Sociale ongelijkheid binnen Belgisch gezondheidssysteem is verontrustend

25/01/13 om 17:26 - Bijgewerkt om 17:26

De Belgische gezondheidszorg kampt met sociale ongelijkheid. Mensen uit lagere sociale klassen leven minder lang en zijn minder lang gezond.

Dat blijkt uit een onderzoek naar de performantie van ons systeem door het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE), het Riziv en het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, dat vandaag werd voorgesteld. De check up bracht heel wat positieve punten aan het licht, maar ook dat er op sommige vlakken ruimte is voor verbetering of dat het resultaat ondermaats is.

20 jaar minder in goede gezondheid

Verontrustend is de ongelijkheid tussen mensen met een hogere en lagere sociaal-economische status. De levensverwachting op 25 jaar tussen de laagst en hoogst opgeleiden verschilt gemiddeld zes tot acht jaar, terwijl het verschil in levensverwachting in goede gezondheid tot twintig jaar kan oplopen. Lager opgeleiden lijden ook vaker aan obesitas: bij de groep die hooguit lager onderwijs of lager secundair onderwijs genoot, ligt het percentage obesen hoger dan 15 procent, terwijl dat bij hoger opgeleiden ongeveer 8 procent bedraagt. Ook houden lager opgeleiden er slechtere leefgewoonten op na. Het percentage dagelijkse rokers bedraagt om en bij de 30 procent bij de groep die enkel naar de lagere school of het lager secundair ging.
Bij de hoger opgeleiden gaat het om 10 procent. Naarmate het opleidingsniveau stijgt, neemt ook het eten van fruit en groenten toe, net als de lichaamsbeweging.
De sociale ongelijkheden tonen zich ook in de toegankelijkheid tot de gezondheidszorg. Bij de laagst opgeleiden zegt bijna 25 procent al uitgaven te hebben uitgesteld omwille van financiële redenen. Ze nemen ook minder deel aan de opsporing van kanker. De opvolging van diabetici gebeurt tot slot eveneens minder goed bij lager opgeleiden.

Europese koploper inzake zelfmoord

De studie toont ook aan dat het aantal zelfdodingen in ons land erg hoog ligt. België voert daarbij zelfs de Europese rangschikking aan. Opvallend is ook de toename van het aantal personen met overgewicht of obesitas in vergelijking met het Europese gemiddelde, terwijl het nemen van lichaamsbeweging eerder laag scoort.

De gemiddelde leeftijd van huisartsen schuift de afgelopen jaren ook naar rechts op, terwijl de instroom lager ligt dan de quota die waren voorzien door de Planningscommissie van de FOD Volksgezondheid.

Ander aandachtspunt is dat vrouwen binnen de doelgroep (50 tot 69 jaar) zich te weinig laten screenen op borst- en baarmoederhalskanker, al spelen daar ook regionale verschillen. Vrouwen buiten de doelgroep daarentegen doen dat te veel.

De onderzoekers zijn tevreden over de dekking van de ziekteverzekering, maar het aandeel dat de patiënt moet ophoesten aan gezondheidsuitgaven ligt in ons land dan weer erg hoog op Europese schaal. De blootstelling aan medische straling ligt in ons land ook nog steeds te hoog.

Niet allemaal kommer en kwel

Positieve resultaten zijn te vinden in de vaccinatiegraad van kinderen, die hoger ligt dan het Europese gemiddelde, de overleving na borst- of darmkanker op vijf jaar en de relatie met de huisarts. Meer dan 90 procent is tevreden over de contacten met de gezondheidszorg.

Ook het voorschrijven van goedkopere geneesmiddelen (bijna 50 procent) en het aandeel chirurgische daghospitalisatie in plaats van de klassieke hospitalisatie vertonen een positieve curve.

Onze partners