Allergieën nemen voortdurend toe

14/04/12 om 00:00 - Bijgewerkt om 00:00

Het hooikoortsseizoen begint tegenwoordig vroeger en duurt tot diep in de herfst. Veel meer mensen zijn allergisch of worden het zelfs nog op latere leeftijd. Wat is er aan de hand?

Inhoud:

Wat gebeurt er bij allergie?
Allergisch, maar waarvoor?
Kruisallergieën

Hoe uit zich een allergie?
Tips in geval van allergie

Is ons immuunsysteem dan ontspoord?
Sommige mensen hebben thuis last van allergie en op vakantie niet. Hoe valt dat te verklaren?
De berkenpollenallergie neemt in ons land aanzienlijk toe.
Waarom vertonen kinderen uit gezinnen met huisdieren minder allergieën?
Hoe komt het dat sommige mensen op hun veertigste plots allergisch worden
?
Wat brengt de nabije toekomst?

Hoe komt het dat het aantal mensen met allergieën zo sterk toeneemt?

Prof. Paul Van Cauwenberge: Bij een allergie gaat het steeds om een interactie tussen de genetische aanleg en de uitlokkende factoren. De aanleg is iets dat zich ontwikkelt over tienduizenden jaren. Die kan niet op enkele generaties zo dramatisch veranderen.

Het zijn bijgevolg de uitlokkende factoren of de omgevingsfactoren die de laatste decennia drastische veranderd zijn. In het begin van de 20ste eeuw kwam allergie voor bij 1 tot 2 % van de bevolking, en dat percentage was overal ter wereld ongeveer hetzelfde. Maar met factoren zoals de verwesterlijking, de milieuvervuiling, het hygiënischer worden van onze levensomstandigheden, het steeds meer gesloten worden van onze behuizing, de airconditioning en de dubbele beglazing, de opwarming van de aarde waardoor het pollenseizoen steeds langer wordt, heeft het aantal allergieën een explosieve groei gekend. Een tijdlang heeft men gedacht dat de milieuvervuiling de verklarende factor was. Maar zo eenvoudig is het niet. Dat bleek bij de eenmaking van Duitsland. In het sterker vervuilde Oost-Duitsland bleken veel minder allergieën voor te komen. Na de eenmaking is de voormalige DDR echter aan een inhaalbeweging begonnen.

Het gaat om een hele reeks factoren die allemaal in dezelfde richting werken: ze zorgen ervoor dat ons immuunsysteem, ons natuurlijk verdedigingsmechanisme, op een totaal andere manier op de proef wordt gesteld dan vroeger.

Wat gebeurt er bij allergie?

Ons afweersysteem moet ons beschermen tegen indringers zoals bacteriën en virussen. Bij een allergie reageert het echter op dezelfde manier tegen stoffen waar we ons eigenlijk niet hoeven tegen te verweren. Deze stoffen noemt men allergenen. Bij contact met zo'n allergeen gaat ons lichaam antistoffen aanmaken. Bij de meeste aller- gische reacties zijn dat de zogenaamde IgE of immunoglobulines E. Die stoffen zoeken in ons lichaam bepaalde cellen op, de mestcellen die vooral aanwezig zijn in de huid en in de slijmvliezen van de neus, de ogen en de luchtpijp. De mestcellen zijn gevuld met korrels van onder andere histamine. Als bij een volgend contact met het allergeen dit zich op het IgE bindt, krijgt de mestcel een seintje om leeg te lopen. De histamine komt vrij en lokt een aantal reacties uit in een poging om de indringers weg te krijgen (opzwellen van de slijmvliezen, jeuk, niezen...)

Er worden ook andere cellen aangetrokken die voor laattijdige allergische reacties zorgen. Zo ontstaat een soort lawine-effect dat uiteindelijk kan leiden tot een blijvende ontstekingsreactie. En die reactie maakt de persoon in kwestie dan weer kwetsbaarder en gevoeliger voor een nieuwe aanval van allergenen. Door de toegenomen gevoeligheid kunnen zelf reacties optreden in afwezigheid van allergenen maar uitgelokt door bijvoorbeeld tabaksrook, parfums, scherpe geuren of mistig weer.

