1 op 3 Belgische bedienden mag vakantie deels niet zelf kiezen

17/07/14 om 09:34 - Bijgewerkt om 09:34

Bijna een derde van de Belgische bedienden kan niet altijd vrij kiezen wanneer hij vakantie neemt. Dat blijkt uit onderzoek van HR-dienstverlener Securex, die 1034 werknemers bevroeg over hun vakantie. 16% van de bedienden vindt dat hij over te weinig vrijheid beschikt om zijn vakantie in te plannen. Vooral bedienden in kleinere bedrijven (23%) ervaren te weinig vrijheid om hun vakantieperiode te kiezen. En net die vrijheid kan de tevredenheid van werknemers positief beïnvloeden.

Bij de overgrote meerderheid (68%) van de bedienden ligt geen enkele vakantiedag vast door collectief verlof. Zij kunnen al hun vakantiedagen zelf inplannen. Dit is echter niet het geval voor de 32% anderen: bij 22% van alle bedienden ligt tot een derde van de vakantiedagen vast, en bij 10% zelfs een derde of meer.

Wanneer een derde of meer van de vakantiedagen vastligt door collectief verlof, ervaren bedienden dit als negatief. Want ruim de helft (54%) vindt dan dat hij te weinig vrijheid heeft om zelf te kiezen wanneer hij vakantie plant. Minder dan een derde collectieve vakantiedagen blijkt wel aanvaardbaar. Want in dat geval, net als bij nul collectieve vakantiedagen, zijn bijna alle bedienden tevreden over de vrijheid die ze krijgen bij het inplannen van hun vakantie (89%).

Meestal 2 à 3 weken vakantie

Bijna 8 op 10 (79%) van de bedienden nam vorig jaar zijn belangrijkste aaneengesloten vakantieperiode gedurende 2 à 3 weken (waarvan de helft ongeveer 2 weken en de andere helft ongeveer 3 weken). 8% van de bedienden nam maximaal 1 week vakantie ineens, en 13% nam een vakantie van ongeveer 4 weken of langer.

Bijna 16% van de bedienden nam tijdens de laatste 12 maanden voor de bevraging elke maand 1 à 2 snipperdagen (losse vakantiedagen) op. De helft van de bedienden deed dit om de 2 à 3 maanden en 21% nam om de 4 à 6 maanden een paar snipperdagen. 8% van de bedienden nam tijdens de laatste 12 maanden slechts eenmaal 1 à 2 snipperdagen op en 5% nam geen enkele snipperdag. Interessant verband: hoe meer snipperdagen iemand neemt, hoe meer tevreden hij is over zijn vakantieplanning.

Voor 21% van de bedienden uit de industriële sectoren (zoals de bouw, textiel- en kledingindustrie, auto-industrie...) ligt minstens een derde van de vakantiedagen vast door collectieve sluiting van het bedrijf tijdens de vakantieperiode (bv. bouwverlof). Dit is een aanzienlijk verschil ten opzichte van het aantal bedienden in de dienstverlening (7%).

22% van de bedienden uit kleine en middelgrote bedrijven (tot 250 werknemers) geven aan dat minstens een derde van hun vakantiedagen is vastgelegd. Bij bedienden uit grote bedrijven (vanaf 250 werknemers) is dit voor slechts 3% het geval. Een eerste verklaring voor dit verschil is dat kleine bedrijven meer dan grote actief zijn in de industrie (31% versus 14% van hun bedienden werkt in de industrie). Een tweede verklaring is de beperktere mogelijkheid in kleine bedrijven om de zaak draaiende te houden zodra de bedrijfsleider of enkele werknemers op vakantie zijn. Veelal leidt dit tot een collectief opgelegde vakantieregeling.

16% van de lager geschoolde bedienden (t.e.m. hoger secundair onderwijs) geven aan dat hun vakantie voor minstens een derde vastligt. Dit is bij 9% van de hoger geschoolden ook het geval. Lager opgeleide bedienden werken dan ook vaker in kleine bedrijven dan hoger opgeleiden (46% versus 34%).

23% van de bedienden in kleine bedrijven (tot 250 werknemers) vindt dat hij niet genoeg vrijheid geniet bij het plannen van zijn vakantie, tegenover 11% van de bedienden in grote bedrijven (vanaf 250 werknemers). De belangrijkste verklaring is het collectief verlof: bedienden in kleine bedrijven hebben meer collectief verlof dan bedienden in grote bedrijven. Daarnaast wordt bijna een derde (32%) van de bedienden in kleine bedrijven niet vervangen wanneer ze op vakantie zijn. Dat is een stuk meer dan de 19% van de bedienden in grote bedrijven.

Onze partners