Ondervoeding bij ouderen onderschat en onderbehandeld

25/08/13 om 11:14 - Bijgewerkt om 11:14

45% van de 70-plussers heeft een reëel risico om ondervoed te raken, 12% is daadwerkelijk ondervoed. Dat zijn de cijfers van een recent onderzoek bij 3641 70-plussers. Ondervoeding vroeg opsporen en efficiënt behandelen zijn een must om de levenskwaliteit van ouderen te verhogen en hun autonomie tot op hoge leeftijd te verbeteren.

In februari 2013 werden 3641 70-plussers gescreend op ondervoeding. De resultaten van het onderzoek NutriAction II zijn verontrustend: 45% van de gescreende senioren heeft een reëel risico om ondervoed te raken, wat kan afgeleid worden uit een gewichtsverlies van meer dan 10% in de laatste 6 maanden of meer dan 5% in de laatste maand.12% van de onderzochte groep was daadwerkelijk ondervoed (BMI < 20).
Het onderzoek benadrukteveneens de relatie tussen ondervoeding en het verlies van functionaliteit. Dit is een uiterst belangrijke vaststelling want het verlies aan functionaliteit beperkt de mobiliteit en verhoogt de afhankelijkheid, waardoor extra zorg en vaak een opname in een WZC (Woon-Zorg Centrum) noodzakelijk is. Uit de studie blijkt eveneens dat er het risico op ondervoeding groter is bij recente hospitalisatie, depressie en dementie.

Neerwaartse spraal

Prof. Dr. M. Vandewoude, vertegenwoordiger van de Vlaamse Vereniging voor Klinische Voeding en Metabolisme in het wetenschappelijk begeleidingscomité van NutriAction, verbonden aan de Universiteit Antwerpen/ZNA Sint-Elisabeth: "Ondervoeding gaat hand in hand met een verlies aan mobiliteit en functionaliteit. Hierdoor worden ouderen meer kwetsbaar, waarbij het risico op het verlies aan autonomie erg toeneemt. Een opname in een Woon-Zorg Centrum is dan vaak de enige oplossing. Het verlies van die zelfstandigheid leidt dan weer dikwijls tot depressie en verdere achteruitgang waardoor er zich een neerwaartse spiraal instelt. Die band tussen ondervoeding en functionaliteit moet ook de basis vormen voor de behandeling die nutritionele ondersteuning koppelt aan fysieke oefeningen."
Een goede voedingstoestand stelt ouderen in staat om langer onafhankelijk te blijven, in hun vertrouwde thuissituatie. Ze behouden hun spierkracht en genezen sneller. Jammer genoeg wordt ondervoeding nog steeds te weinig onderkend en behandeld. Extra waakzaamheid is nodig bij verzwakte ouderen.

Degelijke screening noodzakelijk

Het is uiterst belangrijk om (de kans op) ondervoeding vroegtijdig op te sporen zodat zo snel mogelijk een behandeling kan opgestart worden. Uit het onderzoek blijkt echter ook dat het uiterst belangrijk is dat een routinematig screening in alle milieus (thuissituatie, in een WZC, in hospitalen) gebeurt met gevalideerde screeningsmethodes. De klinische blik van gezondheidsprofessionals is niet betrouwbaar om ondervoede patiënten te detecteren. 54% van de ondervoede patiënten wordt door de gezondheidswerkers op basis van hun klinische blik niet als ondervoed herkend. De situatie is nog erger bij de patiënten zelf: maar liefst 87% van de ondervoede patiënten vindt zichzelf niet ondervoed!


Onze partners