Terug naar begin

Is ons immuunsysteem dan ontspoord?

Door de toegenomen hygiëne moet ons immuunsysteem zich nauwelijks nog weren tegen schadelijke micro-organismen, dus gaat het zich richten tegen onschadelijke dingen zoals pollen en huisstofmijten. Dat gevecht geeft dezelfde symptomen alsof het zich verdedigt tegen een schadelijk product. Want vaak is het in feite eerder ons afweersysteem dat tot symptomen leidt dan de infectie zelf. Een ontsteking van het slijmvlies bijvoorbeeld leidt tot een betere doorbloeding daarvan, met de bedoeling zoveel mogelijk antistoffen naar de infectiehaard te krijgen. Daardoor zwelt het slijmvlies en zit je neus dicht. Dat symptoom wordt dus veroorzaakt door ons eigen afweersysteem. Bij neusloop worden de klieren gestimuleerd om meer waterige secreties te produceren om de schadelijke stoffen weg te spoelen. Niezen is een reflexmechanisme om ziekteverwekkers weg te blazen. Jeuk heeft de bedoeling ziektekiemen weg te wrijven. Dit zijn allemaal afweersymptomen. Wanneer je nu op een onschadelijke stof zoals stuifmeel reageert, geeft dat ongeveer dezelfde symptomen. Dat is de hoofdverklaring.

Zijn er dan nog andere verklaringen?

De tweede oorzaak is dat we met meer en meer moleculen in contact komen. Vroeger stonden alle deuren van een huis open of, zelfs als ze dicht waren, bleven er overal kieren en spleten. In Afrika is dat nog altijd zo en de concentratie van stof in huis is daar minder groot omdat het naar buiten waait. Isolering, dubbele beglazing, airco,... het heeft het wooncomfort verbeterd en ons energieverbruik beperkt, maar het is de allergie niet ten goede gekomen. Bovendien worden er voortdurend nieuwe stoffen ontwikkeld waardoor het aantal nieuwe moleculen waarmee we in contact komen en waarop we allergisch kunnen reageren ontzettend is toegenomen.

Terug naar begin

Allergisch, maar waarvoor?

Allergenen zijn eiwitten van een bepaalde grootte die gewoon in de natuur voorkomen en aanleiding kunnen geven tot allergische reacties. Afhankelijk van de manier waarop we ermee in aanraking kunnen komen, worden ze onderverdeeld in zes categorieën:

1. Inhalatieallergenen worden grotendeels ingeademd, maar komen ook in contact met de slijmvliezen van de ogen. Hiertoe behoren: huisstofmijten, huisdieren (speeksel en uitwerpselen), schimmelsporen (in vochtige woningen maar ook buitenshuis, vooral in het najaar), graspollen, pollen van onkruid (weegbree, bijvoet,...), boompollen (bij ons voornamelijk de hazelaar, els, wilg, berk, populier en eik, in warmere landen vooral plataan, olijfboom en cipres).

2. Voedingsmiddelen: bij kinderen vooral allergenen van dierlijke oorsprong (koemelk, kippeneiwit...), in mindere mate van plantaardige oorsprong (soja, pinda, tarwe). Bij volwassenen vooral allergenen van plantaardige oorsprong (hazelnoot, pinda, appel, kiwi, perzik, tarwe, maïs, tomaat, aardappel, sesamzaad en specerijen zoals koriander, witte peper, paprika, karwij, mosterd,...), maar ook vis, schaal- en schelpdieren.

3. Insecten: het gif van verschillende insecten kan allergische reacties veroorzaken. In België gaat het voornamelijk om de wesp, de honingbij, en in zeldzamere gevallen de hoornaar en de hommel. In Amerika is de rode mier een belangrijke boosdoener. Speeksel van een daas, horzel of mug kan zwelling en ontsteking veroorzaken, maar slechts zeer zelden een allergie.

4. Geneesmiddelen waarbij allergische reacties kunnen voorkomen zijn: antibiotica afgeleid van penicilline, sommige pijnstillers, producten gebruikt in de anesthesie, insuline.

