(Groot)ouders met kinderziekten

22/11/16 om 11:02 - Bijgewerkt om 11:08

Kinkhoest, mazelen, RSV: ook als volwassene kan je een kinderziekte krijgen. Met dezelfde gevolgen? En hoe bescherm je je ertegen als je vaak in het gezelschap van kleine kinderen vertoeft?

(Groot)ouders met kinderziekten

© Getty Images/iStockphoto

Infectieziekten komen bij kinderen frequent voor en zijn vaak erg besmettelijk. Gelukkig wordt het risico op mazelen, rodehond en bof al heel sterk ingedijkt door een gecombineerd vaccin, al biedt dat geen 100% bescherming. Het nadeel? Het vaccin wordt een eerste keer toegediend op de leeftijd van één jaar, maar moet worden herhaald tussen tien tot twaalf jaar. En dan blijkt 20 tot 30% van de kinderen door de mazen van het net te glippen. Vandaar dat deze ziekten geregeld opduiken op volwassen leeftijd met, in zeldzame gevallen, gevaarlijke complicaties. "In één geval op 1000 kan mazelen ernstige gevolgen hebben: hersenontsteking, longontsteking...", aldus prof. Yves Van Laethem, specialist infectieziekten (Sint-Pietersziekenhuis, Brussel).

Goed beschermd

Het goede nieuws: wie voor 1960 geboren is, loopt theoretisch geen risico. "Mensen uit die generatie hebben als kind deze ziekten doorgemaakt, omdat die toen zeer veelvuldig voorkwamen. Zij zijn dus beschermd", legt de specialist uit. Want dat is meteen ook het voordeel van kinderziekten: als het organisme één keer in aanraking is geweest met het virus, maakt het specifieke antistoffen aan die in theorie levenslange bescherming bieden.

Neem nu mononucleose, ook wel klierkoorts of kusjesziekte genoemd (omdat de besmetting voornamelijk gebeurt via speeksel) en die te wijten is aan het Epstein-Barrvirus. Mononucleose kan je maar één keer krijgen, doorgaans als kind of tiener. Omdat de symptomen dan meestal vrij vaag zijn (ernstige vermoeidheid bijvoorbeeld), kan de ziekte vrij ongemerkt voorbijgaan. Veel mensen hebben dan ook klierkoorts gehad zonder het te weten. Uiteindelijk blijkt slechts 10% van de vijftigplussers de ziekte nooit te hebben gehad. Aangezien er ook nu nog geen enkel vaccin bestaat tegen mononucleose (al wordt er onderzoek naar gedaan), gelden voor deze kleine bevolkingsgroep de basisadviezen: iemand die drager is van de ziekte niet op de mond kussen, ander bestek of glazen gebruiken en naar de dokter gaan bij aanhoudende vermoeidheid en koorts. Want van mononucleose kan je je niet alleen heel ziek voelen, in zeldzame gevallen zorgt de ziekte ook voor ernstige complicaties zoals een miltruptuur (gescheurde milt).

Ernstigere gevolgen?

Ook volwassenen kunnen dus een of andere kinderziekte krijgen. Maar lopen grootouders een groter risico dan ouders? "Niet echt", weet professor Yves Van Laethem, "ook al zijn de gevolgen soms anders en ernstiger, zoals bijvoorbeeld bij RSV." Het respiratoir syncytieel virus komt zeer vaak voor van november tot maart en veroorzaakt bij volwassenen symptomen die lijken op griep (hoesten, koorts, hoofdpijn...). Het RSV-virus kan leiden tot ernstige complicaties, vooral bij mensen met een hart- of longaandoening. "Vandaag veroorzaakt RSV bij 65-plussers evenveel sterfgevallen als griep", licht de specialist toe. Omdat er momenteel geen vaccin tegen RSV bestaat, kan je als grootouder elk contact met kleine kinderen met dergelijke luchtwegeninfecties dus beter mijden.

Want net als heel jonge kinderen vormen senioren een risicogroep. Naarmate je ouder wordt, maakt je immuunsysteem namelijk een complexe evolutie door die immunosenescentie wordt genoemd: sommige afweerfuncties blijven behouden of worden zelfs aangescherpt (soms onterecht zoals bij autoimmuunziekten of tumorproliferatie), andere nemen af. Typisch voor deze evolutie is dat het effect van eerdere vaccins afneemt, waardoor je op oudere leeftijd vatbaarder bent voor infecties. Bovendien komen in deze leeftijdscategorie de meeste chronische ziekten voor. Diabetes, ademhalingsziekten, een hartkwaal: het zijn allemaal aandoeningen die complicaties in de hand werken. Door een kind in te enten bescherm je dus meteen ook de grootouders! "Van pneumokokkenvaccinatie bij kinderen bijvoorbeeld is vandaag geweten dat ze invasieve pneumokokkeninfecties bij oudere personen doet dalen", aldus nog professor Yves Van Laethem.

