Een coronarografie

04/06/11 om 00:00 - Bijgewerkt om 00:00

Een coronarografie maakt, met behulp van contraststof, het hart, de kransslagaders en hun vertakkingen zichtbaar op röntgenbeelden. Zo worden vernauwingen, afsluitingen of uitzettingen van deze belangrijke bloedvaten opgespoord.

Wat is het?

Een coronarografie maakt het hart, de kransslagaders en hun vertakkingen zichtbaar. Daartoe spuit de arts een contrastmiddel in via een katheter die meestal vanuit de lies is aangebracht en die de bloedvaten zichtbaar maakt op röntgenbeelden.

Waartoe dient het?

De bloedvoorziening van het hart gebeurt via de twee coronaire bloedvaten of kransslagaders. Deze kunnen dichtslibben ten gevolge van atheromatose (aderverkalking). Dit betekent dat er zich ten gevolge van roken, cholesterol, diabetes en ouderdom in de bloedvaten kalkplaten (plaques) vormen die stilaan groter worden. Op een bepaald moment krijgt de hartspier niet meer voldoende bloed om de gevraagde activiteit te ontwikkelen. De hartspier lost dit aanvankelijk op door op anaërobe manier (zonder zuurstofverbruik) aan energiewinning te doen, maar daarbij wordt melkzuur aangemaakt. Dit melkzuur geeft angineuze klachten, pijn in de borst die uitstraalt naar de linkerarm. Wanneer het bloedvat volledig wordt afgesloten, kan de hartspier zelfs gedeeltelijk afsterven. Dat is wat er gebeurt bij een infarct.

Met een angiografie wil de arts eventuele vernauwingen (stenosen) ter hoogte van de kransslagaders opsporen. Dit onderzoek laat ook toe de druk in de vier afzonderlijke holtes van het hart te meten. Soms worden bepaalde ingrepen gelijktijdig uitgevoerd, zoals het plaatsen van een stent en een ballondilatatie.

Vergt het onderzoek voorbereiding?

Patiënten die bloedverdunners nemen, moeten dit melden. Sommige bloedverdunners moeten namelijk tijdelijk worden gestopt.

Het gebruik van Glucophage, Metformine of Metformax moet 24 uur voor het onderzoek worden gestopt.

Ontstekingsremmers zoals Voltaren, Brufen, Feldene worden het best tijdelijk gestopt.

De patiënt moet nuchter zijn. Voor de ingreep wordt vaak een bloedanalyse, een radiografie van de thorax en een ECG (elektrocardiogram, zie p. 54) uitgevoerd.

Gebeurt de ingreep vanuit de lies (zie verder) dan wordt de liesplooi uitgebreid geschoren.

Zijn er contra-indicaties?

Overgevoeligheid voor contrastmiddelen.

Hoe verloopt het?

De techniek bestaat erin een katheter (een dun slangetje) via de arteria femoralis (de dijbeenslagader) in de lies (kan ook vanuit elleboog of pols, maar dit gebeurt minder vaak) op te schuiven tot aan het hart. Daartoe wordt een kleine insnede gemaakt ter hoogte van de lies om de arterie vrij te maken. Deze plaats wordt eerst lokaal verdoofd. Het onderzoek gebeurt in een zaal die vergelijkbaar is met een operatiezaal onder volledig steriele omstandigheden. Met behulp van een röntgenapparaat wordt het verloop van de katheter gevolgd. Het opschuiven van de katheter doorheen de bloedvaten doet geen pijn. Zodra de katheter op zijn plaats zit, wordt doorheen de katheter contraststof ingespoten om de kransslagaders zichtbaar te maken d.m.v. röntgen-onderzoek. De patiënt ervaart dit als een warmtegevoel en het gevoel dat hij moet plassen. Dit duurt ongeveer 15 sec. Het volledige onderzoek duurt een half tot anderhalf uur.

En achteraf?

Ofwel wordt door de geneesheer een slotje geplaatst op de arterie in de lies. In dat geval is in principe slechts 6 uur bedrust vereist, maar meestal zal toch gevraagd worden 24 uur bedrust te houden.

Ofwel wordt er een drukverband aangebracht ter hoogte van de lies, zonder slotje en is zeker 24 uur bedrust nodig. Ofwel is er nog een katheter aanwezig in het bloedvat en blijft de patiënt nog enige tijd na het onderzoek op de hartbewaking. Bij katheterisatie via de arm kan de bedrustperiode korter zijn.

De patiënt moet veel drinken om de ingespoten contraststof te verwijderen.

Situaties waarin een zogenaamd valsalvamanoevre wordt uitgelokt (blokkering van de ademhaling) zoals niezen met gesloten neusgaten, een zware last tillen, persen bij het naar het toilet gaan enz. moeten de eerste dagen vermeden worden. Meestal gebeuren er de dag na het onderzoek nog enkele controleonderzoeken zoals bloedafname en ECG en mag de patiënt daarna het ziekenhuis verlaten.

De eerste 5 dagen zijn fietsen en een bad nemen verboden.

Onze partners