5. Contactallergenen: stoffen die bij langdurig en/of herhaald contact met de huid allergische verschijnselen uitlokken: metalen zoals nikkel, geurstoffen in parfums, latex, lijmen in schoeisel, zalven, oog- en oordruppels.

6. Beroepsallergenen: eiwitten waarmee men beroepshalve in grote hoeveelheden in aanraking komt zoals permanentvloeistoffen of haarverf bij kappers, tarwemeel en broodverbeteraar bij bakkers,...

Terug naar begin

Sommige mensen hebben thuis last van allergie en op vakantie niet. Hoe valt dat te verklaren?

Een allergie is zeer specifiek gericht tegen een bepaalde molecule. Als je bijvoorbeeld allergisch bent voor één soort paarden, ben je dat niet noodzakelijk voor een ander ras. Soms bestaat er een kruisreactie die ertoe leidt dat je voor alle soorten allergisch bent maar dat is niet altijd zo. De kans dat je op termijn ook allergisch wordt voor andere rassen is dan wel groter. Hetzelfde geldt voor stuifmeel. Tijdens de vakantie zul je met andere bloemen en planten in contact komen dan thuis. Al moet ik daaraan toevoegen dat sommige moleculen zo sterk op elkaar lijken dat je er door kruisoverdracht toch allergisch op reageert. Zo kan het gebeuren dat wie allergisch is voor graspollen, ook allergisch wordt voor berkenpollen.

Terug naar begin

Kruisallergieën

Sommige allergenen lijken sterk op elkaar. Zo komt het dat het lichaam soms allergisch reageert op een bepaald allergeen, en automatisch ook op andere, bijna identieke stoffen. Dan spreekt men van een kruisallergie.

Ten eerste kunnen antistoffen die gericht zijn tegen bepaalde allergenen ook reageren met allergenen van verwante stoffen. Zo bestaat er een kruisallergie voor gras- en boompollen of voor hazelnoot en walnoot, of nog voor garnaal/krab/kreeft.

Ten tweede kunnen antistoffen tegen pollen soms bepaalde onderdelen van voedselallergenen herkennen. Voorbeelden hiervan zijn kruisallergieën tussen boompollen en appel/perzik/ kiwi/peer of tussen graspollen en tomaat/tarwe/pinda/aardappel.

Een derde mogelijke kruisallergie is deze tussen latex (rubbersap) en kiwi/banaan/sesamzaad.

Terug naar begin

Ook de berkenpollenallergie neemt in ons land aanzienlijk toe.

Dertig tot veertig jaar geleden was die er nauwelijks in België. Maar driekwart van de mensen die allergisch zijn aan graspollen, zijn dat intussen ook aan berkenpollen. Toch zijn er niet zoveel berken bijgekomen. Wel is het zo dat de berken meer pollen zijn gaan produceren, een gevolg van de vervuiling. Als een planten- of boomsoort in de verdrukking komt door milieufactoren, dan gaat die om de voortzetting van de soort veilig te stellen meer pollen produceren zodat maar zaadjes de kans krijgen om uit te groeien tot bomen.

Nu ga je nooit onmiddellijk allergisch reageren op een product, er is altijd een sensibilisatiefase. En hoe hoger de belasting (de load), hoe groter de kans dat je overgevoelig wordt. Als je in een stuifmeelrijke omgeving leeft, heb je meer kans om allergisch te worden aan stuifmeel dan in een omgeving waar weinig stuifmeel voorkomt. Dat verklaart waarom kinderen die in de lente geboren zijn meer kans hebben om hooikoorts te ontwikkelen dan zij die geboren zijn na het pollenseizoen.

Dit brengt ons bij een ander belangrijk aspect: de eerste maanden van het leven - en waarschijnlijk ook de periode voor de geboorte - zijn erg belangrijk bij het ontstaan van allergie. Een kind dat in een omgeving geboren wordt waar het courant in aanraking komt met ziektekiemen, zoals een boerderij, zal veel meer beschermd zijn tegen allergie. Wanneer een kind echter pas na het eerste levensjaar op die boerderij gaat wonen, zien we het omgekeerde. Dit betekent dat die beïnvloedbaarheid van het immuunsysteem groot is bij het prille begin van het leven, maar dat niet blijft.

