10 vragen over wintergriep

19/01/17 om 13:23 - Bijgewerkt om 14:29

Griep maakt weer heel wat slachtoffers. Dit moet u weten over deze virusinfectie.

10 vragen over wintergriep

© Getty Images/iStockphoto

1 Hoe weet je dat je griep hebt en geen bronchitis of verkoudheid?

De drie aandoeningen hebben gelijkaardige symptomen waardoor ze wel eens worden verward.

Bij griep ben je meestal ernstiger ziek, met hoge koorts, spierpijn, keelpijn, vermoeidheid, hoofdpijn, ontsteking van de lagere luchtwegen en het neusslijmvlies. Griepsymptomen komen vrij plots op.

Een verkoudheid komt doorgaans geleidelijk aan op. De klachten beperken zich tot de bovenste luchtwegen en gaan gepaard met niezen, loopneus, waterige ogen. De symptomen verdwijnen sneller dan bij griep. Koorts is uitzonderlijk.

Bij bronchitis zijn de vertakkingen van de luchtpijp in de longen ontstoken. Dat zorgt voor piepende ademhaling, slijm ophoesten, kortademigheid. Vaak komt bronchitis in combinatie met een verkoudheid. Ze kan het gevolg zijn van een virus als griep of van een bacteriële infectie.

Artsen baseren hun diagnose meestal op de klinische symptomen. Tijdens een griepepidemie blijkt slechts 60 tot 70% van de mensen met griepklachten echt met het virus geïnfecteerd. Om zeker te weten of je griep hebt, is een analyse van een neus- of keelstaal nodig.

2 Hoe krijg je griep?

Het virus verspreidt zich via speekseldruppeltjes in de lucht, afkomstig van niezen, hoesten of praten. De druppeltjes komen ook op voorwerpen als deurknoppen, kranen en toetsenborden terecht. Door die voorwerpen en nadien je ogen, neus of mond aan te raken, kan je besmet raken. De kans op een infectie is het grootst in slecht geventileerde ruimten waar mensen dicht bij elkaar zitten.

3 Hoe bescherm je je tegen een griepinfectie?

Door zorgvuldig je handen te wassen en te ontsmetten kan je het risico beperken. Maar de meest efficiënte preventie is vaccinatie. Die is aanbevolen voor risicogroepen: gezondheidswerkers, chronisch zieken, 65-plussers.... Bij hen kan griep van een banale aandoening omslaan in een levensgevaarlijke ziekte, wanneer er complicaties opduiken zoals longontsteking.

Elk jaar zijn andere virusstammen actief. De griepprik is dus maar één griepseizoen doeltreffend. De Wereldgezondheidsorganisatie brengt jaarlijks de virussen in kaart die het meest circuleren. Telkens wordt een aangepast vaccin gemaakt met antistoffen voor de verwachte virustypes. Meestal is de samenstelling doeltreffend. Maar soms steekt er toch een andere variant de kop op.

4 Kan je met een vaccin toch ziek worden?

Ja. Het griepvaccin beschermt immers niet tegen griepachtige aandoeningen als verkoudheid of bronchitis. Het vaccin biedt bovendien geen 100% bescherming tegen griep. De efficiëntie ligt lager bij mensen op leeftijd of met een zwakker afweersysteem. Krijg je toch griep, dan zorgt het vaccin wel voor mildere symptomen en beperkt het de kans op gevaarlijke complicaties. Ook het risico dat een chronische ziekte zoals diabetes verergert, is dan kleiner.

5 Is een vaccin gevaarlijk?

Neen. Het vaccin bevat geen levende virusdeeltjes. Je kan er dus geen griep van krijgen. De eerste dagen na de inenting kan je op de plek van de prik wat last hebben van pijn of een lichte zwelling. Allergische reacties zijn eerder zeldzaam. Wie allergisch is voor kippeneiwit mag zich niet laten vaccineren. Word je kort na de inenting toch ziek, dan was je wellicht net voordien al besmet met het virus.

6 Ben je na een griepinfectie immuun?

Jammer genoeg niet. Het influenzavirus dat griep veroorzaakt, komt in verschillende subtypen en varianten voor, die elk jaar in een andere samenstelling terugkeren. Er zullen dus altijd influenzavirussen circuleren waarvoor je vatbaar blijft.

7 Wat moet je doen als je griep krijgt?

Griep gaat meestal vanzelf over. De koorts en pijn verdwijnen na drie tot vijf dagen maar het kan wel enkele weken duren voor je helemaal uitgeziekt bent. Water of thee drinken brengt verlichting omdat je door de koorts veel vocht verliest. Beperk je verder tot pijnstillers zoals paracetamol tegen koorts en spierpijn en eventueel tijdelijk een neusspray om beter te kunnen ademhalen en slapen. Antivirale middelen zijn, wanneer je geen andere aandoeningen hebt, niet aangewezen.

8 Hoe zieker, hoe besmettelijker?

Toch niet. Als volwassene geef je het virus door vanaf één dag voor het uitbreken van de eerste symptomen tot vijf à zeven dagen na het ziek worden. Kinderen kunnen tot zes dagen voor aanvang van de griepsymptomen besmettelijk zijn. Daarnaast kan je drager zijn van het griepvirus, zonder dat je symptomen vertoont. Ook dan kan je anderen besmetten.

9 Waarom loop je meer risico in de winter?

Dat heeft niet rechtstreeks te maken met een lagere immuniteit. Wel met je gedrag. In de winter breng je meer tijd door in besloten ruimten met anderen, waardoor de kans op besmetting toeneemt. Je huis, kantoor wordt minder geventileerd waardoor het virus kan blijven hangen. Bovendien verspreidt het griepvirus zich makkelijker via droge lucht en bij lagere temperaturen.

10 Voorkomt een mondmasker dat je anderen besmet?

Een mondmasker helpt, maar volstaat niet. Je kan ook via voorwerpen die je aanraakt anderen besmetten. Daarom is het beter om in de plooi van je elleboog te hoesten in plaats van in je handpalm, vaak je handen te wassen en de kraan dicht te draaien met een papieren zakdoekje.

Lees meer over:

Onze partners