Anticonceptiepleister

02/06/14 om 15:50 - Bijgewerkt op 24/03/16 om 07:19

De anticonceptiepleister is een van de methoden om zwangerschap te voorkomen.

Anticonceptiepleister



Het voortplantingsstelsel van de vrouw bestaat uit de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken. De eierstokken zijn amandelvormige klieren aan weerszijden van de baarmoeder. Ze produceren de geslachtshormonen oestrogeen en progesteron, die de menstruatiecyclus van de vrouw regelen. Naast hormonenproductie hebben de eierstokken ook als functie het bewaren van honderdduizenden eicellen. Elke maand stimuleren hormonen de eierstokken om eicellen tot rijping te brengen. Over het algemeen rijpt er maar één eicel, die vrijkomt en dan kan worden bevrucht.

Bevruchting kan alleen tijdens de ovulatie plaatsvinden; dit is de periode in de menstruatiecyclus van de vrouw waarin de rijpe eicel uit de eierstok vrijkomt en zich door de eileider verplaatst. Het ontstaan van een embryo wordt mogelijk wanneer een spermatozoïde een rijpe eicel in de eileider bevrucht. Als de eicellen tot celdeling overgaan, is dat het teken dat bevruchting heeft plaatsgevonden. Bij celdeling ontstaat een zogenaamd kiemblaasje of blastocyste. De blastocyste gaat via de eileider de baarmoeder binnen. De blastocyste moet zich binnen de bekleding van de baarmoeder innestelen om zich verder tot embryo te kunnen ontwikkelen.

De anticonceptiepleister is een van de methoden om zwangerschap te voorkomen. Het kleine vierkante pleistertje bestaat uit verschillende lagen. Bij de meeste pleisters bevat de onderste kleeflaag de hormonen oestrogeen en progestine (de farmaceutische vorm van progesteron). Deze laag rust rechtstreeks op de huid, gewoonlijk op de billen, de buik of de bovenarm. Dit middel is een hormonale anticonceptiemethode. Dat betekent dat de pleister synthetische hormonen aan de bloedsomloop afgeeft, die de normale menstruatiecyclus van een vrouw beïnvloeden.

Deze hormonen voorkomen zwangerschap door de volgende factoren:

  • De eierstokken geven geen eicellen meer af;
  • Het baarmoederhalsslijm wordt dikker en daardoor kunnen de spermatozoïden niet tot de eicellen doordringen;
  • Het endometrium (inwendige bekleding van de baarmoeder) wordt dunner en daardoor kan een eicel zich niet innestelen.


Je gebruikt de pleister een week; daarna moet hij worden vervangen. Dat moet drie weken achtereen steeds op dezelfde dag van de week gebeuren. In de vierde week draagt de vrouw geen pleister. In die week wordt ze ongesteld.

De anticonceptiepleister is alleen op recept verkrijgbaar. Deze methode brengt dezelfde risico's met zich mee als de oraal ingenomen anticonceptiepil.

Lees meer over:

Onze partners

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info