Nieuw woonzorgdecreet wil persoonsgerichte woonzorg

22/04/18 om 06:59 - Bijgewerkt om 07:02

De thuiszorg en residentiële ouderenzorg in Vlaanderen staat mee in het middelpunt van grote maatschappelijke veranderingen zoals vergrijzing en (super-)diversiteit. De Vlaamse regering keurde vrijdag 20 april het ontwerpdecreet betreffende de woonzorg goed. Daarmee gaat Vlaanderen resoluut voor de versterking van de levenskwaliteit van mensen met een zorgvraag.

Nieuw woonzorgdecreet wil persoonsgerichte woonzorg

© Getty Images/iStockphoto

Het Woonzorgdecreet regelt de erkenning en subsidiëring van de woonzorgvoorzieningen en de verenigingen van mantelzorgers en gebruikers.

Het bestaande woonzorgdecreet was na bijna 10 jaar aan een actualisering toe. De bevoegdheidsoverdrachten die gepaard gingen met de zesde staatshervorming (2014), de demografische evolutie, de veranderende samenleving en een voortschrijdend inzicht gevoed door wetenschap, ervaring en praktijk, hebben geleid tot een bijsturing in het denken en handelen van onze Vlaamse woonzorgvoorzieningen. Het nieuwe Woonzorgdecreet wil streven naar een versterking van de levenskwaliteit van mensen met een zorgvraag, zowel in de thuiszorg als in de residentiële ouderenzorg, aan de hand van '7 sleutels voor goede persoonsgerichte woonzorg'.

1. Een code voor goed bestuur

Om hun taak uit te voeren, worden woonzorgvoorzieningen deels door middel van collectieve middelen vergoed. Zowel hun maatschappelijke opdracht, als de wijze waarop zij gefinancierd worden, vereist een grote mate van transparantie en toegankelijkheid. Om de hen toegekende publieke middelen efficiënt en effectief aan te wenden worden woonzorgvoorzieningen voortaan verplicht een code voor goed bestuur op te stellen. De gebruiker zal deze code kunnen inkijken zodat hij weet welke principes een voorziening hanteert die een impact hebben op zijn zorg. Zo weet hij wie de initiatiefnemers zijn, waar zij voor staan, dat zij garanties bieden over hun financiële gezondheid en op welke manier ze een goede, persoonsgerichte zorg kunnen waarborgen.

2. Proactief handelen en aanklampende hulpverlening

Preventie, vroegdetectie en proactiviteit hebben in het nieuwe decreet een prominente plaats. De woonzorgvoorzieningen moeten aandacht hebben voor de gezondheid en het welzijn van de zorgbehoevende én zijn mantelzorgers. Zij zetten daarom in op primaire (bv. aanmoedigen van een gezonde levensstijl, bewegingsadvies), secundaire (bv. screenings met als doel valrisico's op te sporen of vereenzaming) en tertiaire (bv. aanpassen van de woning, of voedingsadvies).preventie

Vroegdetectie gaat over het tijdig herkennen van signalen die wijzen op een gezondheids- of welzijnsprobleem om erger te voorkomen. Bijzondere aandacht gaat naar risicogroepen die nog te vaak onder de radar blijven, zoals personen in armoede of mensen die zelf de weg naar zorg en ondersteuning niet vinden.

De woonzorgvoorziening zal zelf, proactief, contact opnemen om ervoor te zorgen dat ook de meest kwetsbaren hun rechten realiseren. Dit gebeurt door de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen die gebruik maken van parameters die wijzen op verhoogde kwetsbaarheid of op onbenutte rechten. Ook op basis van signalen uit de omgeving is proactief contact mogelijk.

Soms is het aangewezen om op een aanklampende wijze hulp te verlenen. Wanneer iemand bijvoorbeeld gebruik maakt van een voorziening, maar zich na een tijdje niet meer laat horen of niet opdaagt op afspraken, zal de voorziening zelf contact opnemen om na te gaan of alles in orde is.

3. Nieuw voorzieningenaanbod in de respijtzorg

Verschillende woonzorgvoorzieningen bieden ter ondersteuning van de mantelzorger een tijdelijke overname van de zorg en ondersteuning voor de gebruiker. De mantelzorger krijgt op die manier tijd voor zichzelf en kan nieuwe energie opdoen. Dit kan door bijvoorbeeld oppashulp bij de zorgbehoevende aan huis, dagopvang of -verzorging buitenshuis, door tijdelijk verblijf in een centrum voor kortverblijf of in een gastgezin.