Terug naar begin

Verklaart dit waarom kinderen uit gezinnen met huisdieren minder allergieën vertonen?

Als kinderen reageren tegen bacteriën waarmee ze in contact komen, heeft hun immuunsysteem geen tijd om te reageren tegen graspollen en dergelijke. Hetzelfde geldt voor gezinnen met huisdieren. Dit wil niet zeggen dat een kind dat opgroeit met een kat specifiek beschermd is tegen een allergie voor katten, maar wel dat het in het algemeen minder kans loopt op het ontwikkelen van een allergie.

Een gelijkaardig verschijnsel zie je in gezinnen met veel kinderen. Oudere kinderen besmetten hun broers en zussen regelmatig met één of andere aandoening, zodat het immuunsysteem van de jongere kinderen zich nuttig kan bezighouden. Zij zullen minder makkelijk allergisch zijn dan hun oudste broer of zus.

Terug naar begin

Hoe uit zich een allergie?

  • Hooikoorts is wellicht de meest voorkomende vorm van allergie: 15 tot 20 % van de Belgische bevolking heeft er last van. Dit percentage is de afgelopen twintig jaar verdubbeld. In medische kringen spreekt men van seizoensgebonden allergische rhinitis. Seizoensgebonden omdat de stuifmeelproductie van elke plantensoort tot een bepaalde periode beperkt blijft. Allergische rhinitis omdat hooikoorts een allergie is waarvan de symptomen sterk lijken op die van een verkoudheid: een lopende of een verstopte neus, niesbuizen en rode, tranende ogen.
  • Als u 's ochtends opstaat met een verstopte neus, een pijnlijke keel en branderige ogen, dan is de kans groot dat u allergisch bent voor huisstofmijt. Hier spreekt men van een niet-seizoensgebonden allergische rhinitis. Pollen leven van huidschilfers en voelen zich opperbest in een warme, vochtige omgeving. Beddengoed, matrassen, tapijten, gordijnen, pluchen knuffels,... het zijn allemaal favoriete plekken voor hen. Huisstofmijten komen helaas het hele jaar door voor, met een piek in de herfst en de winter, wanneer de luchtvochtigheid groter is. Andere haarden van niet-seizoensgebonden allergische rhinitis zijn huisdieren en schimmels. De symptomen zijn zowat dezelfde als deze van hooikoorts, maar ze kunnen ernstiger zijn en evolueren ook gemakkelijker naar chronische problemen en zelfs naar astma.
  • Ook astma kent de laatste jaren een opgang. Het wordt gekenmerkt door episodes van kortademigheid, piepende ademhaling, hoesten, soms met slijm. Deze klachten kunnen aanvalsgewijs optreden of eerder chronisch van aard zijn.
  • Huidreacties komen eveneens frequent voor. Een eerste mogelijke vorm zijn urticaria, ook galbulten of netelroos genoemd. Bij urticaria treden plaatselijk of verspreid over het hele lichaam sterk jeukende, rode zwellingen op. Allergische urticaria treden meestal acuut op en duren enkele uren tot een paar dagen.
    Een bijzondere vorm van urticaria is het angioneurotisch oedeem of oedeem van Quincke, waarbij de zwelling optreedt ter hoogte van het gelaat, de lippen en de oogleden. Deze allergische reactie kan gevaarlijk worden wanneer ook de slijmvliezen van de mond en de keelholte aangetast zijn omdat dan verstikking dreigt. De mogelijke oorzaken zijn talrijk. Eerst en vooral kunnen de respiratoire allergenen (pollen, schimmelsporen, dieren...) eveneens een huidreactie uitlokken. Een tweede mogelijke oorzaak zijn voedselallergenen. Naast een rhinitis en spijsverteringsproblemen (braken, diarree) kan een voedselallergie namelijk ook een rode, jeukende irritatie geven. Nog andere mogelijke oorzaken van urticaria zijn insectenbeten en een reactie op geneesmiddelen.
  • Een laatste vorm van huidallergie is eczeem. Atopisch eczeem of atopische dermatitis komt regelmatig voor in families die ook met astma of hooikoorts kampen. Het vervelendste symptoom is de jeuk. Voorts ontstaan blaasjes die openbarsten en vocht afscheiden. Na uitdroging worden er korstjes gevormd.
    Een andere, ietwat aparte vorm van eczeem is contacteczeem, uitgelokt door recht- streeks contact van de huid met een stof waar u allergisch voor bent: toiletproducten, parfums, haarverf, make-up, wasmiddelen, waterverzachters, verfmiddelen rubber, sieraden (vooral nikkel!), lijmen, harsen, latex....

