Vervanging van een tussenwervelschijf

Een beschadigde tussenwervelschijf wordt vervangen door een kunstschijf van metaal en polyethyleen.


Bij alles wat je rechtopstaand doet wordt het gewichtdragend vermogen van je ruggengraat op de proef gesteld. Na verloop van tijd kunnen door deze dagelijks herhaalde drukspanningen steeds meer kleine letsels ontstaan, die uiteindelijk je tussenwervelschijven aantasten.

Naarmate deze letsels in aantal toenemen, gaan de schijven slijten en verslechtert hun kwaliteit. Discogene lagerugpijn kan een van de gevolgen zijn. ‘Discogeen’ is een term die door rugspecialisten wordt gebruikt bij pijn die door een beschadigde tussenwervelschijf wordt veroorzaakt. Een schijf die in kwaliteit terugloopt kan pijn veroorzaken en men gaat ervan uit dat de schijf zelf ook pijnlijk wordt. Bewegingen die de tussenwervelschijven onder druk zetten kunnen lagerugpijn veroorzaken, een pijn die aanvoelt als voortkomend uit de billen en zelfs uit de bovendijbenen.

Deze kwaal kan worden verlicht door een schijfprothese. In zo’n operatie wordt de beschadigde schijf vervangen door een kunstschijf van metaal en polyethyleen. Eerst wordt de beschadigde schijf verwijderd en worden de oppervlakken van de wervellichamen van botgruis en restjes ontdaan. De wervellichamen worden uit elkaar geduwd en de metalen eindplaten worden in positie gebracht en met ’tandjes’ in de wervels gedrukt. Tussen de twee metalen eindplaten wordt een glijkern van polyethyleen geklemd en de wervels worden weer in de normale positie teruggebracht. Door de druk van de wervelkolom worden de eindplaten in de botten gedrukt, zodat de glijkern op zijn plaats blijft. De positie van de prothese wordt tijdens de operatie nauwkeurig visueel en met röntgendoorlichting gecontroleerd.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content