Manisch-depressiviteit

30/08/07 om 00:00 - Bijgewerkt om 00:00

Zes procent van de Belgen krijgt vroeg of laat te maken met manisch-depressiviteit. Hoog tijd voor een kennismaking met 'de ziekte met twee gezichten'.

Inhoud:

Drie opeenvolgende fasen
Twee uitersten
Genetisch, maar er is meer
Tien jaar voor een diagnose
Multidisciplinaire aanpak
Ook de omgeving steunen

Stemmingswisselingen kennen we allemaal en doorgaans zijn ze heel normaal. Maar dat normale is nu net wat Nathalie, een patiënte met een bipolaire stemmingsstoornis, op de kast jaagt! Zij heeft het al zo vaak meegemaakt: iemand die haar, weliswaar goedbedoeld, zegt: Maar iedereen kent toch zijn hoogten en laagten!

Bij manisch-depressieve mensen zijn deze schommelingen niét meer normaal. Ze zijn veel intenser: de euforische fase kan gepaard gaan met deliriums en hallucinaties, met grootheidswaan, met het gevoel werkelijk alles aan te kunnen. En de fase waarin andere mensen zich een beetje down voelen, betekent bij een manisch-depressieve dat hij zeer diep in de put zit.

Drie opeenvolgende fasen

De bipolaire stoornis is een stemmingsstoornis gekarakteriseerd door minstens één manische fase. Meestal kent de manisch-depressieve patiënt drie opeenvolgende fasen, die elkaar afwisselen in (kortere of langere) cycli: een gematigd manische fase (ook hypomanie genoemd), een intens manische fase en de depressieve fase. Tussen deze fases door, zijn er perioden waarin de stemming stabiel is:

"Als we bij wijze van voorbeeld een denkbeeldige schaal nemen met gradaties van 0 tot 100, met een normale stemming op 50", legt psychiatrisch verpleegkundige Sabine Martens uit, "dan schommelt ons normale humeur tussen de 40 en de 60. In onze hersenen hebben we echter verschillende mechanismen die ons humeur regelen en die verhinderen dat de stemming te hoog klimt of te laag zakt. Maar bij de mensen met een bipolaire stoornis functioneren deze mechanismen niet naar behoren. Op onze denkbeeldige schaal kan de stemming tijdens een hypomanische fase dan stijgen tot 70, en tot 90 of 100 in de manische fase. In de depressieve fase kan ze zakken tot...0!"

Terug naar begin

Twee uitersten

Sabine Martens heeft verschillende jaren ervaring met bipolaire patiënten en hun familie: "In de hypomane fase voelt de patiënt zich dynamisch, creatief, hij maakt plannen en heeft een gevoel van euforie, maar is ook prikkelbaar en ongedurig. Je kunt zeggen dat hij dan niet in zijn normale doen is, maar wel handelbaar. In de manische fase daartegenover, is dit minder het geval. Als hij zijn eigen veiligheid of deze van zijn omgeving in gevaar brengt, moet hij gehospitaliseerd worden. Eén van onze patiënten reed eens in een euforie met de wagen naar Amsterdam, vond hem daar niet terug en vertrok dan maar... te voet naar Brussel terug!

Schrijver Ernest Hemingway
leed aan manisch-
depressiviteit.

Sommigen doen onveroorloofd grote uitgaven, anderen denken dat ze een goddelijke boodschap uit te dragen hebben... Ook stellen we een verhoging van communicatie vast: druk praten, veel schrijven, e-mails verzenden, telefoneren... Indien één van uw kennissen in een manische fase vertoeft, legt u 's nachts uw gsm beter ver weg, want het kan best dat u tussen 2 en 4 uur 's ochtends tien keer wordt opgebeld! In de rustige fase vinden we de klassieke symptomen van depressie: verlies van levensvreugde, pessimisme, futloosheid, vertraging van spraak en denken, enz."

