ook voor zonnepanelen

En nog in het Brussels hoofdstedelijk gewest kan je vanaf september de groene lening ook gebruiken voor investeringen in hernieuwbare energie, zoals zonnepanelen, een warmtepomp of een zonneboiler.

Met de Brusselse groene lening kan je energiebesparende ingrepen laten uitvoeren in je woning, tegen een rentevoet van 0 tot 2 procent. Je kan ze al langer aanvragen voor bijvoorbeeld isolatie, superisolerende beglazing of meer efficiënte verwarming.

De werken moeten worden uitgevoerd door een erkend aannemer.

Ook in Vlaanderen kan je een groene lening aangaan voor energiebesparende ingrepen.

Verbruikstests nieuwe wagens worden realistischer

Vanaf 1 september worden nieuwe wagens onderworpen aan uitgebreidere tests om hun CO2-uitstoot en brandstofverbruik te meten. Dat moet leiden tot realistischere - meestal hogere - waardes. Aan de verkeersbelasting, die wordt berekend op basis van de CO2-uitstoot, verandert er voorlopig niets.

De nieuwe testcyclus heet WLTP. Dat staat voor Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure. Het gaat om een gestandaardiseerde testcyclus voor alle autobouwers die de verouderde NEDC-test vervangt.

Volgens Febiac, de federatie van de automobiel- en tweewielerindustrie, zijn de testomstandigheden bij WLTP meer realistisch, met hogere snelheden en snellere acceleraties. "Gemiddeld afficheert de WLTP-methode 20 procent hogere verbruiks- en emissiewaarden dan de NEDC-methode", aldus de federatie.

De hogere waarden hebben vooralsnog geen invloed op de verkeersbelasting, benadrukt Vlaams minister van Financiën Bart Tommelein. Zolang de wetgeving niet aangepast wordt, blijft het oude systeem in voege, zegt hij.

De nieuwe meetmethode geldt vanaf september voor nieuwe modellen die op de markt komen. Vanaf september 2018 worden alle nieuwe auto's, ook modellen die al langer gecommercialiseerd werden, getest volgens de WLTP-methode.

Pleegouders krijgen statuut

Na twintig jaar is er een statuut voor pleegouders in België. Het statuut, dat vanaf 1 september van kracht wordt, legt de rechten en plichten van de pleegouders vast en maakt duidelijke afspraken tussen de ouders en pleegouders mogelijk. Het moet meer mensen overtuigen hun huis open te stellen voor kwetsbare kinderen.

Pleegzorg heeft, in tegenstelling tot adoptie, een tijdelijk karakter. Pleegouders zorgen voor de huisvesting, de behandeling, de opvoeding en het onderwijs van het pleegkind, maar de natuurlijke ouders blijven het ouderlijk gezag uitoefenen (tenzij ze daaruit zijn ontzet).

Dankzij het statuut krijgen pleegouders vanaf het ogenblik dat een pleegkind bij hen komt wonen het recht om alle dagdagelijkse beslissingen te nemen, zoals de haarsnit of inentingen van hun pleegkind, of beslissingen over dringende medische ingrepen. De belangrijke beslissingen zoals de keuzes omtrent school, levensbeschouwing en zware medische ingrepen worden nog steeds genomen door de ouders, tenzij ze die expliciet delegeren aan de pleegouders.

Voortaan krijgt ook iedere partij, dus ook de pleegouders, het recht om bij de familierechter beslissingen aan te kaarten. Pleegouders krijgen voorts een recht op contact met het kind dat terug naar de ouders gaat, wanneer het kind minstens een jaar in het pleeggezin is opgegroeid.

In Vlaanderen stonden vorig jaar 4.717 pleeggezinnen open voor 6.507 pleegkinderen, zo blijkt uit cijfers van Pleegzorg Vlaanderen.

Zelfstandige mama's moeten gratis dienstencheques niet meer formeel aanvragen

Vrouwelijke zelfstandigen die net bevallen zijn, hoeven voortaan niet meer zelf een aanvraag in te dienen voor hun 105 gratis dienstencheques. Het sociaal verzekeringsfonds zal zelf bij de jonge mama's polsen of ze de dienstencheques willen krijgen.

Sinds 2016 heeft een zelfstandige vrouw die bevalt, recht op 105 dienstencheques voor hulp in het huishouden. Uit cijfers bleek echter dat 12,5 procent van de zelfstandige moeders er geen beroep op deed. Ofwel wilden ze de cheques niet, ofwel kenden ze de maatregel niet.

Voortaan moet het sociaal verzekeringsfonds op eigen initiatief contact opnemen met de kersverse mama. Indien de zelfstandige bevestigt dat ze de dienstencheques wil krijgen, moet ze het fonds dan de nodige documenten bezorgen.

De maatregel geldt voor alle bevallingen van zelfstandige vrouwen in België vanaf 1 september.

Vaker aanwezig zijn op kleuterschool voor rechtstreekse toelating tot lagere school

Vijfjarige kleuters zullen vanaf dit schooljaar 250 in plaats van 220 halve dagen aanwezig moeten zijn om automatisch te kunnen overstappen naar het eerste leerjaar. Met de maatregel wil Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits de "kleuterparticipatie" versterken.

De Vlaamse regering wil er alles aan doen om kinderen zo vroeg en zo vaak mogelijk naar school te laten gaan. Een hoge deelname aan het kleuteronderwijs verkleint namelijk de kans op latere schoolse achterstand.

De kleuters moeten daarom 250 halve dagen aanwezig zijn om te kunnen overstappen naar het eerste jaar gewoon lager onderwijs. Bij kinderen die niet aan die voorwaarde voldoen, beslist de klassenraad van het lager onderwijs over de toelating.

