De prikpil

01/03/11 om 00:00 - Bijgewerkt om 00:00

In de reeks alternatieven voor de pil is de prikpil weinig bekend, en dus ook weinig gebruikt.

De prikpil is een weinig bekend alternatief voor de pil. Net zoals bij de minipil bevat de prikpil slechts één vrouwelijk hormoon: progestageen. Dit hormoon zorgt ervoor dat eicellen niet kunnen rijpen. Bovendien maakt de prikpil het baarmoederhalsslijm zo taai dat het moeilijk toegankelijk wordt voor zaadcellen en maakt ze het slijmvlies van de baarmoeder ongeschikt voor innesteling.

De prikpil wordt aan het begin van de menstruatie in je bilspier ingespoten door een arts of een gynaecoloog. De tweede inspuiting volgt na tien weken. Daarna krijg je om de drie maanden (elke twaalf weken) een inspuiting.

Voordelen

De prikpil is interessant omdat je er niet elke dag aan hoeft te denken zoals bij de pil. Je gaat gewoon om de drie maanden naar de dokter voor een injectie en daarmee ben je er ook vanaf. Zeker voor vrouwen die een erg onregelmatig leven hebben, is dat een groot voordeel.

Dat is ook de reden waarom de prikpil vaak wordt voorbehouden voor gevallen waarbij er aanwijzingen zijn dat het moeilijk is om consequent en trouw een anticonceptiemiddel te gebruiken, zoals bij mentaal gehandicapten.

Nadelen

Een groot nadeel van de prikpil is dat het een hele tijd duurt voor je cyclus weer is hersteld als je stopt met de prikpil. Dat kan zes tot vijftien maanden duren. Voor vrouwen die op korte termijn kinderen willen, is de prikpil dus geen optie.

Het eerste jaar kan je ook last hebben van onregelmatig bloedverlies. Na een jaar houdt de menstruatie meestal helemaal op, al is dat op zich geen probleem.

Voorts is geweten dat de prikpil puistjes kan veroorzaken en dat je ervan kan verdikken.

Onze partners