Terug naar begin

Genetisch, maar er is meer

Hoeveel mensen met een bipolaire stemmingsstoornis zijn er in België? "Voor ons land hebben we geen enkel cijfer", zegt de Brusselse psychiater de. Daniel Souery. "Maar als we Amerikaanse en Europese studies mogen extrapoleren, kunnen we uitgaan van zo'n 2% bipolaire patiënten van het type I (manisch + depressief) en ongeveer 4% van het type II (hypomaan + depressief). Dat is veel! Ter vergelijking: aan schizofrenie of alzheimer lijdt slechts 1%!"

In tegenstelling tot depressie, dat drie keer meer vrouwen dan mannen treft, is manisch-depressiviteit gelijk verdeeld over de twee seksen. Maar hoe ontstaat de ziekte? "Er zijn twee pieken voor het verschijnen van de eerste symptomen", legt Dr. Souery uit. "De eerste situeert zich rond het einde van de adolescentie of de aanvang van de volwassen leeftijd, de tweede rond 30-35 jaar. Maar de ziekte kan ook de kop opsteken bij mensen van 60 of 65 jaar. Elke verandering van levenswijze of elke stressfactor kan als trigger functioneren: de menopauze bijvoorbeeld, met haar hormonale schommelingen, of de aanvang van het pensioen."

De redenen van de ziekte zijn nog niet gekend. "De meest onderschreven hypothese is de er een interactie bestaat tussen genetische of biologische factoren enerzijds (anomalieën op het niveau van de neurotransmitters en het metabolisme van sommige hormonen,...) en factoren uit de omgeving anderzijds (stress, een traumatische ervaring, financiële moeilijkheden, familiale problemen...). Dat de ziekte familiaal bepaald zou zijn, is ook correct. De erfelijke bagage zorgt voor een zekere kwetsbaarheid, zonder dat de ziekte zich daarom per se ontwikkelt. Er gebeurt heel wat onderzoek daarrond, maar tot nu toe werd nog geen enkel gen geïdentificeerd dat verantwoordelijk zou zijn."

Terug naar begin

Tien jaar voor een diagnose

Is de ziekte nauwelijks gekend bij het grote publiek, ook voor de artsen is ze nog een nobele onbekende. Dat is een van de redenen waarom het gemiddeld 10 jaar duurt vooraleer de diagnose wordt gesteld.

"Tussen de eerste symptomen en de diagnose, is het voor de patiënt een waar gevecht", zegt Dr. Souery. "Is hij in de rustige fase, dan zal de arts geneigd zijn antidepressiva voor te schrijven, want de persoon vertoont alle tekenen van depressie. Dan heeft de behandeling niet alleen geen nut, ze riskeert de ziekte zelfs te verergeren. De artsen moeten dus beter geïnformeerd worden, want ze hebben niet de reflex om snel aan een bipolaire stoornis te denken of hun onderzoek uit te breiden door verder te vragen en zo de symptomen van een drukke fase op te sporen, die misschien al dateert van enkele maanden terug. 80% van de patiënten oordeelt dat de arts niet voldoende geïnformeerd was over de symptomen en/of niet voldoende competent was om de diagnose te stellen."

Terug naar begin

Multidisciplinaire aanpak

Sinds een tiental jaar worden bipolaire stoornissen multidisciplinair aangepakt, en wordt zowel een behandeling met geneesmiddelen ingesteld, als een individuele of gezinstherapie. Deze psychotherapie behelst onder meer een opleidingsprogramma voor patiënt én familie.

"Wat de geneesmiddelen betreft, zijn er vooreerst de stemmingsstabilisatoren zoals lithium", licht Dr. Souery toe. "Ze maken dat de crisissen minder diep gaan en minder vaak voorkomen. Maar dat is niet voldoende. De geneesheer zal ook antidepressiva voorschrijven in het geval van ernstige depressie, neuroleptica in de manische fase, of benzodiazepines bij angst. Deze medicijnen hebben nevenwerkingen, maar op dit ogenblik hebben we geen keuze."