Gevalideerde toetsen voor alle leerlingen op einde van basisonderwijs

Alle leerlingen zullen op het einde van het basisonderwijs deelnemen aan een gevalideerde toets van minstens twee leergebieden naar keuze. De bestaande toetsen zijn daartoe wetenschappelijk gevalideerd.

Vorig schooljaar maakten al negen op de tien scholen gebruik van de gevalideerde toetsen. De school krijgt door die toetsresultaten informatie over de mate waarin de leerlingengroepen de doelstellingen behalen. Aan de hand daarvan kan de school haar kwaliteitsbeleid uitwerken.

Het resultaat kan ook een van de elementen zijn waarmee de klassenraad in zijn beoordeling rekening houdt bij het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs.

Vanaf dit schooljaar zullen alle leerlingen op het einde van het basisonderwijs deelnemen aan een gevalideerde toets van minstens twee leergebieden naar keuze. Het kan bijvoorbeeld over Nederlands en wiskunde gaan of over wiskunde en Frans. Vanaf het schooljaar 2018-2019 geldt de verplichting zelfs voor drie leergebieden.

Vanaf dit schooljaar krijgen alle leerlingen op het eind van het basisonderwijs bovendien een getuigschrift. Leerlingen over wie de klassenraad oordeelt dat ze in voldoende mate alle doelen in het leerplan bereikt hebben, krijgen het getuigschrift basisonderwijs. De andere leerlingen krijgen een getuigschrift dat aangeeft welke doelen ze bereikt hebben.

Nieuw ondersteuningsmodel voor M-decreet

Scholen in het gewone onderwijs die leerlingen met specifieke zorgbehoeften hebben, kunnen vanaf dit schooljaar terugvallen op een nieuw ondersteuningsmodel. Door dat model worden ook 'ondersteuningsnetwerken' ingevoerd, waarbij scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs hun expertise bundelen om leerlingen en leraren zo goed mogelijk bij te staan.

De invoering van het nieuwe model is een gevolg van de verdere uitvoering van het M-decreet. Door dat decreet kunnen sinds september 2015 meer kinderen met specifieke noden les volgen in het gewone onderwijs.

Tot nu toe kregen kinderen, naargelang hun situatie, een vast aantal uren per week begeleiding. Voor sommigen was die begeleiding beperkt in de tijd. Maar de nieuwe regels zijn flexibeler. Per leerling wordt bekeken welke ondersteuningszorg nodig is en hoe lang. Die ondersteuningszorg hangt vooral af van de behoeften van de leerling en de leraar.

Bij leerlingen met een verstandelijke of motorische beperking en bij blinde of dove leerlingen (type 2,4,6 en 7) zullen de scholen voor buitengewoon onderwijs ondersteuning blijven bieden aan de gewone scholen.

Voor de andere leerlingen worden er regionale ondersteuningsnetwerken gevormd, waarin de ouders, de school en het Centrum voor Leerlingbegeleiding vertegenwoordigd zijn. Elk regionaal netwerk beslist welke personeelsleden uit het buitengewoon onderwijs worden ingezet als ondersteuner. Met dat nieuwe model moet ook de samenwerking over de netten heen gestimuleerd worden.

Leerlingen met autisme kunnen tijdelijk onderwijs aan huis krijgen

Scholieren met een autismespectrumstoornis kunnen vanaf het nieuwe schooljaar "tijdelijk onderwijs aan huis" krijgen, zoals dat momenteel al wordt toegepast bij chronisch zieke leerlingen.

Het blijft in de eerste plaats de bedoeling om leerlingen met autisme les te laten volgen op school, benadrukt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits. De regeling om hen onderwijs aan huis te geven, zal enkel worden toegepast bij leerlingen die op advies van een arts sowieso regelmatig wegblijven van de schoolbanken.

Het "tijdelijk onderwijs aan huis" bepaalt dat de betrokken leerlingen per negen halve dagen afwezigheid recht hebben op vier uur onderwijs aan huis. Zo kunnen ze een deel van de opgelopen achterstand weer inhalen.

Proefproject duaal leren uitgebreid tot 83 scholen

De proefprojecten die de Vlaamse regering had opgezet rond duaal leren, worden vanaf 1 september uitgebreid naar 83 scholen. Het systeem waarbij leerlingen van het secundair zowel op de schoolbanken als op de werkvloer leren, wordt voortaan in 21 verschillende studierichtingen aangeboden.

Met duaal leren vindt een deel van de opleiding van jongeren plaats op de werkvloer. Vorig schooljaar was die combinatie van leren en werken al mogelijk in 39 scholen en in 6 studierichtingen. Maar voortaan bieden 83 scholen, Centra voor Deeltijds Onderwijs en Syntra-lesplaatsen duaal leren aan in 21 studierichtingen.

Op termijn moeten alle combinaties van leren en werken in het systeem worden ondergebracht, zoals de leertijd en het deeltijds beroepsonderwijs. "De proefprojecten zijn bedoeld om later deze legislatuur een regulier kader te hebben voor duaal leren, waarbij leren en werken mogelijk wordt in alle arbeidsmarktgerichte studierichtingen van het BSO (beroepssecundair onderwijs), TSO (technisch secundair onderwijs) en uiteraard ook van het DBSO (deeltijds beroepssecundair onderwijs) en de leertijd", was eerder al te horen bij het kabinet-Crevits.

Het systeem is een gezamenlijk initiatief van de Vlaams ministers van Onderwijs en Werk.

Lees meer over:

Onze partners