Terug naar begin

Hoe komt het dat sommige mensen op hun veertigste plots allergisch worden?

Ik denk dat het te verklaren is door de toegenomen load, het grotere aantal vreemde moleculen waarmee we in contact komen. Allergie vertrekt van een erfelijke aanleg en dus zou je verwachten dat een allergie zich al op jonge leeftijd uit. Maar de aanleg voor allergie is geen ja of neen-fenomeen. Tot nu toe zijn al meer dan 20 factoren ontdekt die een rol kunnen spelen bij het al dan niet ontstaan van allergie. Neem dat je er daar 6 of 7 van hebt die je gevoelig maken voor allergie, dan ga je niet veel allergeen nodig hebben om allergisch te reageren, maar als je maar één voorbeschikkende factor hebt, dan moet je al een grote hoeveelheid allergenen binnen krijgen vooraleer het afweersysteem erop zal reageren.

Dat maakt het heel moeilijk om genetische studies te doen in verband met allergie en astma. Bij allergie spelen IgE een belangrijke rol (zie kader links). Welnu, sommige mensen zullen gemakkelijker IgE aanmaken dan andere, dat is genetisch bepaald. Maar niet alle mensen die gemakkelijk IgE aanmaken, reageren allergisch. Er is ook de productie van andere stoffen (cytokines) die een rol speelt en al die processen worden afzonderlijk genetisch gereguleerd. Als je al die stoffen makkelijk aanmaakt, dan zul je allergisch worden, maar als het er slechts één is, dan zal een beetje pollen misschien niet voldoende zijn om een reactie uit te lokken.

Zo kan het gebeuren dat iemand op zijn 65ste allergisch wordt voor de pollen van gras waar hij al zijn hele leven mee in contact komt, maar waarvan hij nu plots met een bijzonder grote lading af te rekenen krijgt. Maar over het algemeen neemt allergie af met de leeftijd.

Terug naar begin

Verwacht u nog belangrijke doorbraken in de nabije toekomst?

Neem dat de hygiënetheorie bevestigd wordt. In plaats van de kinderen dan ziek te laten worden door bacteriën om hen te beschermen tegen allergieën, zouden we hen een vaccin kunnen geven met verzwakte bacteriën of met de toxines die de bacteriën produceren. Deze bacteriën (of toxines) zouden dan zo gewijzigd worden dat het immunologische aspect aanwezig blijft, maar niet het ziekmakende. Hetzelfde principe dus als bij het griepvaccin. Als we zo'n vaccin kunnen ontwikkelen en dit heel vroeg na de geboorte - of misschien zelfs voor de geboorte - toedienen, zouden we ervoor kunnen zorgen dat het afweersysteem van de kinderen daartegen gaat vechten maar zonder ziekteverschijnselen, en niet tegen allergenen. Men is volop bezig met de ontwikkeling van dergelijke vaccins.

Dat zou spectaculair kunnen zijn op het vlak van de preventie. Maar zijn er op het vlak van de behandeling nog nieuwigheden te verwachten?

