Meer dan 95 procent patiënten tevreden over zorg door huisarts en specialist

11/02/15 om 10:42 - Bijgewerkt om 10:42

De Belg is tevreden over de zorg die hij geniet bij zijn huisarts of bij de specialist. Dat staat in het derde luik van de Gezondheidsenquête 2013.

Meer dan 95 procent patiënten tevreden over zorg door huisarts en specialist

Het is het opzet van de enquête om de beleidsmakers op federaal, gewestelijk en gemeenschapsniveau te helpen het gezondheidsbeleid uit te stippelen. Dit nieuwe, derde rapport is gewijd aan het gebruik van gezondheids- en welzijnsdiensten.

Een Belgisch huishouden besteedt elke maand gemiddeld 108 euro aan uitgaven voor gezondheidszorg, blijkt het rapport. Omdat deze gemiddelde uitgaven niet samenhangen met het inkomen van het huishouden, wegen de uitgaven voor gezondheidszorgen zwaarder door voor de lagere inkomens. Zo gaat het bij de 20 procent laagst verdiende huishoudens om 7 procent van het inkomen, bij de 20 procent meest verdienende huishoudens om 3 procent.

Een kwart van de huishoudens (26 pct) geeft aan dat de bijdragen voor gezondheidszorgen (zeer) moeilijk passen binnen het beschikbarehuishoudbudget.

Over de zorg door de arts zijn de Belgen globaal genomen positief. Met ruim 95 procent die tevreden is over de 'dienstverlening' scoort België uitstekend in vergelijking met andere OESO-landen.

Opvallend: in 63 procent van de gevallen neemt de patiënt zelf het initiatief om een specialist te raadplegen, een aantal dat nog stijgt bij hoogopgeleiden. In drie vierde van de gevallen raadpleegt de patiënt de gynaecoloog, de kinderarts of de dermatoloog zonder eerst een afspraak te maken met de huisarts. Slechts 24 procent van de raadplegingen vindt plaats op verzoek van de huisarts.

In Brussel wordt minder dan in de andere gewesten gebruikgemaakt van de huisarts. Terwijl 77 procent van de Belgen minstens eenmaal per jaar contact heeft met de huisarts, ligt dit percentage op Brussel op 68 procent. En terwijl 83 procent van de Brusselaars een vaste huisarts heeft, is dit in de steden in Vlaanderen en Wallonië voor 94 procent van de inwoners het geval. Volgens de auteurs van de Gezondheidsenquête moet het gebruik van huisartsengeneeskunde in het Brussels gewest dan ook gepromoot worden, waarbij speciale aandacht gaat naar personen van niet-Belgische origine.

Een andere vaststelling van het rapport is dat cardiovasculaire geneesmiddelen het meest worden gebruikt. Vier op de tien (39 pct) van de terugbetaalde geneesmiddelen zijn voor hart en bloedvaten. De meest gebruikte niet-terugbetaalde geneesmiddelen zijn pijnstillers en slaap- en kalmeringsmiddelen.

Het percentage personen dat jaarlijks de tandarts raadpleegt, is sterk gestegen. Vooral bij jongeren is dat geval: in 2004 ging 63 procent van hen elk jaar naar de tandarts, in 2013 was dit 80 procent.

Op diëtisten en psychologen/psychotherapeuten wordt weinig beroep gedaan (minder dan 5 pct van de bevolking), 8 procent van de Belgen heeft in 2013 een beoefenaar van een niet-conventionele geneeswijze geraadpleegd (homeopaat, acupuncturist, chiropractor, osteopaat).

Voor de Gezondheidsenquête 2013 zijn bijna 11.000 personen uit de drie gewesten van het land bevraagd. De enquête vond plaats in opdracht van alle Belgische ministers die bevoegd zijn voor Volksgezondheid en werd uitgevoerd door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP).

Onze partners