Het aanbod aan kortverblijf wordt verder uitgebreid met een aantal nieuwe types kortverblijf voor specifieke doelgroepen (jonge personen met dementie, personen met een oncologische aandoening en personen in een palliatieve fase waarbij thuiszorg tijdelijk niet haalbaar is) en voor ernstig zieke kinderen en jongeren.

4. Buurtgericht werken

De woonzorgvoorzieningen staan in voor 'buurtgerichte zorg'. Dit is de zorg die er op gericht is de sociale cohesie te versterken, om vragen naar zorg en ondersteuning uit de buurt op te vangen, maar ook op het actief betrekken van de buurt bij de werking van de voorziening. Zo kan de persoon met een zorgvraag bijvoorbeeld de maaltijd nemen in de cafetaria van het woonzorgcentrum en brengt een buurman diens boodschappen mee (het lokaal dienstencentrum heeft hiervoor een boodschappennetwerk opgezet).

5. Kwaliteitsgaranties

De bescherming van de naamgeving van voorzieningen is nieuw in het decreet. Een voorziening zal zich voortaan bijvoorbeeld alleen 'woonzorgcentrum' of 'dienst voor gezinszorg' mogen noemen als ze daartoe door de Vlaamse overheid ook erkend is. Een erkenning betekent dat de overheid normen en kwaliteitscriteria oplegt, daar toezicht op houdt, en indien nodig sancties oplegt. De gebruiker weet dus waar hij in een erkende voorziening mag op rekenen en aan welke prijs. Het bestaande systeem van 'aangemelde' versus 'erkende' voorzieningen verdwijnt.

6. Ondersteuning van informele zorg

Het decreet voorziet dat ook mantelzorgers consequent betrokken worden bij de zorg en in belangrijke mate zelf ook ondersteund worden. De verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers behartigen daarnaast ook hun belangen, en staan in voor juiste en volledige informatie via het Vlaams Expertisecentrum Mantelzorg dat ze samen hebben opgericht.

In een warme samenleving die inzet op inclusie en preventie van vereenzaming is de aanwezigheid van vrijwilligerswerk van primordiaal belang. Sommige woonzorgvoorzieningen realiseren expliciet hun opdracht door de inzet van vrijwilligers (diensten voor oppashulp, diensten voor gastopvang), andere stimuleren vrijwilligerswerk of werken samen met vrijwilligers(organisaties). Ook in het lokaal dienstencentrum of het woonzorgcentrum kan elke Vlaming bijvoorbeeld terecht voor zinvol vrijwilligerswerk.

7. Individuele en collectieve participatie

Vele gebruikers worden graag geconsulteerd zodat de voorziening rekening kan houden met hun vragen en wensen. Zo krijgen zij zorg op hun maat, gebaseerd op zorg- en ondersteuningsdoelen, maar krijgen zij ook inspraak in het algemene beleid en de keuzes die de voorziening maakt. Zij worden bevraagd over hun tevredenheid, zodat de voorziening haar zorg permanent kan afstemmen op haar gebruikers. Participatie kan ook opgenomen worden via georganiseerde gebruikersverenigingen.

Woonzorg is meer dan basiszorg

Jo Vandeurzen: "Door de vergrijzing van de bevolking en de daarmee samengaande stijgende zorgzwaarte kunnen de antwoorden voor personen met een zorgvraag niet beperkt blijven tot de antwoorden uit het verleden. Daarom voeren we een aangepast beleid van zorg en ondersteuning die integraal, flexibel en op maat is. Evoluerende noden vragen een naadloze samenwerking tussen voorzieningen in een continuüm van woonzorgvormen die op elk moment inspelen op de zorg- en ondersteuningsnoden. Mensen in een kwetsbare positie moeten als dat nodig is verhoudingsgewijs meer ondersteuning krijgen. We verleggen bovendien het accent van zorg naar levenskwaliteit, waar goede, persoonsgerichte zorg evident deel van uitmaakt. Naast het stevige verzekerings- en financieringsmodel van de Vlaamse sociale bescherming is het noodzakelijk ook aan de hand van programmatie, erkenningsnormen en toezicht een kwaliteitsvol woonzorgaanbod voor elke burger te garanderen."

Het ontwerpdecreet wordt nu voor advies aan de SAR, SERV en Vlaamse ouderenraad voorgelegd.

Onze partners