In 2000 werd in het Brusselse Erasmusziekenhuis een project opgestart, onder impuls van Sabine Martens en Dr. Souery, dat zich richt tot patiënten én hun familieleden en tot doel heeft de ziekte beter te leren begrijpen en ermee om te gaan. "We hebben twee groepen", legt Sanine Martens uit, "de ene voor patiënten met verzorgend personeel, de andere voor mensen uit de omgeving van de patiënt (partner, ouder...) met verzorgers. Deze groepen komen één keer per week samen en ze krijgen allebei dezelfde informatie. Aan bod komen thema's als levenshygiëne (regelmatige slaap, onthouding van drugs of alcohol,...), het omgaan met stress (een uitlokkende factor), enz. Maar deze groepen zijn ook plaatsen van uitwisseling, van communicatie. Zo beseffen de patiënten dat ze niet alleen zijn met hun ziekte. En in de andere groep, die van de gezinsleden, kan er vrijuit gepraat worden omdat de patiënt er niet bij is. Zij hebben veel vragen en zoeken ondersteuning, want ze leven in een moeilijke situatie."

De ziekte leren kennen, is zeer belangrijk voor de patiënt. Zo zal hij sneller de signalen van een dreigende crisis kunnen opvangen, snel reageren en zo de ernst van een crisis verminderen. "Naarmate de ziekte vaker de kop opsteekt, wordt de patiënt kwetsbaarder en vatbaarder voor een nieuwe crisis. Stilaan krijgen dan ook externe factoren invloed op zijn stemming en wordt het een vicieuze cirkel. Vandaar het belang van een snelle diagnose."

Eenmaal de ziekte zich kenbaar heeft gemaakt, zal ze de patiënt een leven lang vergezellen. Dan is alleen nog de vraag hoeveel adempauze ze hem gunt. "Zelfs wanneer de ziekte al een aantal maanden of jaren gestabiliseerd is, moet de patiënt zijn medicatie blijven nemen", zegt Dr. Souery. "De meeste mensen die ermee stoppen, hervallen na 2 of 3 maanden."

Terug naar begin

Ook de omgeving steunen

Voor veel bipolaire patiënten is de ziekte een synoniem van eenzaamheid. Ook daarom is de rol van de omgeving zo belangrijk.

"Het aantal echtscheidingen is hoog", constateert Sabine Martens. "Ook familiale uitstoting komt voor: omdat ze er te veel hebben onder geleden, weigeren de kinderen nog contact met hun zieke ouder. Voor de omgeving van de zieke is het dan ook niet gemakkelijk. Ze worden heel dikwijls geconfronteerd met een gevoel van ontmoediging en eenzaamheid."

"Dertig of veertig jaar geleden werden mensen met een bipolaire stoornis met-een opgenomen in een psychiatrische instelling", zegt Dr. Souery. "Tegenwoordig is dat anders, maar de naaste familieleden zijn niet voorbereid om de taak op te nemen om dagdagelijks met de patiënt samen te leven. We hebben hen nochtans nodig: om de diagnose te stellen, om hervallen te voorkomen, enz."

Beetje bij beetje ontstaan er zelfhulpgroepen voor de patiënten en hun gezinsleden. In Vlaanderen zijn er ook vrijwilligers die de zorg opnemen van een manisch-depressieve patiënt. Zo ontstaan er duootjes: de patiënt en zijn buddy. Deze initiatieven zijn nog niet talrijk maar ze hebben hun degelijkheid wel bewezen, vooral wanneer ook groepssamenkomsten worden voorzien waar niemand wordt veroordeeld of gestigmatiseerd. Daar worden patiënten en familieleden zich bewust dat ook anderen met dezelfde problemen worstelen, en dat helpt!

Terug naar begin

Onze partners