Gordelroos en waterpokken

Gordelroos en waterpokkenWaterpokken zijn een uiterst besmettelijke kinderziekte, veroorzaakt door een van de herpesvirussen. Typisch zijn rode vlekjes en jeuk. De meeste volwassenen hebben als kind, doorgaans rond vijf à zes jaar, waterpokken gehad. Daarna blijft het virus slapend aanwezig in de zenuwknopen langsheen de wervelkolom. Als het weer actief wordt, veroorzaakt het gordelroos (zona).

Erg pijnlijk

Gordelroos wordt gekenmerkt door pijnlijke huiduitslag (branderig gevoel, scherpe steken). Doorgaans is slechts één zijde van het lichaam aangetast. De ziekte kan aanleiding geven tot ernstige zenuwpijn ter hoogte van rug en borst maar af en toe ook ter hoogte van het hoofd, de nek en soms de ogen (zona ophthalmica). De huidletsels verdwijnen vanzelf na drie tot vier weken, maar de pijn kan veel langer aanhouden en een behandeling vereisen. Sommige patiënten blijven heel lang last hebben van zenuwpijn, postherpetische neuralgie genoemd. Gordelroos is niet besmettelijk: enkel rechtstreeks contact met de huidletsels (blaasjes, korstjes) houdt risico's in voor wie nog nooit waterpokken heeft gehad.

Gewekt door stress

Gordelroos komt doorgaans voor vanaf 45 jaar. Gelukkig maken de meeste mensen de ziekte slecht één keer in hun leven door. Naar schatting treft de ziekte tot de helft van de 80-plussers. Dat het virus opnieuw actief wordt, heeft alles te maken met een verzwakt immuunsysteem. Dat houdt dan weer verband met lichamelijke stress (ziekte), psychologische stress of het gebruik van bepaalde geneesmiddelen (corticosteroïden). "Contact met waterpokken zou daarbij een rol kunnen spelen, maar het is vooral het virus dat je al sinds je kindertijd meedraagt dat verantwoordelijk is voor de uitbraak van gordelroos", geeft Yves Van Laethem nog mee. Grootouders hebben dus eigenlijk geen enkele reden om bang te zijn voor een kleinkind met waterpokken, tenzij ze de kinderziekte zelf nooit hebben gehad (wat zeldzaam is). In dat geval krijgen ze geen gordelroos maar waterpokken.

Bescherm je (klein)kinderen

Het omgekeerde is eveneens waar: grootouders die zichzelf beschermen, beschermen ook hun kleinkinderen. Kinkhoest is daar een goed voorbeeld van. De ziekte wordt gekenmerkt door een hardnekkige hoest (langer dan twee of drie weken) met zeer hevige hoestaanvallen, gevolgd door een gierend snakken naar adem. Tegen de ziekte moet regelmatig opnieuw worden ingeënt. "Een vaccin biedt enkele jaren bescherming. Wie de ziekte al heeft gehad, is beter beschermd maar toch krijgen mensen soms nog een keer kinkhoest", legt professor Yves Van Laethem uit. Vandaar dat zwangere vrouwen systematisch worden gevaccineerd. Het grootste gevaar dreigt namelijk wanneer je de ziekte doorgeeft aan een baby jonger dan een jaar die nog niet gevaccineerd is en bij wie de ziekte voor zeer ernstige complicaties kan zorgen.

Grootouders die op hun kleinkinderen passen, doen er absoluut goed aan zich tegen kinkhoest te laten vaccineren. De ziekte wordt namelijk overgedragen via de lucht (hoest) en is uiterst besmettelijk. Voor de ouders en de broers en zussen van een pasgeborene wordt het vaccin terugbetaald. "Grootouders krijgen het vaccin nog niet terugbetaald. Maar daar komt verandering in", weet professor Yves Van Laethem. Het is dus zeker een goed idee om dit te bespreken met je behandelende arts.

Los van al deze voorzorgsmaatregelen, bevordert het contact tussen kleinkinderen en hun grootouders het algemeen welzijn van beide groepen en daar wordt hun immuunsysteem alleen maar beter van!

Nuttige tips

  • Pas liever niet op je kleinkinderen als ze een RSV-luchtwegeninfectie hebben of als je er zelf een hebt.
  • Was regelmatig je handen met water en zeep, vooral na een toiletbezoek, voor de maaltijden, nadat je een baby hebt verschoond of een kind de neus hebt gesnoten.
  • Speelgoed en knuffels zijn haarden van microben: stop ze regelmatig in de wasmachine.
  • Praat je vaccinaties door met je behandelende arts.

Lees meer over:

Onze partners