Onder de scanner

20/05/11 om 00:00 - Bijgewerkt om 00:00

Scan is een verzamelwoord voor een hele reeks beeldvormende onderzoeken. Afhankelijk van het gebruikte toestel of de techniek kunnen we een onderscheid maken tussen de CT-scan, de PET-scan en de MRI.

a. De CT-scan of computertomografie

Wat is het?

Een CT-scan is een beeldvormingtechniek die werkt met röntgenstralen, net zoals een klassieke radiografie. De weke weefsels van ons lichaam absorberen deze stralen echter veel minder dan het botweefsel. Daarom zijn ze op een gewone radiografie onvoldoende zichtbaar. Bij een CT-scan worden de kleine verschillen in absorptie door de computer versterkt. En daar waar een radiografie een vlak beeld maakt - zoals bij een foto -, maakt een CT-scan een dwarsdoorsnede van het lichaam. Tegenwoordig kunnen de opeenvolgende schijfjes door de computer worden gecombineerd tot een driedimensionaal beeld.

Waartoe dient het?

Een CT-scan belicht de structuur van onze weefsels en organen, de zogenaamde weke delen van ons lichaam. Deze techniek is bijvoorbeeld uitstekend om tumoren op te sporen.

Vergt het onderzoek voorbereiding?

Soms wordt contraststof gebruikt die voor het onderzoek moet worden gedronken, of via een infuus in het lichaam wordt gebracht.

Zijn er contra-indicaties?

Zwangerschap.

Hoe verloopt het?

De patiënt ligt op een bewegende tafel terwijl een ring waaruit een dunne röntgenstraal wordt uitgezonden rond hem draait. Aan de andere zijde van deze ring absorbeert een detector de stralen en hij zet de informatie om in beelden. Elk beeld is als het ware een flinterdun schijfje van het lichaam. De tafel waarop de patiënt ligt, schuift telkens een heel klein beetje op waardoor een volgend schijfje kan worden gescand. In tegenstelling tot een MRI-scan (zie verder), maakt dit toestel geen lawaai. Het onderzoek duurt zelden langer dan 20 minuten.

En achteraf?

Er is geen nazorg nodig. De patiënt mag meteen naar huis.

b. De PET-scan of positronenemissietomografie

Wat is het?

Bij deze beeldvormingtechniek wordt gebruik gemaakt van een stof die nodig is voor de werking van het orgaan of weefsel dat men wil onderzoeken (bijvoorbeeld zuurstof of glucose). Deze stof wordt gemerkt met een radioactieve molecule die gedurende een zeer korte tijd positief geladen deeltjes (positronen) afgeeft. Het zijn die positronen die door de scanner worden opgevangen en door de computer omgezet in een beeld dat de stofwisselingsactiviteit weergeeft. De gebruikte hoeveelheid radioactiviteit is ongeveer dezelfde als bij een klassiek radiologisch onderzoek, alleen kan het hele lichaam in 45 min. onderzocht worden zonder bijkomende stralingsbelasting. De radioactiviteit verdwijnt binnen enkele uren.

Waartoe dient het?

Een PET-scan geeft inzicht in de activiteit van weefsels en organen. Het brengt dus de werking en niet de structuur in beeld. Het geeft informatie over de stofwisseling in normale en aangetaste weefsels en organen. Op die manier kunnen tumoren en ontstekingen snel worden opgespoord, en kan informatie verzameld worden over epilepsie en CVA's (beroertes).

Vergt het onderzoek voorbereiding?

Zes uur voor het onderzoek mag niets meer worden gegeten en alleen water worden gedronken. Bij patiënten met suikerziekte is een specifieke voorbereiding nodig.

Zijn er contra-indicaties?

Zwangerschap.

Hoe verloopt het?

De patiënt krijgt een infuus in de arm waarlangs een radioactief gemerkte stof wordt ingespoten. Vervolgens wordt een licht plasmiddel toegediend. Daarna mag de patiënt een uurtje rusten om de radioactieve tracer de tijd te geven zich in het lichaam te fixeren. Voor aanvang van het eigenlijke onderzoek wordt gevraagd de blaas leeg te maken. Daarna wordt de patiënt op de tafel van het camerasysteem geïnstalleerd. Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten tijdens dewelke de patiënt niet mag bewegen.

En achteraf?

De patiënt moet veel water drinken om het radioactieve product zo snel mogelijk uit het lichaam te verwijderen. De dag van het onderzoek wordt contact met jonge kinderen en zwangere vrouwen het best vermeden.

c. De MRI (magnetic resonance imaging, in het Nederlands: magnetische kernspinresonantie)

Wat is het?

Een MRI levert beelden die vergelijkbaar zijn met de CT-scan. Het voordeel: in plaats van x-stralen worden hier magneetvelden en radiogolven gebruikt. Het nadeel: een MRI is duurder en duurt langer.

Waartoe dient het?

De MRI heeft ontzettend veel toepassingen. Zo kunnen beelden worden gemaakt van hersenen, spieren, pezen, gewrichten, bloedvaten, tussenwervelschijven enz.

Vergt het onderzoek voorbereiding?

De patiënt mag geen metalen voorwerpen, brillen of juwelen dragen. Meestal krijgt hij een hoofdtelefoon (al dan niet met muziek) of oordopjes om het kloppende geluid van de magneet te dempen. Voor buikonderzoeken wordt gevraagd 4 uur voor het onderzoek nuchter te blijven. In bepaalde gevallen wordt gebruik gemaakt van een contrastmiddel.

Zijn er contra-indicaties?

Patiënten met inwendige magnetische of elektrische hulpmiddelen (bijv. pacemaker, defibrillator, insulinepompje, neurostimulator...) mogen dit onderzoek niet ondergaan (al bestaan er tegenwoordig hulpmiddelen die zo ontworpen zijn dat ze wel in het MRI-toestel mogen, maar hun verspreiding is nog zeer gering). Ook kunsthartkleppen, vaatclips (bijv. bij behandeling van aneurysma) en gehoorprothesen mogen in veel gevallen niet in een sterk magnetisch veld komen. Mensen met metaal in het lichaam (bijv. metaalsplinters, een kogelframent,...) zijn eveneens uitgesloten. Bij extrakrachtige MRI-toestellen (3T of 3 tesla) zijn ook patiënten met tatoeages, stents, mensen die een operatie hebben ondergaan waarbij het borstbeen in de lengte werd opengesneden en zelfs vrouwen met een spiraaltje uitgesloten.

De tunnel waar de tafel doorheen schuift is vrij nauw, wat soms problemen geeft bij mensen met claustrofobie. Soms wordt hiervoor een licht kalmeermiddel gegeven. Men kan ook vragen of een andere persoon de patiënt begeleidt om hem tot rust te brengen. Omwille van de afmetingen van de tunnel kunnen mensen met extreme obesitas dit onderzoek niet ondergaan.

Hoe verloopt het?

De verpleegkundige plaatst de patiënt in een bepaalde houding op de tafel van het MRI-toestel. Die tafel schuift door een tunnel met een zeer sterke magneet. Het maken van de beelden gebeurt in meerdere sessies van enkele minuten. Het onderzoek kan 20 minuten tot een uur in beslag nemen.

En achteraf?

Er is geen nazorg nodig. De patiënt mag meteen naar huis.

Onze partners