De belangrijkste medicamenten die op dit ogenblik beschikbaar zijn, namelijk de antihistaminica en de lokale corticoïden, wordt steeds sterker en hebben steeds met minder bijwerkingen. De producten die gebruikt worden voor desensibilisatiekuren worden steeds zuiverder, gerichter en minder gevaarlijk. Bij een desensibilisatie maken we het afweersysteem tolerant tegen bepaalde allergenen. Dat doen we onder meer door andere antilichamen op te wekken, de zogenaamde IgG's. Die gaan bij een volgend contact het allergeen pakken zonder symptomen uit te lokken.

De meest spectaculaire nieuwigheid in de behandeling is een anti-IgE. Het gaat hier om een molecule die onze IgE's gaat vangen en elimineren. En zonder IgE's reageer je niet allergisch en kunnen er geen symptomen ontstaan. Dit geneesmiddel kan gebruikt worden in de behandeling van ernstige vormen van astma. In principe zou dat ook kunnen bij andere vormen van allergie zoals hooikoorts, maar daarvoor is het helaas veel te duur.

Men is ook nog met tal van andere producten aan het experimenteren. Technologisch is het nu al mogelijk om antistoffen aan te maken tegen alle stoffen die een rol spelen bij een allergische reactie, dus niet alleen meer tegen histamine.

Terug naar begin

Tips in geval van allergie

Bij hooikoorts

  • Verlucht uw huis 's ochtends of net na een regenbui. Houd zeker in de late namiddag het slaapkamervenster gesloten.
  • Denk eraan dat huisdieren die net buiten zijn geweest, pollen in hun pels dragen.
  • Probeer het contact met pollen te beperken: niet kamperen, niet picknicken, niet in de tuin werken en niet buiten sporten als u vaak te kampen hebt met allergieën.
  • In de zomer zijn bergachtige streken en kustgebieden ideaal omdat de pollenconcentraties daar lager zijn.
  • Houd rekening met de weersomstandigheden. Droog en warm weer bevordert de stuifmeelproductie. Na een regenbui is de pollenconcentratie veel lager.
  • Let op met honing, die kan pollen bevatten.
  • Draag een zonnebril.
  • Wrijf niet in uw ogen als ze jeuken. Spoel ze liever met fysiologische oogdruppels.
  • Was regelmatig uw haar.
  • Kleed u niet uit in de slaapkamer.
  • Verlucht uw bedlinnen niet buiten. Droog uw was niet in de open lucht.
  • Houd in de wagen, bus of trein de ramen dicht. Laat filters op het luchtcirculatiesysteem van uw wagen plaatsen.
  • Raadpleeg de website www.airallergy.be, die dagelijks de pollenconcentraties in de lucht vermeldt of bel naar de allergie-infolijn 0900 100 73. Tijdens de weekends van het pollenseizoen worden ook hooikoortsberichten gegeven op radio en tv (teletekst).
  • houd bij de aanleg van uw tuin rekening met uw allergie. Verwijder bijvoorbeeld bij boompollenallergie berken en hazelaars.

Bij huisstofmijtenallergie

  • Lucht het beddengoed dagelijks voor u het bed opdekt.
  • Vervang alle beddengoed dat wol, kapok, katoen of donsveren bevat door synthetische materialen.
  • Hoe kouder en droger de slaapkamer, hoe beter.
  • Verwijder alle tapijten.
  • Vervang het beddengoed minstens één keer per week en was de dekens regelmatig op 60 °C.
  • Stofzuig regelmatig, ook de matras. Maar gebruik wel een stofzuiger met een speciale filter. Anders blaast u de allergenen lustig in het rond.
  • Kies voor een bergvakantie. Huisstofmijten komen veel minder frequent voor boven de 1500 tot 1800 meter.

Bij voedingsallergie

  • Kook fruit en groenten. Het is perfect mogelijk dat u allergisch bent voor aardbeien, maar niet voor aardbeienjam.
  • Wie allergisch is voor vis, moet ook opletten wanneer hij aan postzegels likt. In de lijm zit vaak visafval verwerkt.
  • Wie allergisch is voor kippeneiwit moet opletten bij vaccinatie met vaccins die met kippenembryo's werden geproduceerd.
  • Let op indien u allergisch bent voor noten. Ze worden ook gebruikt bij de bereiding van marsepein, in chocolade enz.

Terug naar begin

Onze partners