Vrouwen revalideren sneller na knieprothese dan mannen

02/01/12 om 00:00 - Bijgewerkt om 00:00

Hoewel zowel mannen als vrouwen een jaar na implantatie van een knieprothese plus minus dezelfde functionaliteit van hun knie terugkrijgen, gaat het hele revalidatieproces bij de vrouwen toch sneller, vooral de eerste drie maanden na de operatie.

Al jaren proberen onderzoekers het verloop van het revalidatieproces na een knieprothese bij mannen en vrouwen in kaart te brengen. De honderden internationale studies hierover leverden vooral tegenstrijdige resultaten op, of het nu over anatomische kenmerken, sociale of culturele verschillen ging. Een Duits team van de Hassenpflug universiteit wilde nagaan of vrouwen, die in het algemeen een slechtere kniefunctie hebben dan mannen wanneer ze op de operatietafel belanden, vlugger revalideren.

Grens op drie maanden

Het team van Dr. Thoralf Liebs besloot om 494 patiënten te volgen vanaf het ogenblik dat ze een nieuwe knieprothese kregen ingeplant: 141 mannen en 353 vrouwen. Voor de ingreep moesten de patiënten zelf de pijn en de functionaliteit en/of fysieke beperkingen aangeven. Op drie, zes, twaalf en 24 maanden kregen de patiënten een vragenlijst toegestopt waarop ze hun eigen fysieke functionaliteit konden aangeven. Ook peilden de onderzoekers naar de stijfheid van het gewricht en de pijngraad.

Op het moment van de chirurgie gaven de vrouwen aan veel meer pijn te hebben en ook een beperktere functionaliteit dan de mannen. Drie en zes maanden na de ingreep hadden de vrouwen in vergelijking met de mannen al een veel betere functionaliteit, én beduidend minder pijn. Wanneer ook de BMI en andere comorbiditeiten in overweging worden genomen, ligt de grens van verschil tussen mannen en vrouwen enkel op drie maanden.

Na een jaar revalidatie loopt de functionaliteit bij mannen en vrouwen gelijk. Een verklaring voor dit genderverschil geven de auteurs niet. Misschien omdat vrouwen net voor de ingreep er erger aan toe zijn dat ze onmiddellijk na de ingreep alles positiever zelf inschatten en aanpakken. Dr. Liebs probeert alvast de komende jaren een verklaring klaar te stomen.

Bron: Clinical Orthopaedics and Related Research. DOI 10.1007/s11999-011-1921-z.

Onze partners